Recensie —

Gaming the Real World

Jeroen Visschers

In de documentaire Gaming the Real World wordt de vraag gesteld of en hoe city building games ingezet kunnen worden om problemen in de echte wereld op te lossen.

Block by Block Nepal / still uit de documentaire Gaming the Real World

Honderden miljoenen kinderen, jongeren en volwassen wereldwijd spelen spellen op de computer: first person shooters, role playing games en sandbox games vormen de drie meest populaire genres. Ook het city building genre, waarin spelers competitief ontwerpen en bouwen aan virtuele steden, is ongekend populair. Wat ooit begon met de instant hit Sim City in 1989, dat je in je eentje speelde, is uitgegroeid tot een genre dat zich niet enkel meer beperkt tot een ontwerp voor een kleine stad. Hele regio’s en werelden worden vormgegeven door samenwerkende spelersgemeenschappen verspreid over verschillende continenten. De documentaire Gaming the Real World vraagt zich of hoe die gigantische gaming community en de steeds geavanceerder wordende stedelijke simulaties ingezet kunnen worden om de weerbarstige stedelijke problemen in de echte wereld op te lossen.

Block by Block
Rode draad door de documentaire vormt het samenwerkingsproject Block by Block waar UN Habitat, Microsoft en de Zweedse game ontwikkelaar Mojang, bekend van Minecraft, aan deelnemen. Block by Block organiseert workshops in gebieden waar de publieke ruimte onder druk staat door snelle stedelijke ontwikkelingen en veranderingen. Het zet Minecraft in als instrument om bewoners en gebruikers weer eigenaarschap over de stedelijke buitenruimte te geven. Voor de niet gamers of mensen zonder kinderen, Minecraft is een waanzinnig populair spel waarin spelers niet alleen een wereld bouwen uit 1 kubieke meter grote blokken, maar waarin die wereld door henzelf gelijktijdig bewoond wordt. Weergegeven in drie dimensies vanuit het standpunt van de speler, trekt het de speler veel sterker in de game dan traditionele world building games zoals Sim City die een stad of regio weergeven vanuit het vogelvluchtperspectief van de alziende en alwetende planoloog of stedenbouwkundige. Daarnaast werkt de besturing van Minecraft zo intuïtief dat mijn dochter op vijfjarige leeftijd hele dorpen in elkaar stapelde. De eenvoud waarmee iedereen het spel kan spelen, gekoppeld aan de mogelijkheid om met een grote groep spelers in dezelfde wereld rond te lopen, te bouwen en te communiceren maakt dat 74 miljoen spelers per maand Minecraft opstarten en dat in januari 2018 Minecraft 144 miljoen keer over de (virtuele) toonbank ging.

De grootste uitdagingen van UN Habitat liggen vooral in landen waar meer dan 50% van de bevolking jonger is dan 25 jaar. Het is dan ook geen wonder dat UN Habitat koos voor Minecraft, een computerspel dat de grootste populariteit geniet onder een jonge generatie. Door samen op te trekken en op te treden tijdens populaire conferenties van Minecraft fans, zoals MINECON dat tijdens de laatste editie in Anaheim 12.000 vooral jeugdige spelers trok, maakt het project de jeugd ook bewust van volwassen stedelijke problematiek in landen elders op de wereld.

Minecraft als emancipator
Tijdens Block by Block workshops in Katmandu, Nairobi, Bogota, Cairo, Accra en vele andere steden bouwen professionals delen van de stad na in Minecraft. Bewoners en gebruikers gaan daarna in groepjes van twee tot vier aan de slag in hun virtueel nagebouwde leefomgeving en gebruiken het spel om hun ideeën en hun wensen samen met de andere deelnemers vorm te geven. Omdat Minecraft zo laagdrempelig is en het ruimtelijke resultaat meteen zichtbaar en tastbaar is, kan de verbeelding van die gedroomde werkelijkheid direct gebruikt worden om in debat te treden met instituten als gemeente- en wijkbesturen.
Minecraft werkt als emancipatie-machine, het stelt de bewoners en gebruikers in staat om te participeren in het ontwerp- en ontwikkelproces en het geeft ze een stem die normaal niet gehoord zou worden bij gebrek aan kennis en kunde om zich in de juiste termen te kunnen uitdrukken. Tegelijkertijd, doordat bewoners online samen Minecraft ‘spelen’, wordt er een community gevormd die ook buiten het beeldscherm blijft bestaan en het schept betrokkenheid bij de buurt waarin ze wonen. In Gaming the Real World zijn voorbeelden te zien van de Block by Block-aanpak op verschillende continenten.

Games for change-event in Los Angeles / still uit de documentaire Gaming the Real World

Games als simulatie
De documentaire uit 2016 van Anders Eklund roept interessante vragen op. Waarin Minecraft puur visueel is, zijn er ook city-building games die proberen de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk te simuleren. Waar Sim City uit 1989 spelers rekening liet houden met een versimpeld systeem van elektriciteit, water en vervoer als levensbloed van de stad, introduceert het eveneens Zweedse Cities: Skylines uit 2015 een behoorlijk complex systeem van belastingen, inkomens, vervuiling, dynamische verkeersimulaties, sociaal gedrag enz. En dankzij de actieve gaming community hebben spelers hun eigen aanpassingen geschreven en onderling op het internet gedeeld, zogenaamde ‘mods’, die de mate waarin Cities: Skylines als simulatie de wereld benadert nog verder vergrootten. Gaming the Real World  laat zien hoe die stevig aangepaste versie van Cities: Skylines nu gebruikt wordt door ontwerpers, ingenieurs, beleidsmakers en ontwikkelaars om de geplande ontwikkeling van de Stockholm Royal Seaport te testen, op het computerscherm. (SRS is een van grootste Europese gebiedsontwikkelingsprojecten waar 12.000 nieuwe woningen en 35.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd moeten worden in wat nu nog een industrieel gebied is.)

Emancipatie vs simulatie
Het verschil tussen het gebruik van games als complexe simulaties van de werkelijkheid en games als emancipatie-instrumenten wordt wat onderbelicht in Gaming the Real World. Minecraft is natuurlijk geweldig omdat het de kracht van de gemeenschap inzet om een betere leefomgeving te visualiseren die als discussiestuk ingebracht kan worden. Cities: Skylines is daarentegen verre van perfect als simulatie, het is immers primair ontwikkeld als computerspel. En het bevredigen van de behoefte van spelers stelt andere eisen dan het nauwkeurig simuleren van complexe stedelijke processen. Zo moet een computerspel de uitdaging van het vinden van oplossingen voor – in dit geval – stedelijke problemen zoals verkeerscongestie, werkgelegenheid en beperking van schadelijke uitstoot altijd net binnen handbereik van de kunde van de speler houden, anders legt de speler het spel gefrustreerd weg. Voor een simulatie van de werkelijkheid maakt het niet uit of de oplossing voor een probleem bereikbaar of onbereikbaar is.
Daarnaast is Cities: Skylines  grafisch zo fotorealistisch, dat het makkelijk is om in de valkuil te trappen van het ‘mooie ontwerp’. Als de Stockholm Royal Seaport er straks net zo mooi en schoon uit ziet met spiegelende woontorens  en brede verkeersaders als in de simulaties, lopen en rijden we daar dan ook in onze hippe nieuwe kleren en onze glanzende nieuwe auto’s? Mogelijk blijkt de complexe stedelijke werkelijkheid en het stekelige onvoorspelbare krachtenveld rond gebiedsontwikkeling te complex  om ontwerpend onderzocht te worden in een computerspel.

Dat betekent echter niet dat de wereld van de gaming industrie, goed voor 100 miljard euro omzet wereldwijd in 2018, en de wereld van architectuur en stedenbouw elkaar in de toekomst niet nog vaker gaan raken. Maar hoe? Gaming the Real World is een documentaire die het debat daarover wil stimuleren door de kijker te laten zien wat het potentieel is van de alsmaar groeiende mondiale spelersgemeenschappen en hoe computergames slim ingezet kunnen worden binnen processen van besluitvorming. Tegelijkertijd, doordat Eklund kiest voor snelle montage en verzadigde kleuren, en de beeldtaal inzet van de vele game trailers die op YouTube te zien zijn, zou Gaming the Real World ook weleens in staat kunnen zijn  om een jong publiek te interesseren voor de verstedelijkingsproblematiek ver van ons bed. En hopelijk bedenkt daarbij één van die spelers dat hij of zij in die problemen nu of later weleens het verschil zou kunnen maken.