Recensie —

Stucco Storico: een ontdekkingsreis naar authenticiteit binnen seriematigheid

Nadine Nievergeld

Bureau Europa weet met haar laatste tentoonstelling Stucco Storico, de waardering voor stucwerk op te wekken; de tentoonstelling geeft een ambacht, dat vandaag de dag onopvallend, alledaags, en misschien zelfs wel een beetje banaal lijkt te zijn, weer betekenis.

Stucco Storico / foto auteur

Ondanks dat men stucwerk in eerste instantie altijd zal associëren met het praktische en het functionele lukt het Bureau Europa, nog voordat men überhaupt de tentoonstelling heeft bezocht, een hele andere verwachting te wekken, mede door de gekozen titel en de daarbij behorende grafische ondersteuning.

Stucco Storico neemt je mee naar de wereld van het populaire sierstucwerk ten tijde van de barokke, rococo en neoclassicistische stijlperiodes waarin plafonds en wanden werden voorzien van imposant sierstucwerk. En wanneer je de eerste stappen door de tentoonstelling hebt gezet, is er dan ook al vrij snel het besef, dat deze tentoonstelling een ode is aan een ambacht; een ambacht met een in eerste instantie (toen al) hele praktische functie, maar dit wist te verheven tot ware kunst. Stucco Storico vertelt het verhaal achter alle pracht en praal, het verhaal achter het ambacht. Deze aandacht voor het ambacht is overigens niet nieuw – koekjes worden ‘ambachtelijk’ bereid – en ook binnen de architectuur geniet ‘ambacht’ een zekere populariteit.

De tentoonstelling is niet alleen bedoeld om de verfijndheid en artistieke waarde van het sierstucwerk te benadrukken; het is de tweede tentoonstelling in een serie over de migratie van het ambacht. Een serie die zich richt op de verplaatsing van materialen, technieken en kennis binnen Europa. Een filminstallatie toont een aantal stucvoorstellingen in Euregionale interieurs. Het betreft het werk van drie specifieke stukadoors ofwel stuccatori, wiens werk goed bewaard is gebleven. Tomaso Vasali, Joseph Moretti en Pieter Nicolaas Gagini, alle drie arbeidsmigranten geboren en getogen rond het meer van Lugano. In de 18e eeuw migreerden zij naar de huidige ‘Euregio’. De film toont op een interactieve wijze een aantal interieurs in o.a. Maastricht, Aken, Luik en Eupen. Men kan onder andere door middel van een zelf te bedienen virtuele tour, een blik werpen in de ovale kamer in kasteel Borgharen (Maastricht), de centrale hal van het stadhuis in Luik, de bibliotheek van Abdij Rolduc in Kerkrade, en niet te vergeten het imposante stucwerk in het stadhuis van Maastricht. Met de virtuele tour wordt het belang onderstreept van de invloed van enkele nomadische ambachtslieden en impliciet ook onze hedendaagse houding ten opzichte van (arbeids) migranten tegen het licht gehouden.

Het is interessant te zien dat men ondanks dat er in alle getoonde interieurs altijd ruimte was voor een authentiek verhaal of voorstelling, er in de 18en eeuw ook een mate van seriematigheid aanwezig was. Daarmee ontstaat er direct een connectie naar ons hedendaagse beeld van de industrie achter een origineel en zijn kopie.

Stucco Storico / foto auteur

De film roept echter ook een aantal vragen op die betrekking hebben op de verdere totstandkoming van de stuc voorstellingen, de technieken, de ontwikkelingen en de veranderende rol van het stucwerk door de jaren heen. Mede ook om vast te kunnen stellen welke positie het stucwerk in het heden en de toekomst in kan nemen, binnen het ambacht, de architectuur en de kunst. In de andere tentoonstellingszalen krijgt de bezoeker alle antwoorden op deze vragen. Maar er is meer. Het ruimtelijk ontwerp van deze expo, ontworpen door Ludo Groen, stelt het denkbeeld over seriematigheid en originaliteit ter discussie. In de grootste ruimte van de tentoonstelling zijn 33 identieke sokkels te vinden, vervaardigd uit een standaardmateriaal, namelijk gipsplaat. Alleen al die materiaalkeuze is een directe verwijzing naar onze hedendaagse omgang met het ambacht stuken. Op elke sokkel bevinden zich originele objecten en voorwerpen uit het heden en het verleden, wiens uniekheid bijna lijkt weg te vallen door de plaatsing op de uniforme sokkels die geplaatst zijn in een modulair grid. De tentoonstelling verwijst daarmee eerder naar een eigenheid binnen een inventieve toepassing binnen een seriematig geproduceerd iets. Want de schijnbare serialiteit, die we vandaag de dag vaak associëren met stucwerk en de daarnaast ook veel gebruikte kant-en-klare ornamenten zoals (plastic) sierlijsten en rozetten uit bijvoorbeeld een bouwmarkt, was er ook al ten tijde van de 18e eeuw. Zelfs als we nog verder teruggaan in de tijd, blijkt originaliteit zelden een voorwaarde te zijn geweest.  Zo was het vervaardigen van kopieën van bekende meesterwerken in gips eerder regel dan uitzondering. Maar terug naar de vele stucinterieurs, de tentoonstelling laat zien dat er letterlijk en figuurlijk ruimte in het stucwerk werd ‘vrijgehouden’ die later kon worden ingevuld met de interpretatie van de stuccatori.  Zo werd er eigenheid aan de standaard toegevoegd. Het interieur werd daardoor een decor.

Het sierstucwerk transformeerde en ontwikkelde zich gedurende de 18e eeuw. Enerzijds zag je vaak dat een stijl soms aanwezig bleef en anderzijds werd het ook aangevuld met andere stijlen. Deze verandering ontstond ook naar gelang wat de wens en smaak van de opdrachtgever was. Het sierstucwerk is daardoor het decor van een verhaal van de diverse technieken en stijlen die de ambachtslieden hebben toegepast, maar ook zeker de vaak persoonlijke verwijzingen naar de opdrachtgevers die te vinden zijn bij een aantal interieurs die gerealiseerd zijn. Tegelijkertijd stelt dit ook de notie ter discussie hoe wij tegenwoordig een interieur benaderen. Want nadat het modernisme zijn intreden deed, verdween het ornament en daarmee ook een verhaal uit onze interieurs. De ideologie van het maakbare heeft optimale efficiënte en functionaliteit gebracht.  Daarmee bekruipt je bijna het gevoel dat ‘de leegte’ die we vandaag de dag terugzien in onze interieurs, slechts eens spiegel is van de tijdelijkheid en snelheid van ons dagelijks leven. Je vraagt je bijna af waarom er eigenlijk geen ruimte meer is voor het ornament binnen de ruimtes die we dagelijks gebruiken.

Stucco Storico / foto auteur

Het is daarom ook zeer te waarderen dat Bureau Europa met deze tentoonstelling niet alleen teruggrijpt op het verleden. De expositie toont ook het werk van een aantal contemporaine kunstenaars die zich lieten inspireren door het 18e-eeuwse ambacht. Het is de laatste echt individualistische en ambachtelijke periode voor de industrialisatie, massaproductie en uniformiteit van kunst en ontwerp. Nieuwe methodes op het gebied van ontwerp en productie, zoals bijvoorbeeld 3-D printen, maken in onze tijd betaalbare uniciteit mogelijk. Een kunstwerk als Digital Grotesque en een ontwerpstudio als Unfold geven hier uiting aan. Binnen seriematigheid, kan er mede door enkele nieuwe technieken, ook authenticiteit worden gecreëerd. Daarmee verteld de tentoonstelling niet alleen een verhaal over een ambacht, het geeft ook inzicht in wat nieuwe technieken binnen de kunst, de architectuur maar ook in ons dagelijks leven voor een mogelijkheden kan bieden. Het seriematige, wordt door veel kunstenaars, maar ook door veel architecten vaak nog veroordeeld. Maar Bureau Europa laat met deze tentoonstelling zien, dat het de taak is van kunstenaars en architecten om door inventiviteit, authenticiteit binnen het seriematige te vinden, om zo een nieuwe verhouding te laten ontstaan tussen de ontwerper en de gebruiker, maar vooral om een nieuwe relatie te zoeken tussen het ambachtelijke en de eigenheid van een ontwerp.