Stedenbouw door de lens van de improvisatie

Recensie —

De Berlijner Christopher Dell is vermaard vibrafonist én theoreticus op het gebied van het stedelijk ontwerp. In The Improvisation of Space verbindt hij deze twee hoedanigheden met een theorie van de improvisatie.

spread uit The Improvisation of Space - Christopher Dell

spread uit The Improvisation of Space

Improvisatie is in de muziek meer ingeburgerd en gewaardeerd dan in de stedenbouw zodat ontwerpers er wat van zouden kunnen leren. Zij waren er met hun masterplannen altijd op uit de onvoorspelbaarheden van het urbane leven te elimineren. Maar dat past niet meer in een wereld waarin verandering de norm is. Ook gebouwen zijn niet langer containers van functies maar open vormen alleen te begrijpen vanuit de beweging. Improvisatie is de ’lens’ waarmee het perspectief van onderzoek en ontwerp van de stad kan verschuiven van objectgerichte naar handelingsgericht. Improvisatie kun je leren is de stellige overtuiging van Dell, zonder het risico te vervallen in rigide sturing of controle. Dat vraagt om een nieuwe attitude en dus om oefening. Het is of Dell de ontwerpers toeroept dat ze hun leven moeten veranderen, niet langer van achter hun bureau de stad ontwerpen, maar er zich in onderdompelen: net zoals de Situationisten er in rond dwaalden en met hun psychografieën de relaties tussen hun zelf en hun omgeving verbeelden. Ontwerpers moeten experts worden van de in het dagelijks leven verborgen kennis en ze samen met de dragers ervan – mensen, dingen, gebouwen, beelden en verhalen – tot klinken brengen.

Notatie is een cruciaal begrip in Dell zijn betoog, niet vreemd voor een musicus. Toch moet de lezer tot op twee derde van het boek wachten tot de muzikale notatie expliciet aan bod komt. In de voorafgaande hoofdstukken is voornamelijk Dell de urbanist aan het woord waarbij zich nog een derde kant manifesteert, die van Dell de intellectueel. Het boek bevat een selectie van deels bewerkte essays – vertaald in het Engels – van de laatste vijftien jaar die een terugblik geven op de hierboven gesignaleerde kentering. De terugblik leidt onvermijdelijk tot de nodige overlappingen wat samen met het academisch jargon de leesbaarheid niet ten goede komt. Daar komt bij dat ook menig stedenbouwer zijn praktijk in de geest van Dell heeft bijgesteld, ook zonder met zijn werk bekend te zijn. Ik denk aan het bureau ZUS in Rotterdam dat zich met kleine gerichte ingrepen zoals een luchtsingel, of een straathoek bij een bouwblok mengde tussen de ’makers’ op straat, of hen aanlokte wanneer ze dreigden het veld te moeten ruimen voor commerciële hoogbouw.

spread uit The Improvisation of Space - Christopher Dell

spread uit The Improvisation of Space

Diagram
Wat maakt het boek dan toch het lezen waard? Dat is Dells rijke ervaring met de improvisatie in muzikale performances in wisselende formaties. Dat verschaft hem tevens de antenne om de kiemen van improvisatie die ook in de stedenbouw al eerder opkwamen te onderkennen. Als moment waarop ook in de stedenbouw oog ontstaat voor de impliciete kennis van het dagelijks leven kiest hij de CIAM-conferentie van Dubrovnik uit 1956 waar door Alison en Peter Smithson aandacht werd opgeëist voor spelende kinderen op straat en het dwalen door de stad (stroll of dérive). Als voorbode van de ontwikkeling van het gebouw tot open vorm noemt hij Fun Palace uit 1964 van de Engelse architect Cedric Price die zijn constructie van luchtbruggen, kranen, bewegende zonneschermen en -dekken zag als een ’bewegend geheel van relaties’: mensen worden zelf de producenten van ruimte waar ontwerpers bij kunnen aansluiten.

De stad in beweging vraagt om een nieuwe vorm van inventariseren en noteren. De Situationisten wezen de weg met hun dwaalprojecten die kunnen worden opgevat als een methode te leren van de levendigheid en onvoorspelbaarheid van de stad in plaats ze uit te bannen. Maar hoe die lessen om te zetten in praktisch handelen van analyse naar uitvoering? Dit vraagt om hendels die de draai kunnen maken. Zo’n hendel werd gevonden in het diagram, van oudsher de figuur waarmee in de architectuur een relatie werd gelegd tussen een maatschappelijke praktijk en ruimte. Beroemd voorbeeld is het Panopticum van Jeremy Bentham dat door Michel Foucault werd beschouwd als een diagram van ’het tijdperk van de grote opsluiting’. Ook Fun Palace kan worden opgevat als een diagram, nu van het plug-in gebouw voor de spelende mens.

Het diagram wordt productief als een figuur van relaties wanneer niet langer van hier naar daar wordt gegaan maar voor- en achteruit, in tijd en plaats. Vandaar ook het gebruik van vreemd gedraaide figuren zoals de Möbiusring of de Fles van Klein waarin boven en onder, binnen en buiten ongemerkt in elkaar overgaan. De publicatie Content van OMA/AMO uit 2004 is één grote verzameling van diagrammen waarin de mondiale trek van west naar oost wordt gevisualiseerd in suggestieve tekeningen en tabellen die aandringen op handelen. De toekomst laat zich niet vastleggen in een plan, ontwerpen wordt herontwerpen: het organiseren van improvisaties die aanzetten tot nieuwe improvisaties.

spread uit The Improvisation of Space - Christopher Dell

spread uit The Improvisation of Space

Muziek
Van improviseren kun je leren. De kern van de muzikale improvisatie is volgens Dell ’dat je om te weten wat je hebt gedaan naar de volgende situatie moet zijn gegaan.’ Het is een zin die klinkt als een diagram. Je moet vooruit hoor ik, je wordt geduwd en je moet kiezen wat te doen. Maar in de terugblik overzie je pas de gevolgen en moet je ze ook nog incalculeren voordat je alweer verder wordt geduwd. Het is een metafoor voor het leven zelf, maar in de context van een improviserend ensemble zoals bij Dell krijgt deze een extra dimensie; het leren is een collectief leren. Dells positie is natuurlijk dubbelzinnig, hij componeert en speelt zelf mee. Dat houdt in dat hij zijn rol als componist moet aanpassen. Dat zien we ook in video-opnamen van uitvoeringen waarin hij soms zijn stokjes even neerlegt om met summiere gebaren een wissel aan te kondigen of het slot van de performance.

En ook hier springt Dell de theoreticus bij om te reconstrueren hoe dit verschijnsel van de improvisatie zich in de muziek in de hoogtijdagen van het modernisme losmaakte uit de klassieke traditie. Hij stelt vast dat in dit modernisme de hechte relatie tussen notatie (de partituur) en de muzikale uitvoering wordt verbroken, omdat het zoeken naar de ideale uitvoering tot steeds ingewikkelder notaties leidde. Als reactie daarop wisten de uitvoerders – zoals in de jazz – te infiltreren in de act van het componeren en er spontaniteit, toeval en ’lawaai’ in op te nemen. De componisten gaan daarin mee met grafische notaties – niet als symbolen die de uitvoering representeren – maar als suggesties aan de uitvoerders voor het vinden van analoge ’geluidsbeelden.’ De uitvoerder wordt aangesproken op zijn synesthetische vermogens, hij ziet beelden en produceert geluiden. Dit biedt ruimte voor de improvisatie. Met de improvisatie wordt de uitvoering in de tijd gezet, met inbegrip van de ruimtelijke ambiance, het publiek en de lijfelijke presentie van de musici en hun instrumenten. De repetitie maakt plaats voor de performance, een uniek gebeuren maar opgenomen in een reeks die aandringt op nieuwe variaties. Dat verschaft de mogelijkheid ervan te leren, in coöperatie zo voegt Dell er met nadruk aan toe. Hij typeert de muzikale improvisatie als een ’techniek van het coöperatieve zelf.’ De samenwerking is een ruimtelijk gebeuren: ‘Het maken en tonen van muziek als ruimtelijke handeling en organisatie om in open situaties te ontdekken wat we doen, denken, zeggen.’

spread uit The Improvisation of Space - Christopher Dell

spread uit The Improvisation of Space

Dialogen
Naast coöperatie is het moment van reflectie onontbeerlijk in zijn opvatting over improvisatie. Maar omdat improvisatie een vluchtige gebeurtenis blijft, bestaat het risico van het ontstaan van een praktijk zonder reflectie. Dat geldt ook voor de stedenbouw, het boek is bedoeld om een tegenwicht te bieden tegen het achterwege blijven van reflectie. Dell zal zich realiseren dat hij met dit boek nooit een groot publiek zal bereiken, hooguit een kleine kring van experts. Dat hoeft geen bezwaar te zijn wanneer via hen alsnog de praktijk wordt gevoed. Interessant is bijvoorbeeld zijn samenwerking met de stedenbouwkundige Ton Matton die 15 jaar geleden vanuit Rotterdam naar Duitsland verkaste en in projecten en publicaties met Dell samenwerkte. Als docent aan de Kunstuniversiteit van Linz ’bestormde’ Matton enkele jaren geleden met zijn studenten het krimpdorp Gottsbüren in de omgeving van Kassel, om samen met de inwoners met geïmproviseerde installaties de leegstand te bestrijden.

Dell probeert daarnaast het gesprek tussen musici en architecten te stimuleren met ‘Dialoog concerten’. Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van Aedes Architektur Forum in Berlijn zijn door hem tot december 2020 zes van zulke bijeenkomsten gepland: montages van concerten, lezingen, tentoonstellingen en discussies. Twee daarvan met de thema’s Medialiteit en Interactie hebben inmiddels plaatsgevonden. Het derde met het thema Transformatie dat voor 20 maart stond ingepland is vanwege de corona-uitbraak uitgesteld. De dialogen concentreren zich op de vraag naar de overeenkomsten en verschillen in werkwijze tussen de twee disciplines en of er zicht is op een overkoepelende techniek van de improvisatie. Dells opvatting van de muzikale improvisatie als een ruimtelijk gebeuren kan daarbij de opening maken.

Enkele gerelateerde artikelen