Terug naar de Akbarstraat. Oude en nieuwe vragen over stedelijke vernieuwing

Kijk & Luister —

Bijna twintig jaar geleden maakte Felix Rottenberg een documentaire over de Akbarstraat in de Kolenkitbuurt, net over de Ring in Amsterdam-West. Nu is Rottenberg met regisseur Gülşah Doğan terug in de buurt en zij maakten een tweeluik over ‘samenleven’ in een gentrificerende multi-etnische wijk, dat wordt uitgezonden op woensdag 22 en donderdag 23 januari om 22.15 uur NPO2.

Nieuwbouw met kolenkit

Nieuwbouw met Kolenkit / still uit documentaire

Voor zijn documentaire uit 2002 betrok Felix Rottenberg (oud PvdA-voorzitter en nu maatschappelijk bestuurder) een leegstaande winkel om van daaruit het dagelijks leven in een buurt die voor tachtig procent bestond uit bewoners met een migratie achtergrond in kaart brengen.

Het nieuwe tweeluik is een indringend portret van een buurt en zijn bewoners. Sterk zijn de flashbacks naar de vorige film en de gesprekken met bewoners die ook al een rol hadden in de documentaire uit 2001. Het eerste deel gaat vooral over emancipatie via de verhalen van individuele bewoners. Deel twee is een verhaal over integratie van verschillende bevolkingsgroepen en stelt indirect doordringende vragen over stedelijke vernieuwing, gentrificatie, sociaal beleid, architectuur en stedenbouw.

De Kolenkitbuurt in Bos en Lommer, stadsdeel Amsterdam West werd in 2007 gelabeld als armste wijk van ons land. De buurt werd eind jaren veertig van de vorige eeuw gebouwd, bestond uit portiek-etage flats en  vernoemd naar de iconische Opstandingskerk van architect Marius Duintjer, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw op de nominatie stond voor sloop en nu de blikvanger is in de buurt. Inmiddels ondergaat de buurt een grootscheepse ruimtelijke transitie. Het zuidelijk deel in de oude verkaveling is zo goed als klaar, noordelijker is de vernieuwing nog volop gaande en wordt radicaal gebroken met de oude structuur.

sociale woningen met op de achtergrond het nieuwe Rhapsody gebouw

Sociale woningen met op de achtergrond het nieuwe Rhapsody gebouw/ still uit documentaire

“Wij zijn nu de ‘autochtone’ bevolkingsgroep,” zeggen verschillende buurtbewoners met een migratie achtergrond; “wij zitten hier nu het langst en we zijn met velen, de groep van oudere oorspronkelijke ‘witte’ bewoners is nog maar klein.” Niet alleen wonen zij er nu het langst, onder hen bevindt zich ook een opkomende middenklasse. De nieuwkomers van nu zijn de (grotendeels witte en beter verdienende) bewoners die zijn opgeschoven van binnen de Ring naar er net buiten.

Als Rottenberg praat met volwassenen die hij in de eerdere documentaire als schoolkind vroeg naar hun toekomstdromen, ontstaat direct een beeld van de weg die sommigen hebben afgelegd. Ontroerend en inzichtelijk is het interview met Emre Uzun. Als kind is zijn toekomstdroom ‘politie’ te worden. Maar hij gaat psychologie studeren en via een stage werkt hij nu bij een ggz instelling. Hij vertelt dat hij zich niet thuis voelde op de universiteit en dat hij het moeilijk had bij zijn werkgever. Zijn studie vroeg om zelfreflectie, om het tonen van kwetsbaarheid. In zijn werk vond men hem te weinig zichtbaar. Hij legt uit dat hij is opgevoed om er te zijn voor anderen, om zijn eigen emoties uit te schakelen en om juist niet zichtbaar te zijn. Van onderdeel van een collectief moest hij een individu worden.

ouderinitiatief

Ouderinitiatief / still uit documentaire

De film stemt niet optimistisch over integratie. Het lijkt erop dat individueel velen hun weg wel vinden in de Nederlandse samenleving, maar dat in een buurt als de Kolenkit de verschillende groepen bewoners weinig met elkaar te maken hebben of willen hebben en dat sinds 2001 de verhoudingen juist zijn verhard. Geboren Nederlanders met een migratie achtergrond vertellen in de film dat zij zich minder Nederlander voelen dan twintig jaar geleden. ‘Wij moeten steeds maar meer integreren is de eis, maar wat we ook doen, het zal nooit genoeg zijn, nooit zullen we als Amsterdammer of Nederlander worden geaccepteerd.’ Zij trekken zich terug in hun eigen bastion, zoals de oudere witte bewoners dat al eerder deden. En nu is er een nieuw integratieprobleem. De nieuwe bewoners van de wijk die zich de vrije huren en koopwoningen kunnen permitteren – creëren opnieuw een tweedeling.

Een burgerinitiatief om een groep ‘witte’ kinderen naar de Bos en Lommerschool te sturen brengt zijn eigen problemen met zich mee. De ouders willen dat hun kinderen ervaren hoe de samenleving in hun wijk in elkaar zit, maar hadden als voorwaarde aan de school gesteld dat hun kinderen allemaal in dezelfde klas zouden komen.
De school wil af van het stempel ‘zwarte’ school en gaat akkoord. Zij zien het als een begin en verwachten dat binnen een paar jaar meer klassen gemengd zullen zijn. Op een ouderavond legt de directie het beleid uit. Dat valt niet goed bij de andere ouders. Hoezo zijn hun kinderen niet goed genoeg om bij in de klas te zitten? Waarom een eiland creëren in de school? En, opnieuw, als je in deze wijk komt wonen, dan moet je je aan ons aanpassen.

Sociale woningen en het nieuwe Rhapsody gebouw

Sociale woningen en het nieuwe Rhapsody gebouw/ still uit documentaire

Appartementencomplex Rhapsody werd opgeleverd in juni 2019: 239 woningen in het hogere huursegment (rond 1300 euro). Het kreeg lovende besprekingen in de pers en miste op het nippertje de Amsterdamse architectuurprijs. Maar in de film zijn buurtbewoners kritisch. Voor hen symboliseert het project de gentrificatie van hun buurt.

Sta je met je rug naar de wijk dan zie je inderdaad een architectonisch onderscheidend project, met een rijke publieke ruimte tussen de blokken, een vriendelijke plantenkas als ontmoetingsruimte en een buurthuiskamer in de plint op komst.
Draai je je om en kijk je naar de buurt dan komen de twijfels en de vragen. Willen we in een arme stedelijke vernieuwingsbuurt zo duidelijk laten zien dat mensen die een hogere huur betalen ook in een mooier en rijker gebouw met fraaie buitenruimte wonen? Bevordert dat integratie? Gaat dat mooie opgetilde maaiveld boven de parkeergarage tussen de blokken echt publieke ruimte worden waar iedereen uit de buurt welkom is? In theorie wel, maar er is geen enkele vanzelfsprekende route tussen de blokken door en dan moet je ook nog de trap op. Hier voel je je een gast van de omwonenden en kom je alleen als je er iets te zoeken hebt.

Ontwerpers Tangram Architecten en conceptontwikkelaars Urban Sync vinden dat zij alles uit de kast hebben gehaald voor een geslaagd project, ook in de verbinding naar de buurt, waar kunstenaarscollectief Cascoland (met een trackrecord in de wijk) zorgde voor afstemming en interessante toevoegingen, zoals de buurtkas, de buurthuiskamer, communitymanagers en een logeerruimte. Zij zijn overtuigd dat het complex goed is voor diversiteit in de wijk.

Rhapsody markeert ook het verlies aan echte publieke ruimte en publieke voorzieningen – ruimte en voorzieningen waarvan het eigenaarschap bij de gemeenschap ligt – een ontwikkeling waar elke wijkvernieuwing mee te maken heeft en waar de film helaas weinig aandacht voor heeft. Het Jan van Schaffelaarplantsoen waar Rhapsody nu staat was ooit publieke ruimte met een buurthuis en speelplekken.

Wijkoverzicht nieuwbouw voor oudbouw

Wijkoverzicht nieuwbouw voor oudbouw / still uit documentaire

‘Terug naar de Akbarstraat’ komt op een moment dat buurt en wijk weer terug in de aandacht zijn, bij beleidsmakers en (sociale) professionals. Tien jaar lang waren deze uit beeld. De extra impuls die PvdA-minister Ella Vogelaar gaf aan veertig ‘aandachtswijken’ had een korte levensduur, de ISV-gelden (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) liepen af, de rol van de corporatie werd ingetoomd. Sociaal beleid werd minder buurtgericht en veranderde in veel grote steden bijvoorbeeld in arbeidsmarkttoeleiding. Dat de buurt met het netwerk van de bewoners en publieke ruimte een belangrijke rol kon spelen in die sociale doelstellingen werd niet meer gezien. Maar de buurt is de schaal waar ruimtelijke en sociale ontwikkelingen elkaar raken. Van energietransitie, emancipatie en integratie tot begeleiding van ‘verwarde’ mensen.

De documentaire geeft geen antwoorden, wel inzichten, met name over menging en integratie. Voor Emre Uzun staat het belang van integratie niet ter discussie,  hij ziet zijn kinderen graag opgroeien in een wijk die meer gemengd en geïntegreerd is, omdat zij dan verschillende waarden en vaardigheden meekrijgen die hij miste op de universiteit en in zijn werk, omdat hij als kind nooit kinderen uit andere bevolkingsgroepen ontmoette. Zowel het beleid van de school als het programma van Rhapsody roepen vragen op. Goede bedoelingen, maar is dit het juiste antwoord als zoveel bewoners aangeven dat in twintig jaar de tegenstellingen alleen maar groter zijn geworden?

Enkele gerelateerde artikelen