De stad verdichten én vergroenen graag

Opinie —

Ben je voor of ben je tegen? Soms lijkt het zo simpel. Ja, ik ben voor verdichten om groen aan de randen van de stad te sparen. Maar voor of tegen Parkhaven? Lastig. Voor de duidelijkheid, Parkhaven is het plan om zo’n 700 woningen te bouwen aan de Rotterdamse kade waar ook de Euromast staat. Officieel tegen Het Park aan, maar gevoelsmatig in Het Park. Dit voorjaar besluit de gemeenteraad of het plan door kan gaan.

screenshot website parkhaven

Parkhaven, Ontwikkelcombinatie ParkHaven Partners / screenshot

Rotterdam heeft zichzelf, net als andere grote steden in Nederland, een flinke bouwopgave opgelegd. De stad wil 50.000 woningen erbij tot 2040, waarvan 18.000 vóór 2022. En Rotterdam wil, net als andere gemeenten, zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen. Dat betekent dat groen in de stad er geregeld aan moet geloven.

Wie tijdens de Rotterdamse architectuurmaand de maquette van de stad bezocht in het oude Postkantoor aan de Coolsingel, zag de piepschuimen bouwblokjes al tegen Het Park aan staan. Inderdaad, een prachtige plek om te bouwen, met het groen in de rug en weids uitzicht over de Nieuwe Maas. Ik geef de projectontwikkelaars geen ongelijk: wie zou daar nou niet willen wonen?

Maar wie de kaart van wethouder Bas Kurvers (VVD – Bouwen, wonen en energietransitie gebouwde omgeving) bekijkt met daarop alle potentiële bouwlocaties ziet dat deze specifieke plek langs het Park daar niet op staat. Hoe kan dat?
Het Parkhavenplan is een zogenoemd unsolicited proposal, of in goed Nederlands een ‘ongevraagd voorstel’. Via een versoepeling van regels en een versnelling van procedures hoopt de gemeente meer bouwplannen te kunnen realiseren. Parkhaven is zo’n initiatief vanuit ‘de markt’. Een consortium van bouwers, beleggers en een woningcorporatie bedacht het in alle stilte, en bood het plan eind 2018 aan de gemeente aan. Die besloot in april 2019 de mogelijkheden te willen verkennen. In de woorden van wethouder Kurvers: “Het is een kade die volop potentie heeft.”

De gemeente stelde randvoorwaarden vast voor eventuele woningbouw aan de Parkhaven, waarover de gemeenteraad eind januari 2020 beslist. De definitieve ‘ja’ of ‘nee’ voor het plan valt in april of mei van dit jaar. Ondertussen organiseren de planbedenkers een participatietraject. Met informatie- en inspraakavonden. En daar wringt het, want wat valt er voor omwonenden te participeren aan een plan dat tot in de puntjes is uitgedacht? Zoals een bewoner in november tijdens een publieke debatavond in Arminius zei: “Ik was op een zogenaamde inspraakavond. De gemeente presenteerde het plan, en dat was het kader. Het ging helemaal niet over de stedenbouwkundige visie of over de alternatieven.”

Ruim 6000 bewoners uitten hun ongenoegen in een petitie tegen het Parkhavenplan. Sommige bewoners noemen de gang van zaken ‘ondemocratisch‘. Daar valt wat voor te zeggen. De bewoners hebben het gevoel niets in te kunnen brengen en worden weggezet als ‘nimby’s’. In Arminius vertrouwden bewoners me toe dat ze het plan desnoods tot aan de Raad van State zullen aanvechten. Het lijkt me ook niet handig dat op inspraakavonden, die officieel dus georganiseerd worden door de ontwikkelaars, het plan door gemeenteambtenaren wordt presenteerd. Geen wonder dat bewoners het gevoel hebben dat alles al beklonken is.

Maar ik wil het hier niet over bestuurlijke processen en participatie hebben. Er is namelijk iets anders dat mij dwars zit. En dat sluit nauwer aan bij wat weer een andere bewoner in Arminius zei: “Houd in godsnaam een stukje Rotterdam open.” Zevenhonderd woningen is een fors aantal. Het nieuwe wijkje Little C aan de overkant van Het Park, tegenover het Erasmus MC, heeft ‘slechts’ 320 woningen. Parkhaven gaat over meer dan het dubbele aantal woningen. De bebouwing zou bovendien het zicht op Het Park belemmeren en liefst drie Rijksmonumenten inklemmen. Niet alleen de Euromast, maar ook (de ingangen van) de Maastunnel, en Het Park zelf, een ontwerp van J.D. Zocher.

Houd in godsnaam een stukje Rotterdam open. Ja, dat gevoel bekruipt mij ook steeds vaker. In de straten rondom mijn huis in West wordt druk gebouwd. Tijdelijke buurttuinen verdwijnen voorgoed voor nieuwbouw. Stipt om 7 uur ’s ochtends hoor ik de heimachine al. De volgroeide boom waar ik vanuit mijn keuken op uitkeek is gekapt, waardoor ik nu grijs verschoten trespa-platen zie als ik naar buiten kijk. Op de plek van de boom moeten drie appartementen verrijzen.

Verdichten, natuurlijk, ik ben voor. Maar kan het ook anders? Verdichten én vergroenen? Van de chief resilience officer van Milaan hoorde ik afgelopen zomer op een congres dat Milaan drie miljoen bomen wil planten voor 2030 en twintig nieuwe parken gaat aanleggen van minimaal één hectare per stuk. Drie miljoen bomen, twintig parken! Rotterdam moet het doen met een groene strook kade voor Little C, en noemt dat dan Coolhavenpark, terwijl er naast de Euromast een stuk groene kade met driehonderd volgroeide bomen dreigt te verdwijnen.

Dit is geen exclusief Rotterdams probleem. UvA-planoloog Mendel Giezen analyseerde satellietbeelden van Amsterdam in 2003 en 2016, en liet zien dat door verdichting groen in de stad verdwijnt en steeds sterker versnipperd raakt. Zijn conclusie? “Het Amsterdamse beleid voor stedelijke groene ruimte [schiet] tekort om de negatieve effecten van stedelijke verdichting op te vangen. Het streven naar een duurzame stad wordt zo lastiger te realiseren.”
Het is niet altijd zo geweest. Vroeger gingen verdichting en vergroening hand in hand. In hun pleidooi voor behoud van de Amsterdamse scheggen wezen Philomene van der Vliet en Jan Maas erop dat de hoofdstad een rijke traditie kende van investeren in royale groenstructuren ten tijde van grote stadsuitbreidingen.

Ook Rotterdam heeft een traditie van groen. Denk aan de groene singels die in de negentiende eeuw volgens het singelplan van stadsbouwmeester W.N. Rose zijn aangelegd, ontworpen door vader en zoon Zocher. Rose’s opvolger, W.G. Witteveen, had in de jaren 1920 nog een groene verbinding tussen Eendrachtsplein en Het Park in gedachten. Een groene wig die lucht zou geven aan de immer drukker wordende stad.
Daar is nagenoeg niks van over. Het Park, in de gebiedsvisie van 2009 als ‘oase van rust’ aangeduid, wordt steeds verder ingeklemd. Het Museumpark, idem dito. Het nieuwe depot van Museum Boijmans van Beuningen heeft er een flinke hap uitgenomen. De bomen die er in het grind stonden – door degenen die er wilden bouwen smalend ‘kattenbak’ genoemd – zijn allemaal verdwenen.
Ook op andere plekken zit het groen in de knel. Het Kralingse Bos? Daar wordt een nieuwe villawijk tegenaan gebouwd. Zuiderpark? Daar kun je binnenkort zelfs in wonen, op de voormalige tennisbaan. Het Dakpark? Er lopen verkenningen voor nieuwbouw aan beide uiteinden van dit groene bewonersinitiatief. En aan weerszijden van het Dakpark zijn al grootse bouwplannen. Aan de ene kant liggen de Merwe Vierhavens (“M4H”) met plek voor 5000 woningen. Aan de andere kant zijn de appartementencomplexen van The Hudsons reeds in aanbouw. Rotterdam raakt voller.

Natuurlijk zijn er ook plannen om de stad te vergroenen: er moet twintig hectare groen bij in deze collegeperiode. Maar het probleem is dat dat groen, net als in Amsterdam, zo ontzettend versnipperd raakt. “Het wordt sprokkelen”, erkende de wethouder van buitenruimte, Bert Wijbenga (VVD – Handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven) over zijn groene doelstelling.
Tijdens het Rotterdamse Stadmakerscongres op 8 november lanceerde de wethouder een nieuw plan, ‘The Big Five‘ genaamd. Op vijf plekken in de stad wil de gemeente de openbare ruimte opknappen en vergroenen. In Wijbenga’s woorden: “projecten met een wow-factor, waarvan iedere Rotterdammer zegt, dit is gaaf”. Maar hoe mooi dit ook klinkt, greenwashing ligt op de loer. Toefjes groen voor de sier, terwijl wat er echt nodig is om tegenwicht te bieden aan het bouwgeweld, een stevige, liefst aaneengesloten groenstructuur is.

Hoe te beginnen? Ik doe mijn ogen dicht en droom van een nieuw Rotterdams icoon. Geen gebouw dit keer, maar een groen, openbaar en voor iedereen toegankelijk nieuw park. Een echt park waar je in kunt verdwalen, de stad even kunt vergeten, de uitlaatgassen niet meer inademt, het verkeer niet meer hoort, maar de vogeltjes hoort fluiten. Een park dat meer is dan een WOZ-verhogend decor of leuke aankleding voor horeca. Ik hoef geen Rotterdamse variant van de highline, geen strook groene kade dat voor park door moet gaan, ik wil geen getijdenparkjes die vooral leuk zijn om naar te kijken. Ik zit ook niet te wachten op een gimmickpark met lichtgevende plantjes of een dobberend bos, ik wil gewoon, een nieuw normaal park. Groot en groen.

Voor? Ja, hier zou ik volmondig voor kunnen zijn.

Enkele gerelateerde artikelen