It’s the Economy, Stupid!

Recensie —

Op de eerste maart, een mooie vroege lentedag, en enkele weken voor de effecten van de coronavirus pandemie echt gevoeld werden, bezocht Thomas Wensing de Countryside, The Future tentoonstelling van AMO en Rem Koolhaas in het Guggenheim Museum in New York.

beeld van de tentoonstelling Countryside The Future in het Guggenheim

Countryside The Future / foto Laurian Ghinitoiu / met dank aan AMO

Het Guggenheim Museum is door de pandemie al een aantal weken gesloten en het moment om positief te prognosticeren over de vooruitgang en innovatie op het platteland lijkt na de opening direct in een ander, urgenter en holistischer perspectief te zijn gezet. Het wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan van het coronavirus is nog in volle gang, maar wetenschappers van het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) luiden nu al de noodklok door te wijzen op het verband tussen de druk die menselijke activiteit op verzwakte ecosystemen uitoefent en de vergrote kans op de uitbraak van pandemieën. De hoofdoorzaak voor de ecologische crisis ligt, aldus de onderzoekers, met name bij de mondiale financiële en economische systemen die economische groei op korte termijn voorstaan, ongeacht de planetaire en humanitaire kosten die hieraan verbonden zijn.[1] Binnen dit disfunctionele economische model worden verder met naam en toenaam de ongecontroleerde groei van de intensieve landbouw en veeteelt en de ontbossing die dit met zich meebrengt, genoemd als redenen dat ziektes van soort tot soort worden overgedragen.

De extreme exploitatie van ecologieën is geen uniek Chinees fenomeen; zo heeft de shut down hier in de Verenigde Staten de kwetsbaarheid van de grootschalige agrarische industrie, de aan haar gerelateerde logistieke systemen, alsmede het misbruik van illegale immigranten en agrarische arbeidskrachten voor het voetlicht gebracht. Zo blijken de grote geïndustrialiseerde slachthuizen in de V.S. een besmettingshaard voor het virus te zijn[2], wordt veel voedsel door het wegvallen van grote afnemers doorgedraaid[3], terwijl tegelijkertijd de rijen voor de voedselbanken explosief groeien[4]. Het Witte Huis, dat overduidelijk de gevolgen van de pandemie vanaf het begin compleet onderschat heeft, zag in de chaos wel de kans om de crisis te gebruiken om de lonen van arbeiders en dagloners in de landbouw verder te verlagen om de grote monopolistische voedselbedrijven een gunst te verlenen.[5] En de werknemers in de slachthuizen? Die werden door Trump met een ‘executive order’ en gevaar voor eigen leven, gedwongen om weer aan de slag te gaan.[6]

beeld tentoonstelling Countryside The Future in het Guggenheim

Countryside The Future / foto David Heald © Solomon R. Guggenheim Foundation

De directe aanleiding van de tentoonstelling Countryside, The Future is het Verenigde Naties rapport uit 2014, World Urbanization Prospects, waarin werd beschreven dat de helft van de wereldbevolking in stedelijke agglomeraties woont. Volgens het persbericht bij de tentoonstelling heeft dit rapport tot gevolg gehad dat de beleidsnadruk nu te veel gelegd wordt op de duurzame groei van steden en dat de behoeftes van het platteland, oftewel van die andere helft van de wereldbevolking, genegeerd worden. Zo wordt niet alleen de plattelandsbevolking veronachtzaamd, maar blijven ook demografische verschuivingen, economische ontwikkelingen en technologisch innovatieve oplossingen die plaatsvinden op het platteland onderbelicht. De tentoonstelling, en de bijbehorende catalogus, is een poging om deze vertekening te corrigeren, zo gaat het persbericht verder, en confronteert de veronderstelling dat ongebreidelde urbanisatie onvermijdelijk is met alternatieven. Countryside, The Future belicht de radicale veranderingen in de 98% van de oppervlakte van de aarde die niet wordt ingenomen door de stad. Terwijl iedereen zich richtte op de stad zag Koolhaas, naar eigen zeggen, dat er zich een revolutie op het platteland voltrok.[7]

De Countryside tentoonstelling heeft, kortom, als uitgangspunt om de ‘vooruitgang’ op het platteland, ongeacht van ideologie, zo heet het, op alle continenten door middel van een selectie van voorbeelden in kaart te brengen. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht geschonken aan agrarische vakantiedorpen in China, de explosieve groei van web commercie in plattelandsdorpen, een ecologische protestkolonie in Duitsland, de herpopulatie van verlaten dorpen in Duitsland en Italië door vluchtelingen, en de ontwikkeling van robots die ingezet kunnen worden voor de schoonmaak van land na rampen als bij Fukushima. Maar ook wordt het dooien van de permafrost in Yakutsk onder de loep genomen, en de ontwikkeling van het pixelfarmen in Wageningen waarbij elk deel van het gewas wordt geanalyseerd. Samir Bantal, hoofd van AMO – de onderzoeks-, branding-, en publicatiestudio van OMA, draagt bij met artikelen over het platteland in Marokko, de identiteitsvraagstukken die de emigratie met zich meebrengt, en een stuk over voedselonzekerheid en het groeien van voedsel in de woestijn in Qatar. De interessantste bijdrage was voor mij het stukje Industrial Farming Blues door architecte Janna Bystrykh, dat is samengesteld uit interviews met Amerikaanse boeren. Hieruit spreekt niet alleen de gecompliceerde dynamiek tussen regeringsbeleid en ‘de markt’[8], maar wordt ook gerept over mogelijke alternatieven als diversificatie van gewassen en het gebruik van technologie om de gezondheid van de grond te verbeteren.

beeld tentoonstelling Countryside The Future in het Guggenheim

Countryside The Future / foto Laurian Ghinitoiu / met dank aan AMO

De tentoonstelling in het Guggenheim is een bont spektakel van beeld, geluid en installatie. Om enkele voorbeelden te noemen, op de stoep voor het gebouw wordt de bezoeker verwelkomd door een hermetisch gesloten container waarin tomaten industrieel gecultiveerd worden, en een grote, groene trekker. De spiraal van het museum is benut om de bezoeker chronologisch, geografisch en thematisch met verschillende aspecten van het platteland te confronteren. Zo is er een collage over de overeenkomst tussen het idealiseren van het platteland in de tijd van de Chinese dynastieën en de Romeinse tijd, de effecten van grootschalig overheidsingrijpen in communistische en kapitalistische economieën, afgewisseld met contemporaine ontwikkelingen in alle uithoeken van de wereld. Er rijdt een interactief robotje met Stalin rond op de tentoonstelling, dat voor veel hilariteit zorgt, en er zijn installaties waar nieuwe agrarische technologie wordt belicht.

Van Koolhaas zijn we gewend dat er door hem wordt overdreven of gekarikaturiseerd, dat de bezoeker met informatie en data wordt overspoeld, en dat je in het ongewisse wordt gelaten omtrent de diepere drijfveren en overtuigingen van de man zelf. Zo noemt Koolhaas de selectie van voorbeelden ‘pointillistisch’, wat natuurlijk een gracieuze manier is om te zeggen dat je een supersoaker met verf vult, er de muren van de rotonde van het Guggenheim mee vol spuit, en het vervolgens aan de bezoekers overlaat om de verbanden tussen de verschillende Rorschach vlekken te leggen.
Dat de supersoaker een ‘Koolhaasiaanse’ methode is, hoeft nauwelijks betoog. Koolhaas begon zijn carrière als journalist voor de Haagse Post, en zo duikt iedere keer in de pers de anekdote op waarin Koolhaas beweert een journalistieke houding te hanteren, alsof hij een marsmannetje zou zijn die observaties beschrijft nadat hij pas op aarde geland is.[9] Waardeoordelen worden zogenaamd uit de weg gegaan, maar tegelijkertijd spreekt er uit de tentoonstelling een fascinatie, of verliefdheid, voor dictaturen en de meer megalomane aspecten en uitwassen van de menselijke natuur. Prometheïsch en Cartesisch zijn woorden die iets te vaak opduiken om de historische en waanzinnige pogingen tot onderwerping en consumptie van natuurlandschappen met heroïsch tintje te beschrijven. Als een tentoonstelling wordt samengesteld, of een artikel wordt geschreven, worden er bewust of onbewust keuzes gemaakt over wat je wel en niet wilt laten zien. Gezien Koolhaas’ reputatie als wereldbekend architect, schrijver, (en filmmaker) is het een logische vraag welk discursief doel er met zijn keuzes gediend wordt. Maar een die niet wordt beantwoord.

beeld tentoonstelling Countryside The Future

Countryside The Future / foto David Heald © Solomon R. Guggenheim Foundation

In de catalogus stelt Koolhaas de vraag of het gerechtvaardigd is om te streven naar een uitkomst waarbij het merendeel van de wereldbevolking leeft in steden terwijl de andere 20% van de bevolking, die is achtergebleven op het platteland, hen bedient. Hij vervolgt deze redenering met de observatie dat het geen toeval kan zijn dat, omdat we zo gefixeerd zijn op het bereiken van ‘Total Urbanization’, cruciale ecosystemen nu misschien over het tipping point zijn geraakt waarbinnen ze zichzelf kunnen herstellen. “The inevitability of Total Urbanization must be questioned, and the countryside must be rediscovered as a place to resettle, to stay alive; enthusiastic human presence must reanimate it with new imagination.”[10]

Afgezien van het feit dat extreme ongelijkheid en uitbuiting niet uniek zijn voor het platteland, wordt de suggestie dat de mythe van de totale verstedelijking de hoofdoorzaak is van het ineenstorten van ecosystemen niet ondersteund door de artikelen in de catalogus. Waarom wil Koolhaas het wel over verschillende politieke ideologieën hebben (het communisme, het Keynesiaanse kapitalisme van de New Deal, fascisme) maar spreekt hij zich niet duidelijk uit over het mondiale economische en financiële systeem waarbinnen het zogenaamde communistische China en de zogenaamde democratische Verenigde Staten van elkaar afhankelijk zijn? Een kenmerk van de globalisering is immers dat markten met elkaar vervlochten zijn; als Trump en Xi Jinping in een handelsoorlog verwikkeld raken, is het directe resultaat dat sojaboeren in Brazilië het Amazonegebied plat branden.

Hoe kun je tot duurzame oplossingen komen als je je argument beperkt tot aforismen over totale urbanisatie zonder de economische krachten, die de urbanisatie, de ontvolking en degradatie van het platteland drijven, de hoofdrol te laten spelen? Zijn het niet juist de wetenschappers die wijzen op het feit dat de obsessie met economische groei moet worden ondervraagd? Waarom wordt de afhankelijkheid van de huidige agrarische industrie van de olie-industrie, voor zowel vervoer als de levering van kunstmest en pesticiden niet duidelijk ondervraagd? Zijn het niet de financiële markten die bepalen wat er gegroeid wordt[11]? Zijn het niet juist de boeren, geïnterviewd door Janna Bystrykh[12], die zeggen dat het platteland leegloopt door een constante, kunstmatig opgelegde economische druk op schaalvergroting en monoculturen? En hoe moeten gemeenschappen op het platteland weer gezond worden als de economische realiteit dat niet toelaat?

 

beeld tentoonstelling Countryside The Future

Countryside The Future / beeld met dank aan Volkswagen

Een laatste, hiermee samenhangende, vraag is of het gebruik van het dualisme stad – platteland wel zo behulpzaam is, juist op het moment dat een mondiale pandemie ons op de neus drukt dat het lot van de stad en het platteland intiem met elkaar verbonden is. Deze dualiteit heeft een lange geschiedenis, zo blijkt uit de tentoonstelling, maar het idealiseren van een uitsluitend stedelijke toekomst is een relatief recent fenomeen. In 2004 schreef de Engelse criticus Martin Pawley een artikel getiteld “The myth of the urban future,”[13] waarin hij de twee, diametraal tegenovergestelde, toekomstvisioenen beschrijft. Het ene beeld, geïnspireerd op H.G. Wells’ science fiction roman The Sleeper Awakes (1898) voorspelt de triomf van de metropolis en wordt door Pawley als schrikbeeld ervaren.[14] De andere visie, die ongeveer tegelijkertijd ontstond (1903), voorspelde accuraat de ontsluiting van het platteland. In Tube, Train, Tram, and Car beargumenteert Arthur Beavan dat het effect van nieuwe, verbeterde transportnetwerken en elektriciteit er toe zal leiden dat satellietwijken gaan ontstaan en dat de isolatie van het platteland doorbroken zou worden.[15]
Het proces van suburbanisering heeft er in feite toe geleid dat het contrast tussen stad en platteland is opgeheven, genivelleerd. Volgens architectuurcriticus Kenneth Frampton is de traditionele stadsvorm compleet geërodeerd en met name in de Verenigde Staten vervangen door steden zonder centrum en een proliferatie van vrijstaande woningen in buitenwijken, verbonden door een netwerk van wegen en snelwegen.[16] Het schrikbeeld waarin wij nu leven is dus niet de stad òf het platteland, maar een motopia dat zich ongelimiteerd uitstrekt en geen platteland of stad meer is.

Het gebruik van de dualistische tegenstellingen stad versus platteland of, in het verlengde daarvan, cultuur versus natuur, draagt impliciet de veronderstelling in zich dat de mens buiten de natuur staat. Door in het begin van zijn carrière een pleidooi te maken voor verdichting en het vergroten van de complexiteit van de stad, en nu luid te ageren tegen een fixatie op totale urbanisatie kiest Koolhaas op twee verschillende momenten voor een andere pool in de dualiteit. Maar deze positionering is niet hetzelfde als een analyse. In Countryside, The Future wordt wel over verschijnselen en ontwikkelingen op het platteland gesproken maar er wordt te weinig aandacht geschonken aan de financiële, corporatistische en economische machtsstructuren die ten grondslag liggen aan de exploitatie van mens en milieu. De mythe van de stedelijke toekomst wordt nu als een aforisme ingezet om diepgewortelde culturele waandenkbeelden, zoals het idee van de ongelimiteerde technologische vooruitgang, en die van de oneindige economische groei, (die beiden aan de basis van de ecologische crisis staan), ongemoeid te laten en niet grondig te onderzoeken. Ik had niet gedacht dat ik Koolhaas ooit zou vragen om tegelijk bescheidener te zijn en hem uit te dagen om groter te denken.

Noten
[1]https://ipbes.net/covid19stimulus, bezocht 3/5/2020.
[2] – https://www.nytimes.com/2020/04/18/business/coronavirus-meat-slaughterhouses.html, bezocht op 26/4/2020
[3]https://www.politico.com/news/2020/04/05/food-waste-coronavirus-pandemic-164557, bezocht op 26/4/2020
[4] – https://www.nytimes.com/2020/04/08/business/economy/coronavirus-food-banks.html, bezocht op 3/5/2020
[5]https://www.npr.org/2020/04/10/832076074/white-house-seeks-to-lower-farmworker-pay-to-help-agriculture-industry, bezocht op 26/4/2020
[6]https://www.nytimes.com/2020/04/28/business/economy/coronavirus-trump-meat-food-supply.html, bezocht 3/5/2020.
[7]https://www.theguardian.com/artanddesign/2020/feb/11/rem-koolhaas-rural-countryside-the-future-guggenheim, bezocht op 26/4/2020
[8] De markt tussen aanhalingstekens. Volgens de NGO Food and Water Watch controleren in de V.S. een handvol grote bedrijven de complete voedselketen, van de productie tot aan de merken die je koopt in de supermarkt. https://www.foodandwaterwatch.org/problems/corporate-control-food, bezocht 3/5/2020. Deze monopolisering is het directe gevolg van de versoepeling van anti-trust regelgeving vanaf de Reagan regering.
[9]https://www.theguardian.com/artanddesign/2020/feb/11/rem-koolhaas-rural-countryside-the-future-guggenheim, bezocht op 26/4/2020 en https://www.nytimes.com/2020/02/20/arts/design/rem-koolhaas-guggenheim.html, idem.
[10] AMO / Rem Koolhaas, Countryside A Report, Guggenheim, NY, Taschen, Köln, 2020, p.3
[11] Shaxson, Nick, Rural America Doesn’t Have to Starve to Death, The Nation, March 2/9 2020, 12: Dit artikel beschrijft in detail hoe het aandeelhouders kapitalisme tot een verlaging van inkomsten en een verhoging van schulden voor boeren heeft geleid.
[12] AMO / Rem Koolhaas, Countryside A Report, Guggenheim, NY, Taschen, Köln, 2020, p.249: “We don’t have the big families we used to. If you’re not born into a farm operation, the chances of you buying in, and generating enough revenue, is very small.”
[13] Jenkins, David, ed. The strange death of architectural criticism –Martin Pawley Collected Writings, Black Dog Publishing, London, 2007, p.388
[14] Ibid, p. 388. “Its terrifying idea of the triumph of the megacity now has the status of a Holy Writ. No one can gainsay it, not even to say it is not true, that Wells was wrong about cities. The myth of an inevitable triumph of the city has hoodwinked politicians,historians, and social commentators for more than a century.”
[15] Ibid., p.388.
[16] Frampton, Kenneth, Labour, Work and Architecture – Collected Essays on Architecture and Design, Phaidon Press Limited, London, 2002, p.12.

Enkele gerelateerde artikelen