Recensie —

Too Big. Lofzang voor het Amerikaanse poldermodel

Ruben Sannen

In het boek Too Big doet Henk Ovink verslag van zijn poging tot verankering van het Nederlandse poldermodel in de Amerikaanse planologie na de chaos die orkaan Sandy achterliet in 2012. Tegelijkertijd is het een startschot dat iedereen moet wakker schudden in de race tegen de gevolgen van klimaatverandering. Maar het moment van publicatie roept de vraag op wie er nog oor heeft naar deze sensitieve strategie.

De chaos na orkaan Sandy (2012) / Pagina’s uit besproken boek

Het moet een ontnuchterende confrontatie zijn geweest. Henk Ovink bezoekt Coney Island drie maanden nadat orkaan Sandy in de herfst van 2012 een groot deel van de Amerikaanse Oostkust in puin heeft achtergelaten. Hij heeft op eigen initiatief samenwerking gezocht met Shaun Donovan, de minister van huisvesting en stadsontwikkeling (Housing and Urban Development, HUD), om te helpen bij het wederopbouwvraagstuk na Sandy. Beiden bezoeken ze het getroffen gebied waar ze getuige zijn van de eerste noodzakelijke herstelwerkzaamheden die meteen de gevoelige vraag oproept:snel herbouwen wat ooit was, maar duidelijk niet opgewassen is tegen stormen als deze, of zoeken naar nieuwe toekomstbestendige oplossingen?

Met windsnelheden van 140 km per uur is orkaan Sandy een van de meest dichtbevolkte delen van de VS over geraasd. Complete stadsdelen worden geëvacueerd, 2 miljoen mensen zitten zonder stroom en ruim een half miljoen huizen worden verwoest of beschadigd. De Obama administration, met het fiasco na Katrina in het achterhoofd (uit het Bush jr. tijdperk), maakt resoluut 60 miljard dollar vrij en richt de Hurricane Sandy Rebuilding Task Force op, voor directe hulp maar ook voor het bouwen van toekomstbestendige oplossingen binnen de context van een veranderend klimaat. Een fysieke maar vooral culturele uitdaging.

Zelf heb ik het ook vaak gezien; de ‘provisorische’ kustverdediging. Soms niet meer dan gebulldozerd puin. Een reis langs de Amerikaanse oostkust is een gewaarwording: ‘als dat maar goed gaat’. En meestal gaat het ook niet goed. Iedere winter zijn er overstromingen met grote economische schade. De Amerikaan haalt er zijn schouders over op. Beleid is reactief niet proactief. Het is onbegrijpelijk voor een Nederlander die gewend is te wonen achter een comfortabel bemeten kustverdediging. Voor Henk Ovink, benoemd tot speciaal watergezant van Nederland en Directeur Nationale Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, moet de complexiteit van de ‘task at hand’ overduidelijk zijn geweest. Hoe beweeg je een bestuur, een provincie, een volk, om starre politieke conventies te overbruggen en te handelen naar klimaatprognoses die door het overgrote deel van de Amerikaanse bevolking nog worden afgedaan als een verzinsel?

Voor iedere Nederlander is een bezoek aan de VS in zekere zin ontnuchterend. Het beloofde land van voorspoed en kansen kraakt in haar voegen. De Presidentsverkiezing van 2016, die nagenoeg voor iedereen een verrassing was, heeft diepe wonden blootgelegd. Het land is tot op het bot gepolariseerd en lijdt bovendien onder verwaarlozing van basale voorzieningen; onbetrouwbare nutsvoorzieningen, gebrekkige sociale huisvesting, slechte infrastructuur en een verouderd openbaar vervoer. Gemeenschapszorg wordt neergesabeld in de politiek die de bevolking een romantisch beeld blijven voorhouden van het solitaire bestaan —denk aan de onttakeling van Obamacare. Het sociale vangnet kent grote gaten en de kloof tussen arm en rijk neemt onoverbrugbare proporties aan. Het huidige witte huis lijkt helemaal niet van plan dit gat te dichten. Snelle deals, lastercampagnes, en het marginaliseren van publiek geld drijft ook de politiek verder uit elkaar. Het land is door het aanhoudende gebrek aan publieke voorzieningen in toenemende mate aangewezen op commerciële bedrijven. Hierdoor vertroebelt het publieke belang tegen een marktgestuurde samenleving.

De toenemende polarisatie is niet iets van de laatste jaren maar is ingebed in de opbouw van de VS. Gated community’s, gemeentes of zelfs recreatiegebieden, allemaal houden zij hun eigen broek op. De beste scholen en voorzieningen trekken vanzelf daar naartoe waar het geld zit, met een diepe segregatie tot gevolg.

Pagina’s uit besproken boek

Binnen deze context laat het boek een heel ander perspectief zien. Too Big brengt een ode aan samenwerking en innovatie. Het is een verhaal over de achtergrond van de Taskforce en de competitie die daaruit voort is gekomen; Rebuild By Design. Henk Ovink is op zoek gegaan naar verbinding tussen de ontwerpwereld, de politiek en de inwoners van het gebied om tot integrale oplossingen te komen. Maar belangrijker nog, hij geeft de ontwerpwereld het platform om te laten zien hoe hun werkwijzen kunnen leiden tot nieuwe ideeën met het potentieel tot uitvoering. New Orleans wordt vaak genoemd en ook hier waren Nederlandse bedrijven betrokken bij de herstelwerkzaamheden na Katrina. Maar de verbinding met de lokale bevolking was totaal verbitterd, bovendien lag de focus te veel op het tegen houden van water met beton en pompen. Niet meer dan een pleister op de wond, een tijdelijke oplossing zonder een werkelijke visie op de toekomst van het gebied met een almaar stijgende waterspiegel. Een starre maatregel met een beperkte levensduur. De oplossingen werden het symbool voor het verouderde exportproduct van de Nederlandse Deltawerken. Daarvan is Henk Ovink zich meer dan bewust. Er is betrokkenheid nodig, consensus van alle stakeholders, om ruimtelijke inpassingen te maken die kunnen meebewegen met de grillen van het klimaat. Over de hele linie is deze opgave Too Big, zonder lange termijn visie, commitment van de politiek en verankering van verandering in bestaande instituties en wetgeving vervalt de taskforce in het toepassen van verouderde houtje touwtje maatregelen. Ovink bewandelt dus een ambitieuze weg die niet zonder risico’s is, om buitengewone vasthoudendheid vraagt, en een heilig geloof in de Amerikaanse can-do cultuur.

Samen met Jelte Boeijenga heeft hij een persoonlijk en bevlogen verhaal neergezet, aangevuld met waardevolle bijdragen van betrokkenen bij de taskforce. Ontwerpers, burgemeesters, wetenschappers, allemaal komen ze aan het woord wat een rijkdom aan invalshoeken en informatie oplevert over de achtergrond van het project. Een vlammend betoog zet de toon van het boek. Er moet fundamenteel verandering komen op alle bestuurlijke niveaus om de klimaatafspraken uit Parijs van 2015 na te leven. Samenwerking tussen politiek, kennisinstituten, ontwerpers en inwoners is van levensbelang en de enige manier om de grillen van de klimaatverandering die wereldwijd een groot deel van de bevolking bedreigt het hoofd te bieden. Maar vooral, hoe kunnen we na Sandy een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld om met zekerheid te kunnen zeggen: never again.

Pagina’s uit besproken boek

“Balkanized”. Ik heb het moeten opzoeken maar het woord verraadt zijn afkomst; een verdeelde regio met onderling conflict. Een verontrustend synoniem voor Amerikaans politiek. Henk Ovink ondervindt al vroeg dat segregatie onderdeel is van het bestaande beleid. Voor hem is het doorbreken van deze structuur van levensbelang voor de Taskforce. De verknipte geldstromen tussen verschillende instanties maakt samenwerking bijzonder uitdagend. Want binnen verknipte organisaties ontstaan verknipte ideeën en zonder totaaloverzicht van de complexiteit kunnen er geen integrale oplossingen komen die zo noodzakelijk zijn voor de herbouw. Het is goed dat een brandweerstation wordt opgeknapt en droog blijft bij overstromingen maar als je er niet kunt komen is het geld verspild. Bovendien zou het geld vanzelf via de reguliere weg naar de towns met de handigste lobby’s gaan en niet naar de mensen die het misschien harder nodig hebben. Belangrijker nog; de huidige regelgeving schrijft voor dat geld alleen mag worden besteed voor herstel en niet voor verbetering. Alle klimaatprognoses kunnen dan direct van tafel.

Om dit beleid daadwerkelijk te kunnen veranderen moet je het eerst weten te doorgronden. Met deze gedachte is het idee ontstaan voor Rebuild By Design. Een buitengewoon gedurfd initiatief dat in eerste instantie niet zonder scepsis is ontvangen. Het geld zou niet volgens conventionele wegen worden verdeeld maar volgens de conclusies uit een diepgravend onderzoek in de vorm van een ontwerpwedstrijd. Een proces met grote onzekerheden dat het uiterste vraagt van samenwerkingen.

Maar met dit soort plannen moet je ook een beetje mazzel hebben. Obama was net voor zijn tweede termijn herkozen en kon zich weer met rust focussen op het inhoudelijke programma voor zijn komende vier jaar. Belangrijk punt was daarin de klimaatverandering, het Climate Action Plan, waarin Rebuild By Design als leidend onderdeel wordt aangegrepen, zou de “change” brengen die zo lang beloofd was op dit gebied. Een onmisbare steun in de rug.

Een bewonderenswaardige lobby volgt waarin Henk Ovink het voortouw neemt om 4 miljoen dollar bij elkaar te sprokkelen die nodig is voor zijn competitie. Het laat zien dat Amerika een land is van tegenstellingen. Het doorgeschoten kapitalisme brengt een graaicultuur maar ook een geefcultuur. De helft van het geld wordt gedoneerd door de Rockefeller Foundation waarna andere donateurs volgen. De VS leunt zwaar op donateurs. Universiteiten door het hele land, Central park in New York, zelfs het trottoir aan onze voordeur; zonder de vrijgevigheid van filantropen of de burger zouden ze verwaarlozen terwijl het publiek geld verder opdroogt. Die tendens krijgt kritiek. Iedereen wil zijn naam wel verbinden aan een bibliotheek van een belangrijke universiteit maar minder aan een voedselbank. Ook in Rebuild by Design ligt het vooruitzicht op geld gevoelig binnen de teams. Door het openbreken van de verlammende bestaande structuur ontstaan er ineens kansen die de politiek soms te gretig aangrijpen. Het boek staat bol van deze anekdotes die de fluïde sensitiviteit achter het proces weerspiegelen.

Too Big leest als een gesprek tussen hechte familieleden die elkaar een warm hart toedragen maar kritiek niet uit de weg gaan. Interviews met belangrijke betrokkenen zijn verweven met de chronologische vertelling van Henk Ovink. Alle plannen worden summier besproken. De nadruk ligt op de achtergrond van Rebuild by Design. Een must read voor iedere ontwerper, ontwikkelaar, raadslid, en alle anderen betrokken in de steeds complexer wordende stedelijke inrichting. Want of het nu Amerika is of ons eigen Nederland, Too big geeft aan hoe complex de enorme opgaven zijn rondom klimaatverandering.

Toch knaagt er iets bij het lezen van dit boek. De boodschap over innovatie door samenwerking staat haaks op het huidige sentiment. Het boek overspant twee jaar tussen 2012 en 2014. Vooral politiek gezien is anno 2018 alles anders, het akkoord in Parijs lijkt bij het vuilnis te zijn gezet, regels ten aanzien van natuurbescherming worden versoepeld en belasting wordt verder verlaagd. De Olifant in de kamer blijft hier buiten beeld en de vraag is wat er nog daadwerkelijk over is van het gedachtengoed van Rebuild by Design. De persoonlijke bevlogenheid van Henk Ovink brengt het boek bovendien naar een open einde, hij toonde de potentie en leermomenten, maar niet of projecten zich op eigen benen hebben kunnen doorontwikkelen tegen de achtergrond van een wispelturige politiek.

Dat neemt niet weg dat sommige passages uit het boek als pamfletten tegen de muur kunnen worden gelijmd en die activistische toon werkt aanstekelijk. Het heeft voor even laten zien dat er mogelijkheden zijn. Een pril bindmiddel voor een inclusiever Amerika. Een Amerika waar ik vurig in zou willen geloven.