De Werf: kloek bouwblok maakt stedelijke pretenties bijna waar

Feature —

Wie een tijdje niet op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord is geweest zal de ogen uitkijken. Waar het tien jaar geleden dé rafelrand  was voor vernieuwende festivals en experimentele theatervoorstellingen is het nu een gebied waar volop aan een nieuw stadsdeel gebouwd wordt. Onlangs is het project De Werf van OZ opgeleverd. Met de herinterpretatie van het klassieke gesloten bouwblok laat OZ zien dat het bouwblok voortleeft.

De Werf, trap naar binnentuin / OZ / foto auteur

De NDSM-werf is een klasse apart. In veel Europese steden zijn voormalig havengebieden de afgelopen decennia van functie veranderd. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw werden er vrachtschepen gebouwd en gerepareerd, maar  elders in de wereld kon dat veel goedkoper. Ondanks allerlei reddingspogingen met flinke financiële injecties verdween de sector uit Europa, veelal naar Azië. De scheepswerven kwamen vrij en vielen ten prooi aan stadsontwikkeling. Tijd is een belangrijk onderscheidend element in de ontwikkeling van dergelijke terreinen. Plekken waar direct na sluiting van de havenactiviteiten de sloopkogel overheen ging om een nieuw stuk stad te maken zijn over het algemeen vrij generiek geworden, zoals Chelsea Harbour in Londen. Overal is eenzelfde quasi-stedelijk milieu ontstaan, dat op elke plek ter wereld zou kunnen zijn. Zo niet op de NDSM-werf. Deze werf sloot in 1985 – al weer een dertigersleven geleden. Gelukkig waren daar kunstenaars en andere creatievelingen, die schouder aan schouder met voormalig medewerkers van de NDSM hebben weten te voorkomen dat ook hier de sloopkogel de geschiedenis onzichtbaar zou maken. Het imposante decor met kraanspoor, immense loodsen en een reusachtige hellingbaan werd een thuishaven voor creatieve pioniers als Dogtroep en festivals als Robodock. Zij hebben ervoor gezorgd dat na de cultuursnuivers en early adopters anno 2019 ook de ‘man-in-de-straat’ het NDSM-terrein heeft ontdekt. Wat ooit ver weg aan de overkant leek, is in feite op slechts 20 pontminuten van het centrum van Amsterdam af gelegen. Tel daarbij op de ideale zuid-westligging aan een mooi breed stuk IJ met als overburen de voormalige houthavens die tot woongebied ontwikkeld werden en iedereen kan maar één conclusie trekken: dit is een topplek.

Meer dan tien jaar geleden heeft de Amsterdamse gemeenteraad al besloten om de NDSM-werf te ontwikkelen tot een “woon- werkgebied en culturele hotspot”. Aan de oostkant van de werf immense hallen, zoals de Lasloods en de Scheepsbouwloods van 20.000 vierkante meter. Laatstgenoemde heeft een belangrijke culturele (broedplaats)functie gekregen; in de Lasloods is het grootste Street Art Museum van Europa in de maak. Aan de westzijde zullen kloeke woningbouwblokken de sfeer bepalen. Al met al komen hier straks 1.700 woningen.

De Werf, binnentuin / OZ / foto auteur

Het nu opgeleverde complex De Werf is niet het eerste woningbouwproject op het NDSM-terrein. Er waren al (tijdelijke) studentenwoningen in gestapelde containers gerealiseerd. Naast deze containerwoningen is in 2016 het complex Nieuwdok (Moke Architecten) opgeleverd. Hierin bevinden zich naast een ROC ook 380 permanente studentenwoningen. In 2011 heeft OZ samen met Burton Hamfelt een studie gedaan, getiteld: “Campus City Project”. Doel was om te onderzoeken wat de ruimtelijke implicaties waren van de zich ontwikkelende kennis- en innovatie-economie. Waar kunnen nieuwe clusters van gecombineerde huisvesting van onderwijs, onderzoek, studenten, nieuwkomers en start-ups plaatsvinden? Het NDSM-terrein was een van de locaties die als potentieel aantrekkelijke campus city naar voren kwam. In De Werf zijn in juli 2017 als eerste project 403 studentenwoningen gerealiseerd, genaamd Nautique Living.  Dat is onderdeel van het concept Student Experience, dat op nog twee andere plekken in Amsterdam studentencomplexen heeft (her)ontwikkeld. Natique Living bestaat uit zelfstandige woningen tussen de 21 en 31 vierkante meter, alle met eigen keuken en badkamer, met een huurprijs die varieert tussen de € 510 en € 590, exclusief € 115 servicekosten. De plattegronden zijn van het type ‘pijpela’: bij binnenkomst is de hal meteen ook de keuken, met aan de gevel een tweeraambreed front. Tegenover de keuken is de minibadkamer. Er zijn circa 35 van deze miniwoninkjes per verdieping. Op de begane grond is een lounge aanwezig, en een wasserette voor gemeenschappelijk gebruik. Bijzonder is de gezamenlijke eetruimte: “De private dining room kun je gebruiken om gezellig met je vrienden of familie te koken en een diner te geven”. Op het dak is een sportveld aangelegd. Naast de studentenwoningen beslaat De Werf nog zes andere woongebouwen met 543 vrije sectorhuurwoningen (met een prijsrange tot € 2100,- per maand, voor een penthouse van 107 vierkante meter), waarmee wordt aangesloten op de grote vraag naar dit type woningen. Dat sluit qua financiering (deels) aan bij de doelgroep: jonge professionals die vanwege flexibilisering van werk niet per definitie beschikken over een inkomen dat zicht geeft op een hypotheek voor een koopwoning, maar zijn aangewezen op (vrije sector)huurwoningen in het middensegment. Zo heeft het woonblok Explorer (eenzijdig georiënteerde) driekamerwoningen van 67 vierkante meter, maar ook maisonettewoningen van 91 vierkante meter met vier kamers voor een kale huur van € 1400,- per maand.  De rest van het bouwblok herbergt 1.100 vierkante meter commerciële ruimte.

De Werf, bouwblok / OZ / foto auteur

De zes bouwblokken verschillen in stijl en vorm allemaal van elkaar. Het laagste gebouw is 22 meter, het hoogste gebouw 60 meter met een opvallend tondak. In een gebied waar tot nu toe weinig hoge bebouwing staat valt de 60 meter hoge uitschieter van het blok op. Ieder gebouw is op een eigen manier gematerialiseerd. Het studentencomplex heeft gevels van cortenstaal, met hippe motieven erin verwerkt die zich pas tonen bij het naderen van de gevel. Andere gebouwen zijn gemetseld in witte baksteen, worden gevormd door betonnen gevelelementen of bestaan uit grijzen stalen kaders. Aan twee zijden van het bouwblok is via een trap de verhoogde binnentuin te betreden. Deze tuin is weliswaar privéterrein en kan middels een hek van de straat worden afgesloten, maar is overdag opengesteld voor passanten die een blik in de binnenkant van het grote bouwblok willen werpen.

OZ is er met De Werf in geslaagd om een oeroude typologie -het gesloten bouwblok- op een verfrissende en overtuigende manier vorm te geven. Waar ligt dat aan? Niet aan het gebruik van het gesloten bouwblok op zich: de laatste jaren wordt in Amsterdam deze typologie, zij het telkens in een afwijkende vorm, toegepast. Van de blokken op Haveneiland-IJburg, waar de binnenkanten van de blokken openbaar waren, maar privaat ontwikkeld werden, via het superblok Funenpark, waar een haakvorm een hof van Weense grootte weet te bereiken tot aan het Westerdokseiland, waar drie grote (private) cours telkens het hart vormen van het gesloten bouwblok. Deze bouwbloktraditie beleefde onlangs een verhitte discussie, toen architect Sjoerd Soeters beweerde dat de geplande hoogbouwbuurt Sluisbuurt op Zeeburgereiland evenzogoed in gesloten bouwblokken gebouwd zou kunnen worden, zonder de nadelen van hoogbouw als horizonvervuiling en verlies aan contact met de straat.

Bij De Werf meet het blok 85 bij 100, een relatief gangbare blokmaat. Die is hier in behapbare eenheden opgedeeld. Daarin schuilt de finesse. Geen gefröbel met opknippen in kleine, menselijke maten, maar gewoon zeven kloeke blokken quasi lukraak aan elkaar geplakt. Ter vergelijking: een vergelijkbaar bouwblok op Java-eiland kent veel meer architectonische variatie dan hier, maar is daar schijnvaratie door het herhalen van een architectonische eenheid. Bij De Werf heeft ieder gebouw een eigen hoogte, maar ook een eigen programma en typologie. Dat leidt tot verschillende schalen binnen een blok, terwijl de eenheid van de bloktypologie behouden blijft. Daar waar vanuit de verte de differentiatie in hoogte opvallend is, is de differentiatie op straatniveau precies voldoende. De verspringende gevel leidt tot een prettige voetgangersbeleving. Eindelijk een bouwblok waar de plint volstrekt vanzelfsprekend met de straat verbonden is.

De Werf, plint / OZ / foto auteur

OZ laat met De Werf zien dat verdichting in de stad zonder al te veel problemen is vorm te geven. Wonen op een bijzondere plek met een aantrekkelijke plint; een bouwblok dat met zijn poten goed in de klei staat. Des te teleurstellender is te ervaren dat een deel van het plintprogramma, dat van Nautique Living, niet openbaar toegankelijk is. De lounge ziet er van de buitenkant uit als het zoveelste hippe café, maar de deur blijft voor passanten en niet-Student Experience-studenten gesloten. Ook het sportveld op het dak, hoe spectaculair ook, is niet openbaar en alleen voor genodigden. Het lijkt een vervelende trend te worden. Zo adverteert de verkoopsite van het vlakbij De Werf in aanbouw zijnde project Pontkade van De Architekten Cie. met: “24/7 comfort, veiligheid en privacy”. Op de website van Nautique Living wordt nadrukkelijk de beveiliger genoemd, waar je als student ’s nachts ten alle tijde een beroep op kan doen. Het is een onomkeerbare ontwikkeling in een stad die iedere minuut populairder wordt en dan met name voor de klasse met geld. Met het duurder worden van het woningaanbod wordt gemikt op een doelgroep die gezellig en leuk in de stad wil wonen, maar dan wel asjeblieft ‘comfortabel en veilig’. Uiteraard is het niet de architect na te dragen hoe de plint wordt ingevuld. Toch is het frustrerend dat OZ  hier uitstekende architectonische voorwaarden voor een goed werkende plint heeft weten te creëren, maar dat het plintgebruik is ingevuld door partijen die vooral bezit van de stad nemen, zonder te geven. Jammer voor het NDSM-terrein, dat bekend staat om zijn innovatieve en unieke evenementen, voortkomend uit de rauwe scheepsbouwgeschiedenis. Dat verdient een betere toekomst dan een die louter op veiligheid en privacy gebaseerd is.