I Am Gentrification, een geslaagde aflaat van een gentrifier vol zelfspot

Recensie —

Op het einde van de documentaire I Am Gentrification wijst een beschuldigende vinger naar de kijker. Ja, ook JIJ bent gentrificatie wil de Zwitserse filmmaker Thomas Haemmerli duidelijk maken. De film is een van de Archined-tips voor het AFFR.

Hammerli in de documentaire I Am Gentrification

Still uit de documentaire I Am Gentrification

De beschuldigende vinger van Haemmerli roept meteen de vraag op: geldt dat ook voor mij? Mijn man en ik wonen als hogeropgeleiden, werkzaam in de media en creatieve sector, in een klushuis in een oude volksbuurt in Rotterdam. Tegenwoordig worden de woningen in onze buurt verkocht voor bedragen die twee jaar geleden nog onvoorstelbaar waren, en heeft de filterkoffie in de koffiezaken plaats gemaakt voor soja-latte’s. Op dit moment ben ik zelfs aan het nadenken over de aanschaf van die verguisde bakfiets. Dus: Ja, ik beken, ik ben óók een gentrifier.

Gentrificatie is het proces waarin goedkope woningen worden getransformeerd in comfortabele appartementen, of vervangen door duurdere. Kansarme bewoners maken plaats voor kansrijke, en voorzieningen passen zich aan bij de nieuwe bevolkingssamenstelling. In een stad als Rotterdam ben je als hogeropgeleide al gauw onderdeel van die gentrificatie: de gemeente heeft vrij duidelijk voor ogen welk type bewoners ze graag verwelkomen in de stad: hoogopgeleide en kapitaalkrachtige middeninkomens. Die wens heeft zich de afgelopen jaren geuit in verschillende beleidsplannen, van de Rotterdamwet, klushuizen-projecten tot de huidige sloop van veel sociale huurwoningen, zoals in Crooswijk en de Tweebosbuurt.

Ik bekeek de documentaire I am gentrification met de verwachting iets zinnig te horen over dit woondilemma: waar kun je als hogeropgeleide en kapitaalkrachtige burger gaan wonen zonder bij te dragen aan dat proces van verdringing? De film zet je vanaf het begin echter op een andere spoor. Je vraagt je af waar het heen gaat, en ondanks dat wonen, bouwen en vastgoed de rode draad vormen, duurt het tot halverwege de documentaire voordat het woord gentrification voor het eerst valt.

Verwacht dan ook geen academisch vertoog over gentrificatie, of een film die de zwaarte draagt van het persoonlijke woondilemma dat ik zojuist schetste. De film is in eerste plaats een humoristisch egodocument dat de persoonlijke woongeschiedenis van de filmmaker vertelt. Na zijn geprivilegieerde jeugd in een huis met personeel volgen wilde jaren als idealistische kraker en in de jaren negentig zet hij zijn eerste stappen als yup én gentrifier in Zürich. De filmmaker schuwt hierbij geen persoonlijke details. De documentaire is doorspekt met veel persoonlijk videomateriaal, dat Haemmerli (1964) zijn hele leven heeft geschoten. Ook zijn huidige vrouw kent geen genade van de camera tijdens haar keizersnede.

Still uit de documentaire I Am Gentrification

Still uit de documentaire I Am Gentrification

Het verhaal stopt echter niet bij het yuppiedom van de jaren negentig. Haemmerli ontpopt zich na 2000 tot een soort super-gentrifier op internationale schaal. Zijn carrière als journalist, en de liefde, brengen hem naar verschillende wereldsteden waar hij er niet aan kan ontsnappen bij te dragen aan gentrificatie: hij koopt vastgoed in São Paulo, Mexico-stad tot en met Tblisi. De film werpt daarmee een internationaal perspectief op gentrificatie. We moeten niet denken dat het een exclusief Westers fenomeen is. Haemmerli laat zien hoe dit op elke plek weer zijn eigen specifieke uitwerking heeft. De (politieke) oorzaken en maatschappelijke gevolgen van gentrificatie komen op een luchtige manier aan bod en de humor zorgt ervoor dat de grote hoeveelheid informatie en soms snelle wisselingen van locatie te verdragen zijn.

Een thema dat door de hele film regelmatig de kop op steekt is zijn aanklacht tegen Zwitserse xenofobie. In het publieke debat over immigratie steekt in Zwitserland met enige regelmaat de term ‘density-angst’ op, een angst voor een te hoge bevolkingsdichtheid en bijhorende stress. Rechtse politici in Zwitserland benadrukken graag dat door immigratie er elk jaar ‘een stad ter grote van Sankt Gallen’ (75.000 inwoners) bijkomt en dat het daarom te druk wordt in de treinen en in de steden; een variant op ‘vol=vol’.

Haemmerli, die je in de documentaire ook ziet optreden als opiniemaker in talkshows, laat zien dat de krapte op de woningmarkt eerder te maken heeft met allerlei nieuwe woonwensen, zoals dat iedereen groter wil wonen, ouderen langer in een groot huis blijven, en dat het hebben van twee badkamers een statussymbool is geworden. Maar wat vooral een rol speelt is een volgens hem onbegrijpelijke afkeer van modernisme en hoogbouw met stijgende vastgoedprijzen en gentrificatie tot gevolg. Hij verwijst veelvuldig naar São Paulo als de modernistische tegenhanger van het kleingeestige Zwitserland.

Haemmerli laat zien hoe ideeën over architectuur en stedenbouw worden gekaapt door xenofobische sentimenten in het immigratiedebat. Hetzelfde zien we in Nederland gebeuren in het debat over de huidige krapte op de woningmarkt. Asielzoekers krijgen makkelijker de schuld dan het beleid dat de toegang tot, en het aanbod van, de sociale huursector beperkt. De gentrificatie processen, of ze nu overheids- of markt gedreven zijn, doen de rest.

De oude activistische kraker die een super-gentrifier werd, je zou het cynisch het morele failliet van een generatie kunnen noemen. Haemmerli is zich bewust van dit dilemma. De ondertitel van de documentaire luidt dan ook confessions of a squandrel (confessies van een schurk). Met deze documentaire vol zwarte zelfspot heeft deze ‘schurk’ een mooie poging tot een gentrificatie-aflaat afgeleverd.

Enkele gerelateerde artikelen