Trust me, I’m an architect. Inclusief ontwerp tussen droom en daad

Opinie —

De jonge architecte Arna Mačkić is boegbeeld van een generatie die vanuit de gebruiker wil ontwerpen, maar nog niet weet hoe. De documentaire ‘Door de ogen van Arna, architect van verbinding’ toont een indringend en inspirerend portret van een getalenteerde vrouw met een indrukwekkend levensverhaal. Ze wint prijzen en tafelt met burgemeesters maar lijkt lastig aan ‘echte’ opdrachten te komen. Wordt het niet tijd dat ontwerpen mét gebruikers weer standaard wordt? vraagt architect Pieter Graaff zich af.

Still uit de film The human scale (Andreas Dalsgaard, 2012) een film over de ontwerppraktijk van Jan Gehl.

Still uit de film The human scale (Andreas Dalsgaard, 2012) een film over de ontwerppraktijk van Jan Gehl.

De documentairemakers hadden hele andere plannen, maar besloten na één kennismakinggesprek om Mačkić een paar jaar te volgen in de vliegende start van haar carrière. Ze is nog geen dertig als de Britse krant The Guardian haar boek Mortal Cities & Forgotten Monuments uitroept tot één van de drie beste architectuurboeken van het jaar 2016. Het jaar daarop wint ze de Jonge Maaskantprijs. De documentairemakers geven aan sinds de kennismaking anders naar de stad te kijken: door de ogen van Arna zien ze de grote impact die de gebouwde omgeving heeft op zaken als (on)gelijkheid, inclusie en representatie. Iets wat door veel vakgenoten onderschat wordt of juist als ballast wordt ervaren.

Sensitief voor uitsluiting
Een tour langs plekken uit haar jeugd in Bosnië leert ons waar die visie vandaan komt. De historische brug van Mostar was een plek geladen met betekenis en verbinding. Van deze hoge brug vonden duikwedstrijden plaats. De brug werd doelbewust vernietigd tijdens de oorlog. Nu is elk gebouw, elk monument, zelfs iedere reconstructie hier een politieke daad die invloed heeft op bevolkingsgroepen.
Hoe dit haar sensitiviteit als ontwerper beïnvloedt komt het duidelijkst naar voren wanneer ze kantoor houdt in de Bijlmer bajes. In de andere vleugels van het gebouw worden op dat moment statushouders gehuisvest: mensen die recent te horen hebben gekregen dat ze welkom zijn in Nederland. Mačkić legt onmiddellijk de vinger op de zere plek. Welk beeld geven we deze nieuwkomers van Amsterdam als hun eerste woonplaats achter tralies is? Wat doen die tralies met mensen die uit een oorlog komen en een nieuw bestaan moeten opbouwen? Kunnen de tralies eraf? Ja makkelijk, zegt de aannemer. Nou, dat kost geld en je moet het maar zien als zonwering, zeggen het management en de politiek. “Iedereen vindt mijn presentaties inspirerend, maar er wordt niets mee gedaan” horen we haar in Rotterdam verzuchten tegenover burgemeester Aboutaleb.

Architect van de wederopbouw
Haar verhaal doet ook denken aan architecten uit ‘onze’ wederopbouwperiode. Zoals bijvoorbeeld Lotte Stam-Beese, verantwoordelijk voor veel naoorlogse woonwijken. Een vrouw met een sterke persoonlijkheid en visie op een betere samenleving na een verwoestende oorlog. Ze opereerde in een tijd waarin vanuit centrale regie, grote aantallen woningen gebouwd moesten worden. Daarna waren de oude binnensteden toe aan een opknapbeurt – de stadsvernieuwing – en leerden architecten juist om mét zittende bewoners te ontwerpen en onderhandelen. Toen kwam een hoogconjunctuur waarin architecten als vormgevers identiteit en economische waarde moesten toevoegen aan vinexwijken en kantoorgebouwen. Tot de crediet-crisis hernieuwde aandacht voor transformatie, duurzaamheid en particulier opdrachtgeverschap meebracht, terwijl naarstig gezocht wordt naar nieuw houvast in een gedecentraliseerde planning. Het narratief van Mačkić is daarbinnen verfrissend. Burgemeesters willen aan inclusieve steden werken en de architectengemeenschap heeft eindelijk weer iemand die zonder voorbehoud gelooft in de impact van architectuur op de samenleving. Voor haar generatiegenoten – hoog opgeleide millennials voor wie werk meer moet zijn dan een bron van inkomen – is zij dan ook een inspirerend voorbeeld. Het verschil maken, ertoe doen, vanuit de gebruiker ontwerpen, maar hoe?

Still uit de documentaire Door de ogen van Arna  / Frederick Mansell en Laurens Samsom, 2020

Still uit de documentaire Door de ogen van Arna  / Frederick Mansell en Laurens Samsom, 2020

Wat hebben we hieraan?
De vraag die na het bekijken van de documentaire resoneert, wordt gesteld door Jeroen de Willigen, architect en stadsbouwmeester van Groningen. Mačkić neemt deel aan een besloten prijsvraag voor het ontwerp van een brug in de historische binnenstad. Ze probeert aan te sluiten bij de lokale identiteit op basis van archiefmateriaal. Aan de camera vertrouwt ze toe dat ze hoopt dat dakloze stadjers zich thuis zullen voelen op de brug, maar dat ze dat niet aan de jury zal vertellen. De vraag van De Willigen is even simpel als ontluisterend: ‘Wat hebben we hieraan?’. Arna probeert het uit te leggen. “We ontwerpen wel echt heel erg vanuit de gebruiker. Uiteindelijk gaat het om duurzaamheid in de zin van: kunnen mensen deze plek voor een hele lange tijd waarderen?” “En toe-eigenen”, vult haar partner Lorien Beijaert aan, “echt eigen maken.” “Snap je dat, Herman?” (Herman Lubbers zit er als projectleider vanuit de gemeente). Er wordt gelachen. Later hoort Mačkić telefonisch dat ze de opdracht niet heeft gekregen. ‘Is Nederland wel klaar voor Arna’s ideaal?’ vragen de documentairemakers zich in een begeleidende tekst af.

Black Box
Zulke openhartige egodocumenten over Nederlandse architecten worden maar weinig gemaakt. Het roept daarom onwillekeurig de associatie op met de vierdelige documentaire ‘Francine Houben – een Hollandse architect met wereldsucces’ uit 2018. Ook daaruit blijkt hoe lastig het is om het vakmanschap van de architect aan een breder publiek over te brengen. Het draait om de intenties van de architect, en gaat dus al snel om de persoon. We zien Houben en Mačkić observeren, uitleggen en prijzen opgespeld krijgen, gecombineerd met een dosis privéleven. Maar de vertaling van intentie naar resultaat speelt zich af in het hoofd van de ontwerper  – een black box – en het krachtenveld van opdrachtgevers, budgetten en uitvoering. Je moet op de persoonlijke integriteit van de ontwerper vertrouwen dat zij in al dat geweld het verschil kan blijven maken: Trust me, I’m an architect.
De intenties zijn niet onbelangrijk, in tegendeel, maar het blijkt moeilijk uit te leggen hoe zij hun weg vinden naar onze leefomgeving. Toch is het belangrijk dat ontwerpers hier rekenschap over afleggen. Mogelijk vinden we kleine openingen in de muren waar ‘wederopbouwarchitect’ Mačkić tegenaan loopt door herinterpretatie van de wat verguisde periode van de stadsvernieuwing.

Still uit de documentaire Door de ogen van Arna (Frederick Mansell en Laurens Samsom, 2020) waar een project in Groningen wordt gepresenteerd.

Still uit de documentaire Door de ogen van Arna (Frederick Mansell en Laurens Samsom, 2020) waar het brug-project in Groningen wordt gepresenteerd.

Een inclusief ontwerp
Is een inclusieve stad niet gebaat bij een inclusief ontwerpproces? In de besloten prijsvragen en het circus van aanbestedingen waar Mačkić direct of indirect mee te maken krijgt, lijkt hier weinig ruimte voor. De ambitie van het project moet worden verwoord door de ontwerper. “Onze visie op de opgave vloeit voort uit de visie van ons bureau” horen we Mačkić in Groningen zeggen. De jury moet bepalen welke visie het beste past. Het winnende bureau “heeft laten zien goed in te kunnen spelen op de mogelijkheden om van dit gebied een mooie plek te kunnen maken” luidt het uiteindelijke oordeel. “Hoe de brug en de directe omgeving er precies uit komen te zien is echter nog niet besloten.”

De black box zit dus niet alleen in het hoofd van de ontwerper, maar samenhangend daarmee ook in de wijze waarop die ontwerper aan een opdracht moet zien te komen. Hoe zou dit project lopen wanneer Mačkić met toekomstige gebruikers had kunnen spreken over de definitie van de opgave? Wanneer de visie, kortom, niet door haar als een konijn uit een hoed moet worden getoverd, maar kan worden opgebouwd in dialoog met de cultuur en bewoners van de stad? Had dat haar voldoende mandaat gegeven om een werkelijk inclusief ontwerp te maken voor deze plek in de binnenstad? Of komen jonge architecten sowieso niet aan opdrachten als ze niet in competities mee kunnen doen?

Bij de nieuwe opgave van inclusieve steden hoort ook een vergeten attitude, die van de architect uit de stadsvernieuwing. En een vergeten vaardigheid: mét gebruikers visies maken en ontwerpen, maar dan zonder de zitkuil, trespadozen en rokerige bewonersprotesten. De stad, zegt Mačkić, is een plek waar je andersgezinde mensen tegenkomt en je perspectief kunt verbreden. “Anders kun je net zo goed in je eentje ergens in een dorp gaan wonen.” In de documentaire is zichtbaar hoe Mačkić ontwerpinstallaties inzet om voorbijgangers een nieuw perspectief te bieden. In de totstandkoming van architectuur zien we haar echter vooral karton snijden. Terwijl je door gebruikers een actieve rol te geven in het ontwerpproces die uitwisseling van perspectieven als architect werkelijk kunt laten plaatsvinden. We zien dus wel hoe je architectuur kunt gebruiken om mensen aan het denken te zetten, maar niet hoe je collectieve denkprocessen kunt activeren om tot betere architectuur te komen.

The proof is in the pudding
Wie de documentaire ‘Door de ogen van Arna’ heeft gekeken, hoeft haar nooit meer de vraag ‘wat hebben wij daar aan?’ te stellen. Ongetwijfeld kan zij met haar talent en podium in de komende jaren alsnog laten zien wat je krijgt als je in praktijk brengt wat ze predikt. Maar om die kans van slagen te vergroten moeten we ons bewuster zijn van de blinde vlek waarin alleen oog is voor de intentie van de ontwerper. Door in de opleiding en selectieprocedures meer ruimte geven voor inclusieve ontwerpprocessen. De historische brug in Mostar is natuurlijk nooit ontworpen om vanaf te duiken. Uiteindelijk moet het verhaal van een plek dus door gebruikers worden ingevuld en met betekenis worden geladen. Alleen door samen te werken mét gebruikers kan een inclusieve stad tot stand komen.

Enkele gerelateerde artikelen