Afrikaanse new towns omgekeerd bekeken

Recensie —

To Build a City in Africa: A History and a Manual van Rachel Keeton en Michelle Provoost is een 440-pagina’s tellend boek met een aantal oerdegelijke historische essays en diepgravende en rijk geïllustreerde casestudies, maar ook met een erg misleidende titel. Opvallend is dat het eigenlijke onderwerp van het boek, namelijk ‘new towns’, in de titel ontbreekt, maar er is meer aan de hand.

new town in Afrika

foto International New Town Institute

Onmiddellijk na het lezen van het boek, bekroop me het gevoel dat ik het achterstevoren had moeten lezen, of dat het in elk geval in de omgekeerde volgorde tot stand is gekomen – bij de bespreking van de structuur van het boek in de introductie, wordt vreemd genoeg ook een andere volgorde van boekdelen gehanteerd. Het boek bestaat uit drie op elkaar volgende delen, van elkaar gescheiden door sfeerbeelden van new towns in Afrika: een atlas, een handleiding (a manual) en een geschiedenis (a history), voorafgegaan door een introductie door Rachel Keeton en Michelle Provoost, de bezielers van het boek, beide met een achtergrond in het Nederlandse New Town Institute.

In de introductie wordt de recente stijging van het aantal Afrikaanse new towns geschetst binnen het bredere kader van exponentiële en ongecontroleerde verstedelijking in het continent. Mooi is dat daarbij blijk wordt gegeven van een goed besef van de complexe en betwiste geschiedenis die de Afrikaanse steden kennen en, in de geest van de postkoloniale kritiek, wordt de eigen positie als ‘outsider’ tot het proces geduid. Een iets meer diepgravende definiëring van wat de auteurs nu precies als een Afrikaanse new town beschouwen was weliswaar welkom geweest. Nu moeten we het stellen met het vrij generieke ‘we have defined a New Town as a comprehensively planned, mixed-use urban development intended for more than 10.000 residents, and displaying some degree of political autonomy‘.
Een goed onderbouwde typologische opdeling van new towns in Afrika ontbreekt. Ook wat nu precies de (geïmporteerde en getransformeerde) planningsprincipes van de Afrikaanse new towns zijn, wordt weinig systematisch uitgewerkt. Dit schept soms verwarring. Hoewel de auteurs bijvoorbeeld stadsuitbreidingen expliciet niet tot de categorie van new towns rekenen, maar enkel steden die ‘from scratch’ worden opgebouwd, is het moeilijk om heel wat van de new towns uit het boek, zoals Kigamboni in Dar es Salaam of La Cité du Fleuve in Kinshasa, twee steden waarmee ik zelf ben vertrouwd, niet als zodanig te beschouwen.

Spread uit To Build a City in Africa: A History and a Manual

Spread uit het besproken boek

Verfrissend is de positie die de auteurs innemen in de introductie van het boek. Hoewel new towns vandaag als paddenstoelen uit de grond schieten in Afrika, worden ze om verschillende redenen binnen de academische wereld met argusogen bekeken en afgedaan als speculatieve stadsontwikkelingen in het tijdperk van neoliberalisering (Marcinkoski 2016), als segregatiemachines voor de Afrikaanse elite (Murray 2015), als ‘urban fantasies‘ (Watson 2013) binnen het narratief van ‘Africa rising‘ (Parnell, Pieterse and Hayson 2018), als een nieuwe vorm van kolonisatie en exploitatie, waarbij het Westen is ingewisseld door nieuwe spelers uit Azië en het Midden-Oosten, China op kop (Hulshof and Roggeveen 2010). Aangezien de new town-explosie haar climax nog niet lijkt te hebben bereikt, is het de verdienste van de auteurs dat ze verkiezen om constructief mee te denken met het planningsproces van new towns in plaats van fatalistisch toe te kijken.
Al is het academische debat natuurlijk genuanceerder dan hier wordt voorgesteld, lijkt het hoe dan ook geen slecht idee om een toenadering tussen ‘academia’ en praktijk te willen bevorderen. De auteurs lijken daarbij de rol te willen opnemen als mediator. Daaruit volgt de ambitieuze inzet van het boek: ‘Our aim with this book is to understand the challenges endemic to the vast majority of contemporary New Towns across Africa, and based on that understanding, to offer a manual for future developments that provides an alternative, inclusive, and adaptive planning approach.’ Met dit boek hebben de auteurs dus niets minder dan een handleiding voor toekomstige new towns voor ogen waarbij ze starten van de razend interessante premisse dat er lessen te trekken vallen uit het verleden, zowel uit de successen als de mislukkingen die samen de geschiedenis maken. Belangrijk is ook dat ze daarbij stadsplanning en -ontwerp wel als essentieel zien in de creatie van leefbare steden, maar niet als iets dat plaatsgrijpt in een vacuüm. Integendeel: stadsplanning hangt grotendeels af van good governance. Het is jammer dat de auteurs niet dieper ingaan op dit laatste aspect (‘it is beyond the scope of this book‘), want laat dit nu net de achilleshiel zijn van de door corruptie en slecht bestuur geplaagde Afrikaanse stad.

Spread uit To Build a City in Africa: A History and a Manual

Spread uit het besproken boek

De atlas zelf bestaat uit twee delen. In het eerste deel zien we de opkomst van new towns in Afrika afgebeeld op een serie kaarten (gevolgd door een reeks weetjes over het continent in het algemeen). Twee zaken vallen daarbij op: 1/ Dat er inderdaad sinds de eeuwwisseling een enorme toename van het aantal van new towns in Afrika valt waar te nemen, en 2/ dat de lijst met new towns van voor 2000 allesbehalve volledig is. Als ik alleen al de new towns af ga die ik ken via mijn eigen onderzoek, valt op dat de new town Pikine, gepland (en uitgevoerd) in de omgeving van Dakar door de kersverse Senegalese natie met de hulp van de transnationale planningsexpert Michel Ecochard er niet bij zit, en ook de Ville Est, midden jaren 1970 ten oosten van Kinshasa gepland (en niet uitgevoerd) door Congo’s president Mobutu met de steun van een Franse stedenbouwkundige missie, is nergens te bekennen. Wellicht was het interessanter en origineler geweest om als relatieve ‘outsiders’ tot het continent, maar ook tot de Afrikaanse stadsgeschiedenis, te focussen op de meest recente new town explosie.
De kaarten worden gevolgd door korte, maar scherpe en met sterke grafieken ondersteunde ‘city passports‘ van elk van de 148 geselecteerde new towns in de periode 1960-2017, waarbij 1960 voor een groot aantal Afrikaanse landen het begin van de dekolonisering inluidde (overigens experimenteerden koloniale mogendheden reeds met het idee van de new towns). Leerrijk zijn vooral de grafieken waarin we een overzicht krijgen voor wie de new towns in Afrika werden gebouwd (lage, midden- en hoge klasse) en wie ze precies initieerde en financierde (nationaal-internationaal).

Geheel uit het niets, en dus niet als de in de introductie beloofde les gedestilleerd uit de geschiedenis, volgt dan een manual voor Afrikaanse new towns, hier gepresenteerd als een soort addendum bij de New Urban Agenda van de Verenigde naties. New towns zijn daarin als stedenbouwkundige figuur compleet vergeten, volgens de auteurs. Geen van de tien bondig geformuleerde planningsprincipes is onzinnig: ‘planning is an ongoing process‘, ‘plan for adaptivity‘,’no new town is an island‘,…. Integendeel, de principes lijken zo universeel te zijn, dat ze voor elke new town in de wereld geldig zouden kunnen zijn, in plaats van specifiek voor de Afrikaanse new towns, en bij uitbreiding zelfs voor elke stad ter wereld. Per principe worden een aantal new towns toegelicht, maar dit gebeurt zo oppervlakkig dat het moeilijk is om uit te maken wat het precieze statuut ervan is: gaat het om best practices of wordt hier enkel de noodzaak van het principe geïllustreerd? Op geen enkel moment wordt dieper ingegaan op de relatie tussen ontwerp, economie en beleid. Uiteindelijk blijft het de vraag voor welke stedenbouwkundige deze algemene, en vaak ook evidente, planningsprincipes als een openbaring zouden kunnen werken, laat staan als een concrete handleiding. En daaruit volgt de vraag wie hier eigenlijk wordt aangesproken. De Afrikaanse planners die in feite zo goed als niet bestaan? De buitenlandse investeerders die de kwaliteit van de stedelijke ruimte niet als prioriteit hebben? De Afrikaanse stadsbewoners voor wie dit boek ontoegankelijk zal blijven? Of uiteindelijk toch de ‘academics resorting to armchair research‘?

Spread uit To Build a City in Africa: A History and a Manual

Spread uit het besproken boek

Tot slot komen we bij het derde deel, a history, met voorsprong het sterkste deel van het boek. Essays, case-studies en interviews met verschillende – maar weliswaar uitsluitend mannelijke – stakeholders in het planningsproces van Afrikaanse new towns wisselen elkaar af op een spontane, maar toch logische manier. Voor het eerst krijgt de lezer een goed beeld van de diversiteit aan new towns in Afrika, alsook aan de brede waaier aan actoren en mechanismen die hun groei stuwen. Vreemd is wel dat de case-studies (overwegend in Engelstalige landen), die blijk geven van ijzersterk historisch onderzoek, maar in tegenstelling tot wat men zou verwachten voornamelijk op de periode voor 2000 focussen, op het einde steeds worden getest aan de principes uit de manual.
Het levert een wat anachronistisch beeld op. Cases uit het verleden worden getest aan een manual voor de toekomst en dit zorgt voor een impliciete bijstelling van de doelstellingen van de manual. In plaats van ontwerpprincipes voor het bouwen van een new town, wat de titel To Build a City in Africa suggereert, wordt het een lijst van criteria om de kwaliteit van bestaande new towns te evalueren. Op zich zou dit een interessante denkoefening kunnen zijn, maar in het licht van de ambitie van het boek, betekent het wel een belangrijke koerswijziging. Een beetje ongemakkelijk is het ook om vast te stellen dat je je als lezer van het laatste scherpe essay, dat ingaat op een van de belangrijkste aspecten van new towns, namelijk de huisvesting, plots in de (erg onvolledige) bibliografie blijkt te bevinden. In feite ontbreekt hier een scherpe synthese waarin de vaststellingen uit de voorgaande teksten, geschreven door tal van auteurs, comparatief met elkaar worden uitgespeeld. Daarin zou ook dieper kunnen worden ingegaan op een aantal sleutelaspecten van Afrikaanse new towns door aansluiting te zoeken bij de recente literatuur, bijvoorbeeld over transnationale planningsexperten (Stanek 2015), ‘policy mobility‘ (Ong 2011) en opkomende financiële geografieën (Van Meerteren & Bassens 2016). Daaruit zouden ook een aantal lessen kunnen worden getrokken die dan als basis zouden kunnen dienen voor het maken van… een manual.

Concluderend is To Build a City in Africa: A History and a Manual een lezenswaardig boek voor wie geïnteresseerd is in een specifiek fenomeen binnen het overwegend ongeplande Afrikaanse verstedelijkingsproces. Het boek weet echter niet helemaal de verwachtingen in te lossen die in de (ietwat sloganeske) titel en inleiding worden geschept, namelijk dat het een handleiding zou bieden voor eenieder die van plan was in de toekomst een new town uit de grond te stampen in Afrika. Iets doet vermoeden, niet in het minst door de ietwat slank uitgevallen manual, dat ook de auteurs tijdens het schrijven van het boek hun verwachtingen een aantal keren hebben moeten bijstellen.

Enkele gerelateerde artikelen