De nieuwe kleren van de Koning – het Rijkspanorama 2.0

Opinie —

Het net voor de feestdagen gepresenteerde Panorama Nederland, toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, geschetst door het College van Rijksadviseurs (Floris Alkemade, Berno Strootman en Daan Zandbelt), is al achterhaald voordat het geformuleerd werd, stelt Luuk Boelens.

foto Bas Kijzers

Bij mijn migratie van Nederland naar Vlaanderen in 2011, presenteerde ik op de BE-NL Plandag van datzelfde jaar zeven cruciale uitdagingen voor de Lage Landen: hergebruik, food, energietransitie, klimaatadaptatie, vergrijzing/immigratie, circulaire economie en deelmobiliteit. Voor het benoemen van deze thema’s hoefde ik toen al echt niet in een glazen bol te kijken.
Belangrijker was evenwel dat deze opgaven mijns inziens correspondeerden met een even noodzakelijke transitie binnen het vakgebied van de planologen en stedenbouwers zelf. Van gebruik- in plaats van grondeigendomplanning, van common pooling tot smart grid planning, van co-evolutionaire planning tot serviceplanning, en veerkracht meer dan duurzaamheid. De onderliggende lijn van al deze vaktransities was om finaal af te stappen van een verticaal (post)modernistisch denken in termen van top-down, dan wel bottom-up, naar een poststructuralistische horizontale planning: relationeel en actor-netwerk gericht.

In Panorama Nederland wordt een aantal van de voornoemde uitdagingen wederom opgepakt, maar men gaat volstrekt voorbij aan een even gewenste en daarmee corresponderende vernieuwingsoproep van het vakgebied zelf. Integendeel, het gaat eerder gepaard met een oproep voor het herstel van een aloude modernistische planning- en ontwerppraktijk, één die herinneringen oproept aan het al meer dan dertig jaar oude project Nederland Nu Als Ontwerp (Frieling et al. 1982-1987). Maar dit laatste project was ondanks dat het toen eigenlijk ook al obsoleet was, de tijd verder vooruit dan de huidige oproepen.

Detail Panorama Nederland

Mogelijk zijn de drie NL Rijksadviseurs op hun jaarlijks uitje in 2018 naar Panorama Mesdag geweest, ook in Den Haag en dus dichtbij. Hun eigen Panorama heeft in ieder geval veel gelijkenissen, zowel naar vorm (zij het niet 14 meter hoog en 120 meter in omtrek), als naar opzet (zij het niet als teamwork van 5 artiesten, maar van ‘slechts’ 3, alhoewel met ongeveer 24 medewerkers). Een ander belangrijk onderscheid is echter dat Mesdag ons een zicht biedt op de Scheveningse kust van toen, terwijl dat van de Rijksadviseurs ons zicht moet bieden op het meer omvattende Nederland van morgen. Inzet is om dit land ‘rijker, hechter en schoner’ te maken. Kunt u een nog betere marketing van het huidige neo-liberale/christen-democratisch kabinet van VVD, CDA en D66/CU bedenken? Elke coalitiepartner moet zich tenminste wel in één van deze thema’s herkennen (en wel in deze volgorde).

Men denkt dit ‘rijker, hechter en schoner’ in ieder geval te kunnen bereiken door krachtdadig in te zetten op een viertal uitdagingen: het veranderend klimaat, een eerlijke landbouw (sic), het mobiliteitsinfarct en de energietransitie. (Dit in het verlengde van een eerdere publicatie door de Rijks Ruimtelijke Ordening departementen, samen met de Nederlandse en Vlaamse bouwmeesters, De Lage Landen 2020-2100, die op nagenoeg dezelfde uitdagingen inzet, zij het dat klimaat hier is ingewisseld voor circulaire economie.) Sterker nog, volgens de NL Rijksadviseurs bieden de uitdagingen zelfs kansen om bovengenoemde rijkere, hechtere en schonere ambitie te bereiken, zulks ter wille van het algemene belang – wat dat dan ook zou mogen zijn – op de lange termijn, in een win-win, gezamenlijk, en in een goede bestuurlijke samenwerking. In een ronkende tekst en met bijbehorende beelden worden we ondergedompeld in een van elke realiteit gespeende good feel van mogelijke oplossingen. Als we het maar integraal, gebiedsgericht en regionaal doen – hoewel ook hier niet duidelijk wordt wat dat dan precies is; de regio West-Europa, die van de pendelafstanden, of iets er tussenin.

De algemene boodschap die daar in ieder geval onder ligt is, dat we ‘kunnen’, ‘willen’, nee een ruimtelijk perspectief ‘moeten’ kiezen voor een vergroting van de omgevingskwaliteit, waarbij iedere opgave maatschappelijke opbrengsten levert op de lange termijn. Ik verzin het niet, het staat er allemaal echt! Mogelijk hier enkel in een iets gecomprimeerde versie dan de Rijksadviseurs het zelf aandurfden. Sterker nog, volgens de Rijksadviseurs zijn daarvoor natuurlijk ontwerpers nodig. Want enkel ‘ontwerpers zijn specialisten in het leggen van verbanden tussen onsamenhangende grootheden en het vormgeven van complexe en langdurige verbanden’ (Panorama Nederland p. 128).

Detail Panorama Nederland

Hoewel ik mij, op z’n minst enige tijd van mijn werkend leven, ook zelf tot het gilde van ‘regionale ontwerpers’ heb gerekend en hun als ‘verkenners’ ook waardeer, weet ik uit mijn lange ervaring met ontwerpers dat zij juist geen verbanden kunnen leggen tussen onsamenhangende grootheden, en complexe verbanden kunnen vormgeven. Hun ‘verkenningen’, ‘droombeelden’ en ‘wenkende perspectieven’ zijn juist normatieve, soms zelfs exclusief subjectieve reducties van de complexe werkelijkheid. En dat moet ook anders zouden de ontwerpen volstrekt niet meer ‘leesbaar’ of ‘wenkend’ worden. Complexiteit daarentegen is ‘wicked’, in die zin dat elke oplossing het volgende probleem stelt. Maar juist dat beogen de Rijksadviseurs niet, zij kennen en weten oplossing (of op z’n minst in hun Panorama). Maar wat mij nog meer irriteert, voorbij deze onwetendheid en ignorantie van de weerbarstige complexe werkelijkheid, voorbij dit ongegeneerd ‘preken voor de eigen parochie’, zijn de oplossingen die men voorstelt, mooi binnen de kaders van het traditionele en overduidelijk failliete verticale denken, van zelfs zeer oude snit.

Om al die fantastische oplossingen in het Panorama tot uitvoering te brengen moet ten eerste het Rijk zich van zijn ‘beste kant’ tonen. Het moet zich opstellen als ‘rentmeester met een goede koopmansgeest’ (sic). Voorts moet het op dit terrein ‘als hoeder van het nationale belang’ de samenwerking met de directe buurlanden garanderen, en het goede voorbeeld geven aan de onderliggende schaalniveaus – de provincies en gemeenten – om voor iedere regio een Regionale Omgevingsagenda te maken. Hebben al die ontwerpbureaus voorlopig mooi weer wat werk omhanden om dat te herontwerpen wat allang eerder ontworpen is, zulks ter wille van het wenkend perspectief. Minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren, kan dat dan fijn in haar handtasje steken.

Detail Panorama Nederland

Meer dan dertig jaar geleden had het project Nederland Nu Als Ontwerp (NNAO) een vergelijkbare doelstelling. Het wilde ‘een oplossingsgerichte schop tegen het achterste van een probleemgerichte samenleving maken’ (Frieling 1987). Het wilde alle energie en creativiteit steken in het ontwerpen en exposeren van een inspirerend toekomstperspectief. Meer dan de huidige Rijksadviseurs waren Frieling c.s. zich evenwel bewust van de diverse ideologische stromingen in de samenleving zelf, zij het in de modernistische maakbaarheidstraditie. Volgens de drie idealen van de burgerlijke revolutie van 1789 (broederschap, vrijheid en gelijkheid) zouden deze tot op vandaag in de westerse samenleving worden uitgedragen door respectievelijk de christen-democraten, liberalen en socialisten. Daarmee correspondeerden drie respectievelijk bestuurlijke ‘levensovertuigingen’ als het rentmeesterschap, ondernemerschap en solidariteitschap (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten). Daarnaast kwam indertijd ook D’66 sterk op en moest men wel een vierde variant verzinnen: het zogenoemde ontspannen bestuurlijk denken. Hoewel deze ideeën over ‘een eeuwenoude bestuurlijke verlichting’ in een polemiek met Dirk Frieling (S&RO 1985, 1987) aan de kaak gesteld werden als té obsoleet en té simplistisch, was NNAO wel het begin van de politieke reeks VINO, VINEX, VIJFNIX, ZESNO etc. Die reeks is inmiddels (terecht) failliet en in het ministerie van Binnenlandse Zaken opgeborgen.

Maar met een nog groter gewild simplisme dan simplisme valt niet te verwachten dat dit Panorama dat weer ‘uit het slop’ gaat trekken. De werkelijkheid (en daarmee ook de politiek) is daarvoor inmiddels te dynamisch, volatiel, multi-gelaagd; oftewel complex. Daarnaast is het zogenoemde ‘algemene belang’ inmiddels té versplinterd en veranderlijk, gedragen door een diversiteit aan actoren, die zich bewegen op vele en wisselende maatschappelijke lagen (mille plateaux, zoals Deleuze en Guattari dat al in 1980 noemden). Het vraagt om een andere dan verticale, ruimtelijke benadering. Want ook een bottom-up participatorisch model gaat hier niet helpen.

Detail Panorama Nederland

Tegen die achtergrond is ook dit Panorama failliet alvorens het is op- en opengesteld, net als dat van Hendrik Mesdag. Want ook het Mesdag Panorama was er toen één van vele in een panorama kermis hausse aan het eind van de negentiende eeuw. Nog voordat het werd geopend was het eigenlijk al te laat om de aanvankelijk geraamde 30.000 bezoekers te trekken. Maar  de vermogende Mesdag en zijn nazaten ontfermden zich erover en hielden hun Panorama als cultureel erfgoed overeind. Het valt te betwijfelen of Alkemade, Strootman en Zandbelt als minvermogend en tijdelijk aangesteld dat ook met hun Panorama kunnen doen. Maar mijns inziens hoeft u er geen traan om te laten. Want men kan terecht afvragen of dit Panorama iets aan de verbetering, herstel of zelfs het erfgoed van de rijksplanning gaat toevoegen.