De pioniersgeest waart opnieuw rond, bouwen in Almere Oosterwold

Feature —

Hoe krijgt de nieuwste uitbreiding van Almere haar vorm? Is organisch de meest geschikte term om de ontwikkeling te beschrijven en hoe oefent ‘het collectief’ invloed uit? Deel twee van een tweeluik over Oosterwold.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Het is geen leeg niemandsland vol met akkers, maar het blijkt nog altijd mogelijk om ronduit verloren door Oosterwold te dwalen. De huizen staan overal en nergens. Een willekeurige passant vindt hier geen houvast en kan maar beter een bestemming hebben.

Adri Duivesteijn, voormalig wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen in Almere en groot pleitbezorger van zelfbouw, beschreef het gebied ooit als een optelsom van gated communities maar dan zonder de hekken. Is dat wat ervan geworden is? Of is het urban sprawl, ongebreidelde en halfhartige verstedelijking van wat voorheen buitengebied was? Het is een groot gebied met een lage bebouwingsdichtheid, stadslandbouw is er een verplichte aanwezige in een misschien wat te krampachtige poging om het midden te zoeken tussen landbouw en wonen. Of hier op de voormalige akkerbouwgronden een sterkere verbondenheid wordt gevoeld met voedselproductie valt te betwijfelen, ook elders wonen buitenlui die er vaak tuinieren als hobby op nahouden en niet zelden een moestuin hebben.

Oosterwold is het nieuwste deel van Almere, iedereen levert zijn eigen bijdrage om aan de kleigrond een woonwijk te onttrekken. Dat verloopt niet zonder slag of stoot, maar na een jaar of drie gaat het vrij aardig. Uiteraard helpt het seizoen mee. In herfstige omstandigheden is het een barre omgeving en wraakt zich een gebrek aan opgeruimdheid. Lengende dagen maken ook de gebouwde omgeving vriendelijker, de weidsheid aantrekkelijker. De eerste wegen zijn bovendien geasfalteerd en heel geleidelijk wordt Oosterwold een gewone woonwijk. De bebouwing is noch uitzonderlijk noch van een alledaagse saaiheid, echte buitenissigheden blijven beperkt tot een kas met daarin een woning, of een veelhoekige antroposofische woning (denk het voormalige hoofdkantoor van de ING Bank in Amsterdam Zuidoost). Verder staan er opvallend veel houten huizen, een deel doet door het gebruik van vrij felle kleuren en lage puntdaken haast Scandinavisch aan.
De meeste woningen hebben niet te lijden onder enige zwaarte, met dank aan een enkele bouwlaag is de lichtheid meer dan aangenaam, wat haast wel lijkt te worden versterkt door de afwezigheid van baksteen. Nu en dan wordt een woning vergezeld van een loods of een grote schuur. Naar het schijnt doet men aan stadslandbouw, maar wie daarmee niet bekend is ziet het niet terug. De duurzaamheidsgedachte lijkt te worden onderschreven, op veel daken liggen zonnepanelen, maar bovengemiddelde aantallen zijn het niet. Afzichtelijke, hoekige, witte eenheden met daarin een ventilator – de nu zo populaire warmtepompen – zorgen in menig huishouden voor de klimaatregeling.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Er is in Oosterwold een drietal standaardkavels, maar dat betekent geenszins dat de woningen sterke overeenkomsten vertonen. Dat er naar eigen inzicht wordt gebouwd is een groot goed, een standaardtypologie bestaat niet. Het valt op dat wat zelf wordt gebouwd niet bepaald radicaal is, echte uitspattingen blijven achterwege. Een deel van de woningen, nabij de provinciale weg aan de noorzijde, is projectmatig tot stand gekomen. De Almeerse architect Jos Abbo heeft ecowoningen gebouwd, vrijstaande woningen van één of twee bouwlagen hoog, blokvormig, met veel glas en gevelbekleding van hout, cortenstaal of pleister. Drielaags glas en onvermijdelijke warmtepompen moeten het energieverbruik minimaliseren. Elders staat een langgerekt en paviljoenachtig bouwwerk van Bureau Sla. De pui aan de beide lange zijden is van glas, aan de korte zijden is gekozen voor houtwerk. Een lengte van honderd meter biedt plaats aan negen woningen. Verderop is een blok met rijtjeshuizen te vinden met een vertrouwd uiterlijk: donkerrode baksteen, een plat dak en wijkende gevels. Dit zijn sociale huurwoningen bedoeld voor statushouders. Het zijn nobele motieven die eindig bleken, de organisatie achter dit project had te kampen met achterstallige betalingen aan het woonfonds dat alles financierde en ze hielden zich volgens het woonfonds niet aan de afspraken met als gevolg: huisuitzettingen. (zie Trouw).
Uiteraard zijn er in Oosterwold een paar tiny houses te vinden en worden er aardig wat loodswoningen gebouwd. Die loodswoningen ogen rudimentair als een bouwloods en lijken eenvoudig van opzet, maar ze zijn wel degelijk goed geïsoleerd en voorzien van alle gewenste comfort. Van alles wat er wordt gebouwd, bestaat het grootste deel uit vrijstaande woningen die niet gezamenlijk worden ontwikkeld. Particulier opdrachtgeverschap wint het van collectief particulier opdrachtgeverschap. Oosterwold is een solitair gebied voor iedereen die zich kan vinden in het principe van landelijk wonen.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Waart er een pioniersgeest rond in Almere Oosterwold? Bij het bekijken van oude beelden van Almere valt op dat tijdelijke bouwwerken altijd aanwezig zijn als er vorm wordt gegeven aan het nieuwe land. De caravan als informatiepost van de gemeente, de keet waarin gedurende de bouw kan worden geschaft of die zelfs dienst doet als tijdelijk onderkomen. Het is geruststellend dat het aantal caravans, stacaravans, campers en zelfs joerts in Oosterwold hoog ligt, het zijn tekenen van dromen, nog onvervulde beloften, hoop.
De bouw begint bij de eigen woning. Zeker met beperkte middelen en wanneer er veel zelf wordt gedaan is dat een niet mis te verstane opgave. Dan moet ook nog eens de weg worden aangelegd, voor velen is dat één van de eerste en belangrijkste collectieve opgaven. Het spreekwoordelijke karrenspoor van een aantal jaren geleden is verdwenen, alle bewoners, bezoekers en bouwverkeer kunnen de bestemming bereiken. De weg is functioneel, doorgaans halfverhard met her en der kuilen en vaak doodlopend. Een aantrekkelijke verblijfsruimte is het niet, , het is  een weg naar een doel waar rondhangen een onmogelijkheid lijkt, al is het maar vanwege de ontbrekende stoep.
De meeste tuinen moeten nog worden aangelegd. Het is begrijpelijk dat daarnaar geen onmiddellijke aandacht is uitgegaan, met het privédomein komt het vast wel goed. Maar wat er in de publieke ruimte tot stand zal komen is zeer de vraag. De mogelijkheid om landschapskavels te ontwikkelen met woningen en parken – openbaar toegankelijk landschap in de woorden van de gemeente – lijkt (nog) niet te worden aangegrepen. Een voordeel van een gebied dat op laag tempo wordt ontwikkeld is wel dat er rafelranden kunnen ontstaan, ruimte die kan worden toegeëigend voor collectief gebruik. Vooralsnog ontbreken in ieder geval het kinderspeelplaatsje en het trapveld.

Binnen de zelfbouw heerst er een lichte obsessie voor organische groei. Dat een woonwijk geleidelijk groeit is een aanlokkelijk beeld. In zekere zin gebeurt dat in Oosterwold ook, maar de ontwikkeling is ruw, schoksgewijs en grillig. De woning die vol in de steigers stond blijkt ineens af te zijn. Plots ligt er een fatsoenlijke weg. Het is er groen – toegegeven dat berust op wensdenken, want veel groen is er nu nog niet. In Oosterwold zijn bepaalde delen gewoon af, terwijl op andere plaatsen de groeispurt niet lijkt te komen.

Oosterwold Almere, mei 2019 / foto Hans Jungerius

Door van het domein een privéopgave te maken, blijkt een woongebied te kunnen ontstaan met een universele aantrekkingskracht. Bijna alle woningen zijn vrijstaand en de woningdichtheid ligt laag. Maar zal het te lage voorzieningenniveau zich niet binnen afzienbare tijd wreken? Een provisorisch aangelegde weg is overkomelijk, of dat ook geldt voor het ontbreken van een school, kinderopvang, winkel of bushalte is zeer de vraag. Wanneer er een grenzeloos vertrouwen wordt gesteld in de krachten van de vrije markt en ‘het collectief’ – de mensen die hier wonen – dan mag voor het resultaat worden gevreesd. In Oosterwold is ruimte voor 15.000 woningen, is het dan geen mild pedantisme van de overheid om juist hier niets te willen? Of is het daadwerkelijk voldoende om te vertrouwen op zowel het idealisme als het altruïsme van de bewoners van Oosterwold? Als de drang wordt gevoeld, dan kan het collectief de nodige voorzieningen van de grond krijgen, mits goede bedoelingen niet ten onder gaan in oeverloos gezwets en overleg, waardoor iedere vorm van activiteit uitblijft.

Maar voorlopig gaat het er aardig gewoon aan toe. Oosterwold berust op een radicale keuze om bewoners de macht over het gebied te geven, maar verder valt het mee met de afzijdigheid, ook omdat voor de voorzieningen Amere Stad en Haven moeten worden opgezocht. Raar is Oosterwold niet, wat er wordt gebouwd oogt niet experimenteel. Stadsbouw lijkt een gemeentelijke oekaze waaraan met weinig overtuiging gehoor wordt gegeven. Op een geruststellende wijze is dit één van de Almeres, zij het dat er andere ontwerpkeuzes aan ten grondslag liggen. De tijd moet uitwijzen of Oosterwold het in zich heeft om uit te groeien tot een onafhankelijk, samenhangend deel binnen Almere. De grootte zou kunnen worden aangegrepen om Oosterwold zelfvoorzienend te maken, waardoor het alsnog een autarkisch karakter krijgt. Dat zou Oosterwold een nog unieker gebied maken, waar stadslandbouw ten langen leste zijn nut bewijst.