De wondere wereld van Bovenbouw

Recensie —

De tentoonstelling die nu te zien is bij het Vlaams Architectuur Instituut in Antwerpen dompelt je onder in de wondere wereld van Bovenbouw. Bovenbouw Architectuur. The house of the explorer is een analoge wereld van maquettes, collages, boeken en kaftpapier. Maar wat wil deze wereld ons vertellen?

Bovenbouw Architectuur. The House of the Explorer / foto © Jasper Leonard

Ik ben na de opening nog eens teruggegaan naar de tentoonstelling van Bovenbouw Architectuur want ‘the house of the explorer’ is een plek waar je liefst alleen ronddwaalt. Of in het beste geval loopt er nog een tweede verdwaalde ziel rond die samenzweerderig naar je kijkt en je het gevoel geeft dat jullie een geheime kamer hebben ontdekt. De dikke houten platen, vormen een aaneenschakeling van kamers. Spots schijnen op de objecten en zorgen voor schaduwen op de muren. Je kijkt boven, rond en naast je. Je doet je best om dat wat je niet zoekt niet voorbij te lopen. Ergens boven op een plank staat een maquette. In de wanden zit af een toe een gat, zoals in een kijkdoos, waarachter je weer een andere maquette ontdekt. Mijn favoriete plek is aan een tafel die halverwege de ruimte staat, omgeven door de boeken die daar ingepakt in groen kaftpapier liggen. Je moet ze openslaan om te ontdekken waar ze over gaan. (Alweer dat ontdekken!) Het uitgestalde snuistervoer blijken de inspiratiebronnen van Bovenbouw te zijn. Ze leggen de link met een geschiedenis vol referenties waar ze in hun architectuur mee spelen. Bij de openingslezing bladerde Dirk Somers (Bovenbouw architectuur) zelf ook in deze boeken, daarover straks meer.

In de architectuur van Bovenbouw is soms ruimte voor een grap, of in ieder geval het breken van conventies, zo ook in de tentoonstelling. Bij het binnenkomen kijk je door een perfect uitgefreesde cirkel in de vezelplaten wand naar een filmpje. Een filmpje over een perfecte, ronde cirkel die uit een muur van snelbouwsteen wordt verwijderd. Het eindbeeld toont de grap: een cirkel uit een houtvezelplaat met daarin een cirkel uit een snelbouwstenen wand. Deze cirkel wordt als kijkgat herhaald en komt in de tentoonstelling regelmatig terug. Het doet me, terecht of niet, denken aan de ronde gaten in het Bovenbouw project in de Leysstraat in Antwerpen. Het filmpje is de enige rechtstreekse reproductie van de realiteit. De rest van de tentoonstelling bestaat uit tekeningen, maquettes en collages. Én wat voor collages, elk van hen is een kunstwerk op zich, een bas-reliëf opgesteld uit verschillende materialen met verschillende texturen die boven het papier uitsteken. Het geknipte en geplakte monnikenwerk zit opgeborgen in sobere, houten kaders. ‘The house of the explorer’ is een analoge wereld, eentje van maquettes, collages, boeken en kaftpapier. De tentoonstelling is een intieme ruimte geworden, een kleine wereld binnen de grote Singel. Het is er rustig en de witte muren zijn bedekt met zwarte gordijnen. De tentoonstelling maakt van jou een ‘explorer’, een ontdekkingsreiziger, niet een die de wijde wereld intrekt maar in de diepste spellonken van Bovenbouw architectuur ronddwaalt.

Bovenbouw Architectuur. The House of the Explorer / foto © Jasper Leonard

In de podcast ‘Pompidou’ van Klara verklapt Dirk Somers dat de referentie voor de tentoonstelling het Sir John Soane’s museum in Londen is. Dit museum is echter het huis van de architect, John Soane, zelf waar hij met ruimte experimenteerde. Deze experimenten resulteerden in een aaneenschakeling van architectonische belevenissen. De tentoonstellingskamer die Bovenbouw daarentegen voor handen heeft in de Singel is en blijft een doodgewone ruimte. Maar het idee van het ontdekken, beetje bij beetje, en het gevoel van binnendringen in een universum trachten ze echter zo goed mogelijk te realiseren binnen de grenzen van deze ruimte.

Het dringt wel tot je door dat deze tentoonstelling geen verduidelijking is van de architectuur van Bovenbouw en dat de meeste bezoekers ook niet op deze manier naar de tentoongestelde objecten zullen kijken. We zouden ons af kunnen vragen wat het statuut is van deze beelden en maquettes. De tekeningen zijn achteraf gemaakt. Ze vertellen ons niets over het ontwerpproces, noch over de idealen, de motieven of de denkwijze van de ontwerper. Ze zijn geen middel om ruimtelijkheid te tonen. Dit realiserend ontstaat het gevaar dat de fetisj voor het beeld de architectuurpraktijk meer slecht dan goed zal doen. Tijdens een ontwerpproces draait het niet om gedetailleerd uitgewerkte collages met de kostprijs van een kleine auto. Architectuur gaat om ruimtes meer dan om beelden. In de podcast verklaart Somers het fenomeen. De beelden zijn een afscheidscadeautje aan zichzelf, ze zijn niet te koop. Alleen moet het wel aan de bezoeker van de tentoonstelling duidelijk gemaakt worden dat het hier om een vrijetijdsbesteding gaat en niet om het ontwerpproces; dat de beelden puur en alleen beelden om beelden zijn.

Tijdens de openingslezing zit Somers net zo aan zijn tafel tussen de boeken als de bezoeker later op de tentoonstelling zal doen. Een camera hangt boven zijn hoofd, zijn handen worden geprojecteerd op een groot scherm. Onsamenhangend en snuisterend leidt hij ons op een  luchtige wijze door een stapel boeken die hij zelf ter plekke lijkt te (her)ontdekken. Er komen veel klassieke, Italiaanse architecten aan bod, overleden vrienden zoals hij ze zelf noemt. We ontmoeten Gioponti, Palladio, Tafuri en velen anderen. Somers vertelt niet over zijn eigen werk, maar hij licht een tipje van de sluier op over zijn inspiratiebronnen en hoe hij deze implementeert in het werk van Bovenbouw. Hij toont zijn passie voor en kennis van de geschiedenis van architectuur, laat zien hoe hij ‘zijn vrienden’ in zijn vingers heeft en hoe hij hen kan gebruiken in de hedendaagse praktijk. Hij spreekt met dezelfde humor die je ook in de ontwerpen van Bovenbouw terugziet en staat even stil bij een kinderboek: ‘The absolutely best cross-sections book ever’. (Je had er waarschijnlijk als kind net zo eentje in je kast staan.) Een boek dat aan de hand van indrukwekkende tekeningen de binnenkant van de dingen (boten, gebouwen, machines, Egyptische pyramides, …) toont en iedereen, inclusief Somers, doet dromen.

Bovenbouw Architectuur. The House of the Explorer / foto © Jasper Leonard

In de tentoonstelling zijn geen foto’s en teksten aanwezig. Hiervoor moet je de publicatie aanschaffen die de tentoonstelling begeleidt. De publicatie bestaat uit een voorwoord van VAi directeur Sofie De Caigny, een tekst van architectuurcriticus Bart Verschaffel, een opeenvolging van de projecten en een ‘conversatie tussen vrienden’. De Bovenbouw projecten zijn elk voorzien van foto’s (de uitgevoerde projecten) en een korte, beschrijvende tekst. De ‘conversatie tussen vrienden’, academicus Maarten Van Den Driessche en Somers, is een interessante manier van omgaan met tekstuele referenties. Citaten van anderen (architecten, critici en theoretici) worden aangevuld met een reflectie van de vrienden en onderverdeeld in vijf thematische hoofdstukken. Aan de hand van kleinere beelden onderaan de pagina linken ze het geschreven woord aan de Bovenbouw projecten.

Het trio van lezing, tentoonstelling en publicatie dompelt je onder in de wondere wereld van Bovenbouw Architectuur, maar wat valt er juist te ontdekken in deze wereld? Er wordt soms wel gerefereerd naar Bovenbouw als heuse stadsverbeteraars, maar in de context van deze tentoonstelling begrijp ik niet waar deze uitspraak vandaan komt. De toeschouwer wordt terug gekatapulteerd naar het verleden en maakt kennis met de illustraties van de gebouwen die bijna als autonome kunstwerken gaan dienstdoen, maar het ontwerpproces, de impact van de projecten en de evolutie van het bureau blijven onderbelicht. Bovenbouw kiest bewust om deze aspecten achter de hand te houden. Wil Bovenbouw ons hiermee tonen dat een ontwerp, gebouw of collage, ook soms gewoon een mooi beeld kan zijn en dat dit volstaat? Maar waarom neemt Somers dan de moeite om zijn werk telkens te rechtvaardigen binnen de geschiedenis? Is het een commentaar op de representatie van architectuur en het geschreven woord dat de werkelijkheid vaak opklopt en aandikt? Is dat de reden waarom zij ervoor kiezen om de foto’s en de tekst achterwege te laten en de beeldende voorstellingen van hun eigen werk tot het uiterste te drijven, afstand nemend van de realiteit?