Assemble over dynamisch lidmaatschap en collectieve verlangens

Recensie —

Thomas Rasker bezocht de lezing van Jane Hall van het Britse Assemble en ontdekte hoe hun praktijk zich ontwikkelde van studenten met ambitie naar een merknaam met internationale weerklank, waarbij onderweg iets verloren ging.

Cineroleum / Assemble / foto Adam Burt

Een honderdtal mensen van alle leeftijden hebben zich verzameld onder de betonnen luifel van DOK, voormalige havengebied in het noorden van Gent. De lezing van Assemble besluit het festival van de architectuur in Gent en luidt tegelijkertijd een nieuw semester architectuuropleiding in voor ons, studenten.

Het thema van het festival bestond dit jaar uit burgerparticipatie, bottom-up initiatieven, collectieve ruimte, verbondenheid en collaboratie. ‘Assemble is all this and more‘, vertelt Jane Hall afgezant van het Londense collectief dat volgens de festivalbrochure op het snijvlak tussen architectuur, kunst en design opereert. De zon in de Gentse haven staat zo laag dat ze onder het betonnen afdak doorschijnt en zowel publiek als projectiescherm zijdelings belicht. Hierdoor komen de pastelkleurige beelden van Assemble fletser over dan bedoeld en raken soms zelfs volledig ontkleurd. Een kleine ramp voor Hall, een opluchting voor mezelf, want de frisheid van hun aanpak komt wellicht meer tot zijn recht zonder aandachttrekkende glossy beelden. Een onbedoelde #nofilter voor een team dat zich via de sociale media zo goed weet te presenteren.

Hall neemt ons geheel traditioneel mee in een chronologische lezing van en over het collectief. Dat verhaal begint in 2010, wanneer een handvol nog-niet-afgestudeerde architecten het initiatief neemt om een verlaten tankstation aan een drukke weg in hartje Londen op te waarderen tot plek van samenkomst: een openluchtcinema. Het archetypische tankstationafdak vormde de readymade die enkel weerbestendige gordijnen en stoelen behoefde om een verloren plek in de stad om te toveren tot openluchtcinema slash buurtcafé. Het team ging aan de slag met hoofdzakelijk afgedankte of gedoneerde materialen en onstuitbaar enthousiasme. ‘No plans, no drawings!‘ klinkt het. De initiatiefnemers slaagden erin medestudenten, familie, buurtbewoners te betrekken in het helpen stikken van gordijnen en timmeren van een podium. Het zelforganiserende team weet, dankzij handig gebruik te maken van de sociale media, ook professionele podiumbouwers en akoestiek experts te bereiken die graag met hun expertise bijdragen aan de bouwvreugde. De Assemble leden mogen dan initiatiefnemer zijn, de meest ervaren aanwezige op de bouwplaats krijgt op natuurlijke wijze de leiding, waardoor die van dag tot dag wisselt. Zowel verantwoordelijkheid, als leiderschap, als het eigendomsrecht wordt zo gedeeld. Wie een namiddag meestikt aan de zilveren gordijnen eigent zich het eindresultaat voor een stuk toe. Hierdoor vormt het Cineroleum voor de buurt een gedroomde ontmoetingsplek nog voor er in de cinema één voorstelling heeft gedraaid.

Collectief als strategie
Uit het succes van het project ontstaat Assemble, een studio die zich vooral zal toeleggen op het herbekleden van publieke restruimte en het bedenken van concepten om die ruimte heruit te vinden. Community workshops produceren keramische tegels die uiteindelijk gevels en vloeren zullen sieren van nieuwe projecten en brengen in één beweging ook de toekomstige gebruikers oog in oog met elkaar. Hun eigen praktijk brengen ze onder in een simpele schuurconstructie die ze bouwen op een centraal stukje Londense restruimte; er is ook plaats voor kunstenaarsateliers en workshopruimte, in het anders onbetaalbare Londense stadscentrum. Hun succesformule, ontwikkeld en getest bij het Cineroleum weten ze door te trekken in hun eigen praktijk. De media-aandacht die Assemble zo goed weet op te zoeken trekt nieuwe opdrachten aan, die ze vervolgens handig weten door te spelen aan het creatieve geweld waarmee ze zich in hun atelier hebben omringd. Een Assemble lidmaatschap betekent voor een kunstenaar een shortcut naar werk en presenteert het collectief naar de buitenwereld toe als een dynamisch team dat zich bij elk project opnieuw samenstelt en uitvindt. Het team lijft bij voorkeur ook opdrachtgevers en toekomstige gebruikers in. In Hall’s slagzin ‘Welcome to the Assembly line!‘ weerklinkt hun eeuwige optimisme, én het productie-delirium dat hun projecten kenmerkt.

Best of both worlds?
Assemble heeft bij projecten dan wel ruimte geleverd, de architecturale meerwaarde van deze ruimtes lijkt bijzaak. De aandacht tijdens de lezing, en schijnbaar ook in hun ‘architectuur’, gaat naar het aankleden van deze ruimtes en dan toch vooral de gevel, met de handgemaakte kleurrijke keramiek afkomstig van hun ‘architectural ceramics’ workshop in Liverpool. Hun praktijk bevindt zich zogezegd op de grens van architectuur, design en kunst, en die grens is tegelijk ook de enige non-place waar hun werk kan bestaan. Door zich als hybride te presenteren lijken ze noch op artistiek, noch op architecturaal vlak een standpunt te willen innemen of een bijdrage te willen leveren. Het werk kan zo enkel gewaardeerd worden als vluchtig evenement, vergelijkbaar met een festivaldecor dat de categorisering als kunstwerk of gebouw niet overleeft.
Wanneer Assemble in 2015 de Turner Prize uitgereikt krijgen, een belangrijke geldprijs bedoeld voor beloftevolle kunstenaars, wordt dit voor iedereen duidelijk. De toewijzing van de kunstprijs aan de groep ‘architecten’ herinnert ons eraan dat zowel kunst als architectuur op veel waardering van buitenaf kunnen rekenen wanneer ze op therapeutische wijze maatschappelijke processen begeleiden.

De maatschappelijk werker vinden we terug in de visie van Assemble, die zichzelf beschouwen als ‘begeleiders van verschillende processen, gaande van het bouwen tot het toe-eigeningen van de gecreëerde plek die de gebruikers moet verenigen tot ware gemeenschap’, aldus Hall. De Turnerprijs jury ziet in dit opzicht misschien geen verschil tussen de architectuur van Assemble en andere installaties of performance art, een projectontwikkelaar ziet dat wél. De hype die Assemble weet op te wekken rond hun projecten en het festival dat jong en oud kan samenbrengen onder het mom van architectuur, maakt van het collectief dé partner bij uitstek om achtergebleven wijken tijdelijk op te fleuren en nieuw leven in te blazen. Het is dan ook de vraag hoelang het ‘gebouw’ en haar kersverse community het overleven wanneer Assemble uiteindelijk de boel aan hen overlaat en vertrekt, en ook de hype die ze zo goed wisten op te wekken, hen volgt. Zou het Cineroleum nog bestaan?

Waar zullen we Assemble terugvinden?
Na de presentatie van een mix aan Londense activiteiten komen we eindelijk te weten wat Assemble, naast het festival van de Architectuur (f/A), naar Gent brengt. De Vlaamse architectuurscène staat meer dan ooit in de spotlights mede dankzij het gunstige wedstrijdklimaat dat gecreëerd wordt door de Open Oproep. De via de media gretig gepubliceerde jonge studio vertegenwoordigt een ‘joyful wildness’ (tevens de titel van de lezing van vanavond) waar grote spelers als het Londense bureau Alan Baxter zich graag mee associëren. Dankzij het derde teamlid, het jonge Brusselse bureau Czvek Rigby, vinden de Britten een ankerplaats in het Vlaamse. De samenwerking werpt vruchten af, eerder al werd hen de uitbreiding van atelierruimte voor een kunstacademie in Zwevegem gegund, en het is ook deze teamsamenstelling die nog in running is voor de make-over van het Kaaitheater in Brussel én op de shortlist stonden voor de aanbouw van een nieuwe vleugel voor Het Design Museum in Gent. Het is Maxime Czvek zelf die tijdens de lezing van Hall het podium opklimt en de resterende powerpoint slides voor zijn rekening neemt. Hij toont ons hoe de samenwerking met Assemble verloopt in de vorm van snapshots van maquettes, collagebeelden en conceptschema’s. Het komt nogal traditioneel en schools over in vergelijking met het speelse opportunisme dat Hall ons eerder toonde. Het lijkt er niet op dat Czvek en Rigby zijn toegetreden tot het Assemble collectief, maar dat het op eigen bodem de Belgische architecten zijn die de Assemble-architecten tonen hoe we in Vlaanderen aan architectuurcompetitie doen. ‘They know how Belgium works‘, geeft Hall toe. Het is dan ook afwachten op welk moment en in welke vorm we de Assemble die we leerden kennen in het eerste uur, terug zullen vinden in de samenkomst van beide bureaus in één project. Zelf kunnen ze er alleszins nog weinig over kwijt, aangezien de procedure rond het Kaaitheater nog loopt en dus highly classified is. Het dieptepunt wordt gevormd door een foto-slideshow waar het wedstrijdmateriaal in kwestie is uitgeknipt en we mensen een witte leegte zien bespreken.

We concluderen
We zagen tijdens de lezing mooi uiteengezet hoe een praktijk kan groeien van studenten met ambitie naar een merknaam met internationale weerklank. De lezing werd entertainend gebracht en het gros van het publiek lijkt aangenaam verzadigd. Laat dit nu net zijn wat je het Assemble-effect zou kunnen noemen. Wat de lezing miste, en wat het collectief zelf lijkt te missen, is de actueel-politieke dimensie. Hoe kan men spreken over vorming van een cultureel collectief, en zwijgen over het collectief als noodzakelijke strategie om te kunnen overleven als kunstenaar of architect. Er wordt geen enkele poging gedaan om de hen toebedeelde rol van architect als maatschappelijk werker te problematiseren. Zit er dan geen enkele activist in hun multidisciplinair collectief? Wie spreekt over heropleving, activering en burgerparticipatie kan niet zwijgen over de Londense vastgoedmarkt, leegstand, of gentrification. Zonder enige vorm van zelfkritiek, of zonder je positie te bepalen in het grotere verhaal van de stad rest dan niets anders dan bij te dragen aan de mediatisering en reductie van de architectuur tot, inderdaad, een festival.

Enkele gerelateerde artikelen