De ambitie van Almere Oosterwold, vrijheid in zo min mogelijk regels

Feature —

Oosterwold is voor hen met de spreekwoordelijke baksteen in de maag, die maar wat graag een eigen woning willen bouwen, en maakt wonderwel deel uit van de stad Almere met haar onophoudelijke groei en sterke verlangen om telkens te vernieuwen. Burgerlijkheid wordt angstvallig vermeden, maar vrijheid is er niet tot in het oneindige. Regelgeving en ordenende principes zijn nodig. Het eerste deel van een tweeluik over de totstandkoming van Oosterwold en de gedachtes die aan dit gebied ten grondslag liggen.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Ruimte is in Almere lange tijd overvloedig aanwezig geweest met dank aan een strikte scheiding tussen woonwijken vol monotoon uitziende eengezinswoningen en tussenliggende non-descripte groengebieden. Geleidelijk zijn de verschillende delen vergroeid geraakt en is het centrum stad geworden. De gemeente is op zoek naar nieuwe woonmilieus en verhult nauwelijks het verlangen om aantrekkingskracht uit te oefenen op mensen met een hoger inkomen. Wat is er nodig om afstand te nemen van het illustere predicaat lelijkste stad van Nederland, die Almere vaak gevoelsmatig en niet geheel terecht met enige regelmaat krijgt opgespeld?

Geef de macht aan de mensen en laat ze iets bouwen. Het resultaat wordt beter als de overheid niet langer beslist over hoe woningen eruit moeten zien, is de leidende gedachte achter het wilde wonen, dat werd bedacht door Carel Weeber. Er zijn ordenende principes, maar zo min mogelijk.
Almere Oosterwold is tot op heden het meest extreme voorbeeld van wild wonen in Nederland, met dank aan het Rijk.  Door de afschaffing in 2003 van welstand in omgevingen die geen bijzondere bescherming behoeven blijft het gezever over subjectieve vormgevingskwesties nu achterwege. Maar minstens zo bepalend is dat Oosterwold tot stand is gekomen onder de Crisis- en herstelwet uit 2010. Deze wet maakt het mogelijk om, mits voldaan aan een aantal regels en voorwaarden, bestaande besluiten zoals een bestemmingsplan te omzeilen. Ze is aangenomen om de bouw ten tijde van de crisis uit het slop te trekken door verschillende grote projecten sneller ten uitvoer te brengen. Toen er nauwelijks nog werd gebouwd, ging Almere voort, in 2016 kwam de ontwikkeling op gang. Niet te onderschatten is de rol van toenmalig wethouder Adri Duivesteijn, verantwoordelijk voor Ruimtelijke Ordening en Wonen. Hij is een groot voorvechter van zelfbouw en niet wars van enige experimenteerdrift, waardoor in Almere is afgeweken van rigide en planmatige ontwikkeling.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

In de eerste plannen, waarvoor MVRDV het raamwerk maakte, wordt het toekomstige Oosterwold zowel lyrisch als met de nodige realiteitszin beschreven, het uiteindelijke bestemmingsplan is meer ingetogen. Er wordt gewerkt met zes ambities en tien principes, waarvan er later in dit artikel een aantal wordt behandeld. Dat lijkt strijdig met het wezenskenmerk van het gebied, maar uiteraard bestaat er niet zoiets als absolute vrijheid, iets van regelgeving is nodig. De overheid heeft echter geen geldingsdrift, ze treedt terug en dat betekent dat de macht wordt verlegd naar het collectief. Oosterwold biedt de gelegenheid tot gezamenlijke ontwikkeling, maar dat zou best eens een ideaalbeeld kunnen zijn want is het in de praktijk niet vooral de mondige burger die aan het langste eind trekt? Oosterwold wil vooral aantrekkelijk zijn voor mensen uit de hele Randstad, die relatief landelijk willen wonen. Een hoog inkomen is niet nodig, ook met een modaal inkomen kan er worden gebouwd. Zo luidt althans de theorie, in de praktijk loopt de benodigde bouwsom op ook omdat de kavelprijzen door de gemeente zijn verhoogd.

Het bestemmingsplan leest als het verkiezingsprogramma van een progressieve partij. Op subtiele wijze wordt aangezet tot een zekere eco-chic. Iets dat Almere ook nastreeft in de Almere Principles, de grondslagen voor het huidige Almere die moeten bijdragen aan de verandering van de stad. Er is in de Almere Principles veel oog voor duurzaamheid, hergebruik (cradle to cradle), verbondenheid met de natuur en het in goede banen leiden van de stadsgroei. Verder wordt gesteld dat het de mensen zijn die de stad maken, zelfbouw maakt dat concreet.
Almere Oosterwold voegt daar stadslandbouw aan toe, het is een vereiste. Mensen moeten weer weten waar hun eten vandaan komt en niet al te zeer losgezongen zijn van de omgeving waarin ze leven.

Het nieuwste deel van Almere kent een lage bebouwingsdichtheid en de totale oppervlakte van Oosterwold is maar liefst 4.300 ha. Er wordt nu volop gebouwd tussen Almere Haven in het westen en de snelweg A27 in het oosten, een derde van het beoogde gebied. Het is landbouwgebied, her en der staat een windmolen en de verkavelingswegen zijn lang en recht. De ontwikkeling verloopt geleidelijk en is afhankelijk van de vraag, of beter gesteld, van de wil om daadwerkelijk te bouwen. Er wordt nogal wat gevraagd van de aspirant-bouwer. Oosterwold is een radicale vorm van zelfbouw. Niet langer wordt een kant-en-klare bouwkavel aangeschaft, ook de gekochte grond moet worden ontwikkeld. Van agrarische grond moet bouwgrond worden gemaakt. Dat betekent het ophogen van de grond, zorgen voor waterberging of –afvoer en het verwerken van afvalwater. Dat is aan de mensen om te regelen, al dan niet gezamenlijk. Wat er moet gebeuren blijft dus niet beperkt tot het eigen domein. Wegen worden evenmin door de overheid aangelegd en op een vanzelfsprekende komst van voorzieningen mag niet worden gerekend. Onomwonden wordt gesteld dat Almere Oosterwold vooral is toegerust op de auto, jarenlange inzet om het aantal fietskilometers te doen stijgen in auto-minnend Almere ten spijt. Buslijnen komen er niet, tenzij er behoefte aan is. Dat is een ommekeer in vergelijking met het Vinex-tijdperk, toen aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) verplicht was.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Van de ambities zijn er drie interessant: Oosterwold ontwikkelt zich organisch, Almere heeft stadslandbouw als groene drager, en Oosterwold is duurzaam en zelfvoorzienend. Op organische groei wordt vaker ingezet als het over zelfbouw gaat, dat lijkt vooral voort te komen vanuit de wil om te breken met het planmatige karakter van nieuwbouwwijken uit het verleden die na een intensieve bouwperiode eenvoudigweg af waren. Nu staat er geen tijd meer op de ontwikkeling en kan er eindeloos verder worden gebouwd en verbouwd.
Stadslandbouw wordt belangrijk gevonden, zelfs zo belangrijk dat het een verplichting is. Van de niet bebouwde grond dient 80 % voor stadslandbouw te worden gebruikt. Een invulling kan door de kaveleigenaar zelf worden gegeven als het maar gaat om extensieve landbouw. Verzachtend is dat zorg, recreatie en educatie ook worden toegestaan. Dat opent mogelijkheden voor mini-campings of begeleide arbeid. Als een veganistisch menu als uitgangspunt wordt genomen, dan kan Almere Oosterwold straks de hele stad bedienen.
Er wordt ook gestreefd naar duurzaamheid en zelfvoorziening. Dat lijkt pragmatisch omdat het scheelt in de aanleg van nutsvoorzieningen. De gemeente zorgt echter wel degelijk voor kabels en leidingen voor drinkwater, elektra en glasvezel. Het is de bedoeling dat Oosterwold CO2-neutraal wordt en zelfs energie terug levert. Het gebied gaat niet off the grid, maar iets als energie-opslag wordt wel genoemd. Een radicale keuze voor een autarkie en afzijdigheid van de rest van Almere wordt niet gemaakt.

Een totaal van tien principes voor nieuwe ontwikkelingen vormt een subtiel stelsel van regels waaraan dient te worden voldaan, daarvan is een aantal de moeite van het uitlichten waard: vrije kavelkeuze, generiek kavel met vaste ruimteverdeling, specifieke kavels met specifieke ruimteverdeling, vrijheid en restricties voor bebouwing, en meebouwen aan infrastructuur. Deels spreekt dit voor zich. Een kavel mag naar eigen inzicht worden gekozen, maar het is verplicht om een weg aan te leggen zodat de woning ook daadwerkelijk te bereiken is.
Er zijn drie kaveltypes: een standaardkavel, een landbouwkavel en een landschapskavel. Het is een suggestie voor de toekomst van Oosterwold, een gewenste invulling van het landschap. Voor elk van de kavels geldt een specifieke ruimteverdeling. Landschapskavels zijn er om Almere Oosterwold publiek groen te geven, terwijl landbouwkavels zijn bedoeld voor stadslandbouw. Standaardkavels mogen voor de helft worden bebouwd als één bouwlaag wordt aangehouden, voor een kwart in geval van twee bouwlagen, enzovoorts. Dat is de zogenaamde Floor Air Ratio (FAR). Volledige bebouwing is ook mogelijk, als dit wordt gecompenseerd met publiek groen. Beperkingen lijken er maar nauwelijks te zijn. Een keerzijde is dat de openbare weg niet vanzelfsprekend aanwezig is, zelfs geen haastig aangelegde bouwweg. Iedereen draagt bij en legt de weg langs de eigen woning aan, alle stukken tezamen vormen een lokaal wegennet.

Volgens de eerste plannen bestond er een kleine kans is dat de werkelijkheid van Oosterwold overeen zou gaan komen met de kaarten die als voorontwerp hebben gediend. Zelfs dit werd niet wenselijk geacht. De tekentafel is terzijde geschoven, niet meer in gebruik als planologisch wondermiddel. Regels zijn er zeker, maar vrijheid is wezenlijk. Stadslandbouw zou overal moeten zijn, duurzaamheid moet worden geademd. Wat zou daar in de praktijk van geworden zijn?