Recensie —

Binnenstebuiten

Fransje Hooimeijer

Op een mistroostige en warmste 2 december van de afgelopen eeuw was ik op bezoek in het Waterloopbos om het kunstwerk van Atelier de Lyon en RAAAF te zien. Het lijkt of op deze dag alles samenvalt: klimaatverandering, deltawerken, onderzoek en kunstwerken.

Herontwerp Deltagoot, Waterloopbos / Atelier de Lyon en RAAAF / foto auteur

Het Waterloopbos is gelegen in de Noordoostpolder waar in de jaren ’50 en ’60 nieuwe waterbouwkundige ontwerpen in een miniatuur situatie werden getest. Het was een plek van kennisontwikkeling, van ingenieurskunst, en vandaag de dag is het een plek van kennismonumenten, maar misschien ook wel van ontwikkeling.

Een kunstwerk is niet alleen een begrip in de kunstwereld maar ook een gangbaar begrip van de ingenieur. Met dan wel een hele andere betekenis, namelijk die van geconstrueerd object zoals een sluis, brug, stuw enzovoort. Van begripsverwarring is eigenlijk nooit sprake want kunstenaars en ingenieurs komen elkaar in het werk niet zo vaak tegen, tot nu in het Waterloopbos.
Een term waar wel begripsverwarring over ontstaat tussen ingenieurs en kunstenaars, is ontwerpen. Het verschil tussen het ontwerpen van kunstenaars en dat van ingenieurs zit hem in het gebruik van feiten en context: een ingenieur ontwerpt op basis van feiten buiten een context, een kunstenaar kan ontwerpen met onbekende variabelen binnen de context. De verwarring is veroorzaakt door voortgaande professionalisering en verschillen in doelen en ambities. Voor de ingenieur staat veiligheid voorop, voor een ontwerper de ruimtelijke kwaliteit en de betekenis van de ruimte. Waarom dit geneuzel over dit taalkundige struikelblok? Omdat de ontwerpers van Atelier de Lyon en RAAAF de deltagoot hebben her-ontworpen tot kunstwerk en het ingenieurskunstwerk daarmee een nieuwe betekenis heeft gekregen.

Herontwerp Deltagoot, Waterloopbos / Atelier de Lyon en RAAAF / foto auteur

De Deltagoot (1980) in het Waterloopbos is een lange goot die gemaakt is om de sterkte van de pijlers van de stormvloedkering in Zeeland te testen. Vervolgens zijn er ook constructies van bijvoorbeeld olieplatforms en windmolens op zee mee getest. Het is eigenlijk een soort golventunnel zoals een windtunnel waar auto’s en gebouwen in worden getest. De goot is gebruikt tot 2015 en was de laatste plek in het Waterloopbos waar waterstaatkundige proeven zijn gedaan.
Het her-ontwerp van Atelier de Lyon en RAAAF is eenvoudig maar doeltreffend: de goot is uitgegraven en delen van de wand zijn uitgezaagd en er dwars terug ingezet. Het is een totale inbreuk op de werking van de goot als goot, want het is nu een lekke goot. Een deel van de oorspronkelijke goot is blijven staan; daar is de vroegere werking nog aan af te lezen en behalve dat er water in de goot zit, er nu door het uitgraven ook water rondom de goot is gekomen zodat deze onbenaderbaar is. Waarom hebben ze dit zo gedaan, was de goot niet monumentaal genoeg zoals zij was?

De ontwerpers van het kunstwerk noemen hun benadering Hardcore Hertiage en zien hun werk als een cultureel experiment. Dat begon met een vergelijkbaar doorsnijden van een stuk beton: het Nationaal Monument ‘Bunker 599’. Een dergelijke ingreep gaat het eenvoudig bewaren van monumenten tegen,  iets dat de ontwerpers ook voor ogen hebben met wat zij noemen Deltawerk //. Het is een manifest dat verbeeld wordt door het deconstrueren van de goot en de radicale verandering van de context, dus het uitgraven. Het manifest gaat over het spanningsveld tussen verleden, heden en toekomst en bevraagt wat de deltawerken van de toekomst moeten zijn. Omdat de Deltawerken van het verleden misschien door de klimaatverandering wel waardeloos zullen blijken en er nieuwe kunstwerken nodig zijn.
Het herontwerp geeft niet alleen een ruimtelijk nieuwe ervaring van beton, licht, schaduw, water en reflectie, maar ook een nieuwe betekenis doordat het beton door de natuur overgroeid zal worden. De ontwerpers zien hun ingreep als een nieuwe manier van het beschermen van cultuurhistorie, en het is –hoewel het mij ietwat strijdig in de oren klinkt– volgens hen een hommage aan de kunstwerken van het onverwoestbaar Holland.

Herontwerp Deltagoot, Waterloopbos / Atelier de Lyon en RAAAF / foto auteur

In de traditie van het onoverwinnelijke Holland is veiligheid de kern, primaire keringen en dus waterbouwkundige kunstwerken zorgen hiervoor. Er is nu sprake van een verandering in dit paradigma naar meer meebewegen met de natuur. In de recensie van het boek Het Waterloopbos – Verhalen over het waterloopkundig laboratorium heb ik al een pleidooi gehouden over hoe de ingenieurskunst moet veranderen en we een nieuw waterloopbos nodig hebben waarin bouwen met de natuur wordt onderzocht en getest. Het Waterloopbos lijkt nu al als vanzelf het Deltaplan van de toekomst te worden waarin getest wordt of het verwaarlozen van cultuur een vorm van natuur participatie is. Het kunstwerk van de deltagoot kan in dat licht gezien worden. Elke grote verandering heeft zijn weerstand en zo ook in dit geval zijn de waterbouwers niet geheel positief over wat er met het ‘model’ is gedaan. Of zien ze het meebewegen met de natuur als ‘het nieuwe geloof’? Dit houdt in dat het nog niet bewezen is dat het Nederland onoverwinnelijk zal houden. Gelukkig hebben we nog een werkzame deltagoot achter de hand in Delft.