Recensie —

Christo en Jeanne-Claude: de Mastaba in Hyde Park, Londen

Anneloes de Koff

Al in 1963 omwikkelde Christo Javacheff een onwetende journaliste met doorschijnend textiel in de fotografiestudio van een vriend. Zij was de start van zijn later zo bekende installaties met textiel. Zo werden de Berlijnse Reichstag en de Pont Neuf brug in Parijs  ingepakt, werd een oranje voetpad over het meer van Iseo aangelegd, en vormden 3100 reuzen paraplu’s een lange lijn in de landschappen van Japan en de Verenigde Staten.

The Mastaba (Project for London, Hyde Park, Serpentine Lake) / Collage door Christo (2018) / Foto André Grossmann

Christo en zijn vrouw Jeanne-Claude, hebben 35 jaar samengewerkt tot haar dood in 2009, onder de naam Christo. Een idee voor een nieuw project ontstond gewoonlijk tijdens een discussie tussen het kunstenaarskoppel, waarna Christo het op papier zette en het verder uitwerkte. Naast hun decennia lang gebruik van textiel, is het duo ook bekend om het gebruik van olievaten. In eerste instantie als materiaal gekozen vanwege het sculpturale effect en de lage kosten.
In 1962 verwierf het koppel mondiale bekendheid toen ze van 89 afgedankte olievaten een muur maakte die een straat in Parijs afsloot. De kunstbarricade was een protestreactie tegen de bouw van de Berlijnse muur die eerder dat jaar was afgerond en hielt slechts een paar uur stand. Sindsdien is Christo op zoek geweest naar een geschikte locatie voor een drijvende mastaba opgebouwd uit olievaten. Het werd Hyde Park in Londen. De tijdelijke sculptuur, het tweede dat Javacheff realiseerde na de dood van Jeanne-Claude, bestaat uit 7506 horizontaal gestapelde vaten waarbij de kopse kanten in rood, blauw en mauve kleuren zijn geschilderd. De stapeling verrijst van afstand als een pointillistisch schilderij uit het Serpentine Lake.

Met een mastaba als vorm plaatst Christo zich in een eeuwenoude traditie. De trapeziumvormige prisma waarbij de wanden altijd 60 graden gedraaid staan ten opzichte van het horizontale vlak, ontstond toen de mensheid zich transformeerde van landbouwmaatschappij naar stedelijke samenleving. Zij werd in het begin vooral gebruikt als bankje voor de eerste Mesopotamische woningen, aldus Christo. Nu associëren wij deze vorm vooral met graftombes.

Naast de drijvende sculptuur in het meer is er een overzichtstentoonstelling te zien in de naastgelegen Serpentine Gallery, die dieper ingaat op het gebruik van vaten in de kunstwerken van het duo. Hierin wordt duidelijk dat de Londense mastaba slechts een opmaat vormt voor plannen in Abu Dhabi. Al in de jaren 70 heeft Christo het idee opgevat om hier het allergrootste kunstwerk op aarde te creëren bestaande uit 410.000 gekleurde olievaten. Deze mastaba in de woestijn zou tevens ook het eerste gesponsorde werk van de kunstenaar worden.

Wall of Barrels – The Iron Curtain (Rue Visconti, Paris, 1961-62) / werk van Christo en Jeanne-Claude (1962) / Foto Jean-Dominique Lajoux

Tijdelijk karakter
Zoals ook met de Londense mastaba, zijn de meeste kunstwerken decennia geleden door Christo en Jeanne-Claude bedacht en gedocumenteerd met behulp van een kleine potloodtekening. Christo heeft onder meer architectuur gestudeerd en stelt dat een architect altijd begint met een blad papier en een potlood. De tekeningen refereren naar zijn achtergrond en laten zich duidelijk lezen als een plandocumentatie waarin zowel de verankering in de stedelijke context als constructieve details ten aanzien van het bevestigen van de vaten worden gecombineerd. Daarnaast gebruikt Christo ook fysieke schaalmodellen en kleine mock-ups om zijn ideeën verder vorm te geven.

Met de verkoop van deze tekeningen bekostigt hij de daadwerkelijke realisatie van de kunstwerken. Realisatie duurt vaak jaren omdat lokale overheden overtuigd moeten worden en vele bureaucratische hobbels genomen moeten worden. De vrijheid die Christo zichzelf geeft door de installaties zelf te financieren, een vrijheid die nog eens extra wordt benadrukt door de tijdelijkheid van de installaties. Hij meent dat kunstenaars en vooral architecten op zoek zijn permanentie. Zelf streeft hij er juist naar om niets fysieks achter te laten. Vaak zijn alleen de foto’s het bewijs van zijn gerealiseerde kunstwerken. Dit vereist moed, want zo is er buiten de genummerde tekeningen bijvoorbeeld niets voor verzamelaars om aan te schaffen.

The London Mastaba (Serpentine Lake, Hyde Park, 2016-18) / werk van Christo and Jeanne-Claude / Foto Wolfgang Volz

Nutteloze kunst
Werd de Reichstag bewust in een witte kleur omwikkeld als een teken van vrede? Zijn de stapels olievaten bedoeld als allegorie voor de westerse afhankelijkheid van aardolie? Of zijn zij een aanklacht tegen de vervuiling die wij op aarde aanrichten? Of beide? Elke boodschap die achter de kunstwerken lijkt schuil te gaan en wordt opgeworpen door de toeschouwers, wordt meteen ontkracht door de kunstenaar zelf. Hoe politiek beladen de vatenbarricade in 1962 in de Parijse Rue Visconti ook was bedoeld, des te nuttelozer noemt Christo al zijn andere kunstwerken. Hij vindt dat hij zichzelf als kunstenaar niet hoeft te verantwoorden voor wat hij maakt. Hij kan zijn kunst niet uitleggen en stelt dat alles wat hij op professioneel vlak presteert irrationeel en nutteloos is.

Esthetische impact is Christo’s enige beoogde doel voor zijn kunstwerken. De invloed van zijn werk reikt echter al dan niet onbedoeld verder dan alleen de esthetische impact. Door sculptuur als tijdelijk object in te zetten, verlegde Christo volgens kunstcritici dat wat conventioneel was binnen de kunstwereld. Doordat Christo en Jean-Claude hun werken rechtstreeks in de publieke omgeving plaatsen in plaats van de omgeving van afstand te beschouwen, levert hun werk volgens sommigen commentaar op begrippen als keuzevrijheid en de vergankelijkheid van de natuurlijke wereld. De kunstwerken worden hierdoor misschien alleen maar mooier en opwindender, juist door hun tijdelijke karakter. Voorbijgangers worden verwonderd achtergelaten wanneer plotseling de verschijningsvorm van een iconische locatie zoals de Serpentine Lake in Hyde park wordt verstoord. Christo zet hierbij in op contrast, grootte, kleur en materiaalkeuze. Waar hij in Rue Visconti slechts aan 89 afgedankte vaten genoeg had om zijn mening te ventileren, zijn er dat nu ruim 7000. Hiermee houdt hij de aandacht van de bezoeker wellicht maar kortstondig vast en laat hij ze in meer of mindere mate, onbevredigd achter. De inspanningen die Christo verricht om zijn kunstwerken te realiseren en de belasting op het milieu die hierbij gepaard gaat kan wellicht beter benut worden indien hij niet de grens stelt bij een esthetische ervaring, maar het publiek juist probeert te doordringen van de natuurlijke omgeving en haar vergankelijkheid.