The Amsterdam Agenda

Recensie —

Hoe pakken wereldsteden de grote opgaven rond verstedelijking, klimaat en energie aan? Wat kan er geleerd worden van andere steden? En wat gebeurt er feitelijk op dit moment? Vincent Kompier las parallel de recent verschenen boeken The Amsterdam Agenda, 12 good ideas for the future of cities en Amsterdam Urban Design, Work in progress 2020 en concludeert dat ideeën mooi zijn, maar dat alles aankomt op de uitvoering ervan.

The Amsterdam Agenda 12 good ideas for the future of cities / Daan Roggeveen en Michiel Hulshof

The Amsterdam Agenda, 12 good ideas for the future of cities

Ideeën voor inspiratie
Wereldwijd lopen steden tegen dezelfde problemen en uitdagingen aan. Verstedelijkingsdruk, klimaatopgave, energievraagstuk: u kunt ze ongetwijfeld met net zoveel gemak achter elkaar opdreunen als ik. Journalist Michiel Hulshof en architect Daan Roggeveen vatten na hun gezamenlijke boek How the City Moved to Mr Sun over Chinese megasteden het idee op om verhalen over deze uitdagingen breder uit te dragen en te vertalen naar twaalf goede ideeën voor de toekomst van steden. Aan de basis ligt een lezingencyclus die de Amsterdamse Academie van Bouwkunst in 2018 organiseerde, geïnitieerd door hoofd stedenbouw Marcus Appenzeller. Tijdens deze International Lecture Series gaven dertien sprekers komend van over de hele wereld hun visie op de ontwikkeling van wereldsteden. Doel was om binnen de Amsterdamse context ideeën op te doen door te kijken hoe andere (wereld)steden met de uitdagingen van vandaag en morgen aan de slag gaan. Het waren niet alleen architecten die voordrachten hielden, ook planners, activisten, journalisten, filosofen en adviseurs waren onderdeel van het palet dat een breed scala aan onderwerpen behandelden. Zo beschrijft Florian Idenburg de toekomst van werk vanuit zijn thuisbasis New York. Inge Goudsmid van bureau OMA analyseert hoe in Hong Kong dichtheid de sfeer in de stad dicteert. Selva Gürdoğan en Greger Thomsen van bureau Superpool gingen in Istanbul op zoek naar de (ruimtelijke en ontwerp)voorwaarden voor informaliteit. Architect Neville Mars onderzocht de zogeheten grey zones in Shanghai, de overganszone stad-platteland, waar een rommelzone langzamerhand het platteland opvreet. Valerie von der Tann van ViaVan kraakt kritische noten over het nut, de noodzaak en de gevolgen van de opkomst van smart cities, waar alles en iedereen wordt gemonitord in de oneindige datahonger van overheden en natuurlijk multinationals. De Nederlandse bijdragen beperken zich tot Amsterdam: opkomst en ondergang van de Amsterdamse Bijlmermeer door auteur en programmamaker Daan Dekker, de gevolgen van de toeristengroei voor de stad Amsterdam door Stephen Hodes (adviesbureau Lagroup), en de kansen van een bruisend nachtleven door David Mulder van der Vegt (architectenbureau XML). Hulshof en Roggeveen vroegen editor Frances Arnold om de lezingen te analyseren om ze zo voor een breder publiek beschikbaar te kunnen stellen.

The Amsterdam Agenda. 12 good ideas for the future of cities / Daan Roggeveen en Michiel Hulshof

The Amsterdam Agenda, 12 good ideas for the future of cities

Open deuren
Al in de inleiding wordt de agenda voor Amsterdam opgesomd in twaalf agendapunten, gedestilleerd uit de dertien lezingen. Het is interessant om deze twaalf te leggen naast de veertien principevragen die in het boek Amsterdam Urban Design Work in Progress 2020 worden gesteld. Daarover later meer. Tussen de twaalf agendapunten zijn een aantal open deuren te vinden, zoals Embrace permanent change (omarm permanente verandering) en Prepare for tourism (wees voorbereid op toerisme). De eerste benadrukt dat het gebruik van Uber, Tripadvisor en Google Maps het navigeren en transporteren door de stad sterk heeft beïnvloedt. Het andere agendapunt is een pleidooi voor radicale ingrepen om overtoerisme in te dammen, zoals een volledige stop op de bouw van hotels in Amsterdam. Dat overtoerisme een grote dreiging is mag inmiddels tot algeheel bekend worden verondersteld. Niets nieuws onder de zon. Bij agendapunt 8 dat Maintain Diversity propageert valt de opmerking op dat een hogere bevolkingsdichtheid (in de vorm van Hong Kongse hoogbouw) helemaal niet automatisch tot een levendige buurt leidt. Het is een bekende les, maar wel een die vaak wordt vergeten en een die menig architect en stadsplanner ter harte mag nemen. Het hedendaagse toverwoord verdichting vereist meer en gedegener onderzoek, dat tonen de verhalen waarin Hong Hong als voorbeeld wordt behandeld overduidelijk aan.

Amsterdam Urban Design, Work in progress 2020

Amsterdam Urban Design, Work in progress 2020

Hardnekkige lokale cultuur
Het is vast niet de bedoeling geweest, maar in de inleiding beschrijven Hulshof en Roggeveen meteen de zwakte van het boek. De dertien verhalen missen een cocktailprikker, of zo u wilt: een shaslickstaaf die alle losse ideeën aan elkaar rijgt en betekenis geeft voor de Amsterdamse situatie. Die poging wordt in de twaalf agendapunten wel gedaan, maar overtuigt niet. De problemen op globale schaal lijken wellicht sterk op elkaar. Voorbij wordt gegaan dat deze globale problemen lokale, specifieke cultuurgebonden oplossingen vereisen.  Maar daar komt geen enkel verhaal aan toe. Hulshof en Roggeveen geven toe dat lokale gebruiken en culturen de one size fits all-oplossing die de verhalen uitdragen in de weg staan, waarmee de voorgestelde ideeën van hun kracht worden ontdaan. Het wreekt zich dat bij het briefen van de sprekers dit aspect niet veel sterker naar voren is gekomen. Daarmee lijken de agendapunten op dat momenteel hippe concept van shared dining: zet allemaal kleine lekkere hapjes op tafel waar iedereen gezellig met elkaar van kan eten. Op het eerste gezicht een goed idee: iedereen komt aan zijn trekken. Echter, in de praktijk leidt het altijd tot licht gênante momenten van cherry picking. Iedereen kiest er datgene uit wat haar of hem bevalt en laat de rest staan. Terwijl integraliteit bij aanpak van opgaven, of in het geval van dit boek, uitwerking van ideeën essentieel is. Ideeën genoeg; toch blijft na lezing een vraag onbeantwoord: hoe dan?

Onbeantwoorde vragen
Die ‘Hoe dan?’-vraag komt wel aan bod in Amsterdam Urban Design, work in progress 2020, uitgegeven door de gemeente Amsterdam. Dit kloeke, 352 pagina’s tellende boek ontstijgt de glossy folders van succesvolle stadsplanning. Het is opgebouwd rondom een aantal ruimtelijke plannen in ontwikkeling, die zijn gecategoriseerd in werkgebieden, waterkanten, openbaar vervoerhubs, stadscentra en uitbreidingsgebieden. In het boek wordt ingegaan op de uitdagingen waar de stad voor staat, de manier van planning en hoe Amsterdam met de regio te verbinden. Maar ook waar nieuwe economie zou kunnen landen, aan de hand van de prijsvraagresultaten van de Europese woningbouwprijsvraag Europan 14, die als thema had: productive Amsterdam. Bij de prijsvraagopgave werd de nieuwe (tech) economie verbonden met de productieve bedrijvigheid, die in het algemeen juist door diezelfde oprukkende tech-economie wordt verdreven.  Belangrijk hoofdstuk is New Principles waarin veertien ontwikkelingen waar de stedelijke samenleving mee te maken heeft, worden behandeld. Denk aan het versterken van biodiversiteit, het stimuleren van beweging, of de hamvraag wat het juiste moment is om met het plannen van scholen en voorzieningen te beginnen. Deze veertien ontwikkelingen zijn in vragende vorm opgeschreven. Dat onthult hoe er tegenaan gekeken wordt. Dit kan gelezen worden als een zwaktebod, als een zwalkende gemeente die niet weet wat te doen. Aan de andere kant: anno 2020 is het niet de almachtige regenten die weten wat goed voor u is. Het laat zien dat in overleg en met meerdere partijen en disciplines aan de vraagstukken wordt gewerkt. Er zijn veel onbeantwoorde vragen, maar de hoe-vraag wordt gesteld en de zoektocht naar antwoorden komt integer en gedegen over.

Kijkje in de keuken
De breedheid aan onderwerpen maakt het boek sterk en biedt een kijkje in de werkwijze van de gemeente. Zo is er een helder hoofdstuk waar de toetsing van de ruimtelijke kwaliteit en het achterliggende systeem wordt uitgelegd. Een ander hoofdstuk bevat het historisch overzicht van de ontwikkeling van het typische Amsterdamse bouwblok, met een doorkijk naar bouwblokken die nog gerealiseerd moeten gaan worden in een verdichtende stad. Politiek en planning wordt besproken in een hoofdstuk van stedenbouwkundigen Ton Schaap en Ester Reith. Zij blikken terug op de ontwikkeling van het Oostelijk Havengebied en poneren de stelling dat het geglobaliseerde kapitaal de sociale problemen in de steden zeker niet zal gaan oplossen. En wijzen op de nadruk die Amsterdam legt op goede infrastructuur en publieke ruimte als middel om solide planning mogelijk te maken. Waarbij terecht wordt gemeld dat Amsterdam lang niet alleen kan drijven op de high potentials voor de kenniseconomie in een stad waar rond de 150.000 inwoners laaggeletterd zijn.

Amsterdam Urban Design, Work in progress 2020

Amsterdam Urban Design, Work in progress 2020

Grensoverschrijdend boek
Voor wie alle plannen in Amsterdam – en het zijn er nogal wat – op de voet volgt zal het boek wellicht niet heel verrassend zijn. De verrassing zit ‘m in een aantal interessante details, die veel zeggen over de veranderende werkwijze bij de gemeentelijke dienst Ruimte en Duurzaamheid. Zo staan achterin het boek alle namen vermeld van mensen die een bijdrage aan de in het boek getoonde plannen hebben verleend, van zowel overheidswege als private partijen. Dat is bijzonder, omdat het laat zien dat samenwerking essentieel is om de opgaven tot een succesvol einde te brengen. Opvallend is de vanzelfsprekendheid waarmee projectbeschrijvingen van Inverdan in Zaanstad, de stationsomgeving van Hilversum en het centrum van Hoofddorp in het boek zijn opgenomen. Hiermee wordt letterlijk en figuurlijk een grens overschreden: die van de gemeente. Figuurlijk toont het aan dat Amsterdam allang niet meer ophoudt bij de bestuurlijke gemeentegrens maar inmiddels op regionaal niveau functioneert. En dat goede planning, architectuur en stedenbouw  op regioniveau van groot belang zijn voor het behoud van de kwaliteit van die regio. Vooralsnog ontbreekt op MRA-schaal (Metropoolregio Amsterdam) een laag of instituut dat die (ruimtelijke) kwaliteit bewaakt, maar in de onlangs gehouden discussie door de Amsterdamse Kunstraad over het wel of niet aanstellen van een stadsbouwmeester werd juist dit metropoolniveau genoemd als positie voor zo’n mogelijke stadsbouwmeester. Een derde opvallend aspect roept irritatie op. Call me a grumbler, maar het feit dat het boek alleen in het Engels verkrijgbaar is, is een gemiste kans voor diegene die een actueel overzicht wil hebben op de plannen en de richting die Amsterdam op wil gaan. That’s too bad, want juist dit boek kan de betrokkenheid van de Amsterdammer bij de ontwikkeling van de stad vergroten. Door het alleen in het Engels uit te geven voldoet het Amsterdamse college in ieder geval niet aan haar eigen inclusiviteitsagenda uit het collegeakkoord en vervreemdt het zich van een groot deel van haar inwoners. Hopelijk heeft de gemeente de guts om het boek ook in het Nederlands uit te brengen. Het is het meer dan waard.

Enkele gerelateerde artikelen