Over een vervlogen futuristisch tijdperk 7 Arts: Belgische Avant-Garde in CIVA, Brussel

Recensie —

In welke mate is vandaag de pers en de kunstkritiek van invloed in de ontwikkeling van kunst, architectuur en film? Tijdens de avant-garde woog hun rol aanzienlijk. Dat tracht tenminste de tentoonstelling ‘7 Arts: Belgische Avant-Garde (1922-1928)’ in het Brusselse CIVA duidelijk te maken. Aan de hand van een verrukkelijke overvloed van objecten en documentatie belicht een netjes in thema’s opgedeeld parcours de positie van het wijlen Franstalige Belgische weekblad 7 Arts.

La Cité Moderne

La Cité Moderne, Sint-Agatha-Berchem / Victor Bourgeois (1897-1962)

In de naweeën van de Eerste Wereldoorlog zagen tal van tijdschriften het licht, tijdschriften die streefden naar een radicale hervorming van de kunsten. In Nederland richtte kunstenaar en publicist Theo van Doesburg in 1917 te Leiden De Stijl op, een blad waaraan onder meer Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Georges Vantongerloo verbonden waren. Hoewel de beweging illuster en bijzonder invloedrijk zou worden, werden van het magazine destijds slechts driehonderd exemplaren verkocht. In heel Europa was het echter een trend om naast een groep ook een publicatie te stichten. Als spreekbuis voor de ideeën, als een pamflet en als een uitwisselingsdocument tussen soortgelijke bewegingen in andere landen. Zo hadden avant-garde bewegingen waaronder het Duitse Bauhaus en Der Sturm, Il Futurismo in Italië of Contimporanul in Roemenië hun eigen trotse, vaak puik vormgegeven magazine.

Ook in België kende zo’n honderd jaar geleden het moderne denken een enorme opgang. In Brussel stampten vijf jonge mannen het tijdschrift 7 Arts uit de grond. Samen vormden ze een eclectisch lappendeken van disciplines: de broers Pierre (een dichter) en Victor Bourgeois (een architect), Pierre- Louis Flouquet (een schilder) plus de componist Georges Monier, alsook de schilder, graficus en meubelontwerper Karel Maes. Hun persoonlijke interesses vertaalden ze in artikels, statements, korte essays en recensies. Die goten ze in een – helaas minder briljant vormgegeven – magazine dat zich opwierp als voorvechter van een totale synthese in de kunsten. Stedelijkheid, moderniteit, het dagelijkse leven en wonen, kortom het nieuwe zijn: 7 Arts propageerde een totaalbeeld dat zich afkeerde van wat voorafging. Of zoals Pierre Bourgeois het zelf stelde: “Door de volharding en de nieuwsgierigheid van mijn broer Victor Bourgeois informeert het weekblad zijn lezers over wat er nationaal en internationaal gaande is en komt het op voor een architectuur die breekt met de drijfveren en structuren van voor 1914.” Bijzonder centraal in 7 Arts stond de liefde voor het rechtlijnig en het functionele, voor wat de vijf plastique pure noemden. Letterlijk vertaald als pure plastiek, wilde deze geometrische abstractie het leven van de stedeling aangenamer maken. Tussen 1922 en 1928 verscheen 7 Arts wekelijks! Hoewel ook in België de oplage bescheiden was, en het krantje nooit meer dan 4 of 8 pagina’s telde, was het toch een uitzonderlijke prestatie om wekelijks over de kunsten te berichten.

Stand 7 Arts in Monza, 1925

Stand 7 Arts in Monza, 1925 /  Victor Bourgeois / © Coll CIVA Brussels

In CIVA legt de tentoonstelling linken tussen het magazine en de meer algemene stromingen in de architectuur en de kunsten van weleer. Ze opent met een reconstructie van het standje dat 7 Arts op de salon van La lanterne sourde (vertaald: de dovenlantaarn) in 1923 runde, in het Brusselse Egmontpaleis. Als bezoeker moet je door dit wit-zwarte hokje waar helaas niet alle originele elementen opnieuw aanwezig zijn, maar overtuigen doet deze remake evengoed wel. Als bezoeker duik je meteen in de tijdsgeest van dit honderdjarige salon voor les arts belges d’esprit nouveau. Een strakke houten geometrische stoel met lichtgroene driehoekige fluwelen zitting en rugleuning (getekend Victor Bourgeois) staat voor tal van foto’s van de aan het blad verbonden kunstenaars Dit volkje is jong, ze roken en ze lachen. Bovenal zien ze er bijzonder gedreven uit, overtuigd van zichzelf, met haast strijdlust in de blik. Er hangt hoop in de lucht. Eentje van hen draagt een Afrikaans aandoend abstract masker, hetgeen ook in de tentoonstelling te zien is. Tal van affiches zijn eveneens in dit kotje te zien. Waaronder De vertraagde film, een “gedanst, gezongen en gesproken toneelspel” van – de ook zo invloedrijke – Herman Teirlinck, alsook veel affiches met reclames voor het salon zelf. Na deze mooie opmaat is het traject netjes opgedeeld in tien delen. Dat compartimenteren geeft de tentoonstelling een zekere orde, al voelen thema’s als ‘kleur’, ‘bewegingen’ of ‘ritmen’ wel wat geforceerd en schools aan.

Maar we klagen niet: 7 Arts reikt een duizelingwekkende dosis materiaal aan. Het eerste fantastische stuk is van de architect en visionaire vormgever Huib Hoste, een tafeltje uit zijn eigen woning te Brugge uit 1920. Het is een zwart witte compositie in fineerhout waar ook Gerrit Rietveld voor had kunnen tekenen. Wel is dit een uitzonderlijk zeldzaam stuk dat helaas nooit massaal gereproduceerd werd. Erboven hangt een ontwerp voor de woning van Edmont Leghait door Stanislas Jasinski uit 1927. De in pasteltinten uitgevoerde tekening van een witte kubuscontructie met een volledig in witte tegels uitgevoerd zwembad doet mij bijna kwijlen. Wat een weelde! En toch ook zo rationeel.

REVUE 7 ARTS

REVUE 7 ARTS / 18 octobre, 1925

Deze tentoonstelling zet aan tot  dagdromen over een futuristisch verleden met projecten die vandaag niet altijd in opperbeste staat verkeren. We zien ontwerpen van Victor Servranckx voor een apotheek in Molenbeek (ca. 1926), van Marcel-Louis Baugniet voor een bureau-bibliotheek van een fabrieksdirecteur (1922), en van Huib Huste voor een pastorie in Zonnebeke (ca. 1922). Ze blinken uit in rechtlijnigheid en functionaliteit. Ze schitteren in hun abstracte zakelijkheid.

De oprichters van 7 Arts en al de kunstenaars die ze bewonderden toonden zich indertijd niet enkel esthetisch in grote vorm. Ze waren ook bijzonder praktisch ingesteld, en ook dat komt in de tentoonstelling duidelijk naar voren. Zo heet een luikje Hoekoplossingen. Honderd jaar geleden propageerde 7 Arts de rechte hoek, zoals we lezen in de tentoonstellingstekst “mogelijk als reactie tegen de vorige generatie, die graag met voluten en afgeronde vormen werkte.” In 1922 werd hier een speciaal nummer aan gewijd. In het hoofdredactioneel  stelde Victor Bourgeois zijn eigen Solution d’angle voor: een drie etages tellend plan voor 4 woningen plus gelijkvloerse winkels in zwart en wit – 7 Arts diende tevens om het eigen werk te propageren. Het gaat hier om wat zou uitgroeien tot een legendarisch ontwerp: de kubistische Cité Moderne in Sint-Agatha-Berchem (Brussel), een complex van tientallen woningen en neringen dat tussen 1922 en 1925 gerealiseerd werd (de tuinwijk verkeert vandaag in nogal schabouwelijke staat). Naast een reconstructie van de maquette uit 1990 (door Patrick Demuylder) en schetsen, vult CIVA Hoekoplossingen mooi aan met ander werk. Er is muziek (de nogal zeurderige Sonate de Chambre voor hobo en piano van Georges Monier), experimentele film (het imposante, futuristische en volstrekt ongrijpbare Impatience van Charles Dekeukelaire uit 1928 (*) en design (een wel zeer hoekig marmeren bijzettafeltje van Stanislas Jasinski).

Ontwerp voor de eigendom van Mevr. Hiroux

Ontwerp voor de eigendom van Mevr. Hiroux, Ukkel, Brussel, 1928 / Louis Herman DE KONINCK (1896-1984) / © Coll. CIVA,  Brussels

Deze tentoonstelling maakt overtuigend  duidelijk dat 7 Arts een volledige integratie van de kunsten nastreefde. Zo zijn ook nog kledingstukken en theaterdecors te zien (het toneel en kostuum van de danseres Akarova door Marcel-Louis Baugniet voor Debussy’s Cake-Walk), meer films en muziekpartituren, alsook posters voor literaire voordrachten en  meer. Bij de expositie verscheen bovendien een gelijknamige, rijkelijk geïllustreerde drietalige publicatie, die getuigt andermaal van een vervlogen modern tijdperk, gericht op vooruitgang, op de industriële maatschappij.

Tot slot brengt een sectie van de tentoonstelling de internationale evolutie, of werking, van deze avant-garde in beeld. Op een landkaart zien we soortgelijke bewegingen in heel West-en Oost-Europa. Ernaast liggen in een vitrinekast tal van documenten. Het meeste materiaal: basale briefwisseling tussen de leden van deze groepen. Bijzonder grappig is de nota van de futurist (en fascist) Filippo Marinetti aan het blad: in het Frans feliciteerde hij hen met hun “mooie bijdrage” aan het salon, maar eerst klaagde hij flink dat hij  het laatste nummer niet ontvangen had. Ook het briefje van het zwaargewicht Theo Van Doesburg – zeg maar een promotie voor De Stijl gericht aan de redactie (en de melding van een adreswijziging) – werkt vandaag zowel ontwapenend, aandoenlijk als lachwekkend. Het toont vooral hoe aards deze avant-gardistische voorvechters ook waren.

Enkele gerelateerde artikelen