Een nieuw vakgebied mag jonge overmoed uitstralen

Recensie —

Wat is social design? Social matter, social design. For good or bad, all design is social onder redactie van Jan Boelen en Michael Kaethler is een geslaagde poging tot positionering van een jong vakgebied. ⁎⁎⁎⁎⁎

spread uit het besproken boek

Het vakgebied design is in de laatste twee decennia ontploft. Na de Tweede Wereldoorlog was het een halve eeuw een redelijk stabiele professie die gedomineerd werd door grafisch ontwerpen en (industrieel) productontwerp. Maar met de komst van het internet, de verandering van werkprocessen en het toegenomen belang van creativiteit breidde het vak zich snel uit. Er kwam onder andere food design, design thinking, social design, art-design, interaction design, user experience design, storytelling en speculatief design. Zoveel boeken als er zijn over de ‘oude’ design disciplines zo weinig vakliteratuur is er over al die ‘nieuwe’ design disciplines. Op zichzelf is dat verklaarbaar als een discipline ontstaat, zijn er vaak niet meer dan enkele projecten, een paar essays en de vakliteratuur uit aanpalende vakgebieden waaruit de discipline ontstond.

Zichzelf serieus nemen
Het boek Social matter, social design onder redacteurschap van Jan Boelen en Michael Kathler beschouw ik vooral als een poging om iets zinnigs te zeggen over het vakgebied social design. Het is een verzameling waarnemingen, observaties en analyses van de ontwerpers zelf, en levert als zodanig een inkijk in de grootte diversiteit aan denkwerelden van social designers.
De aardigheid van deze 238 pagina’s dikke discipline-bepaling is dat de beschrijving van het vakgebied nu eens niet gebeurt door de presentaties van best practices. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan zou dit een full colour glossy boek met mooie beelden zijn in plaats van het zwart-wit boek dat voor mij ligt. Het boek is moedig in zijn keuzes, en misschien wel de eerste social design publicatie waarin géén spelende, lachende kinderen op de opening van een evenement op een zomerse zaterdag te zien zijn.

Wat is de publicatie dan wel? Social matter, social design is een verzameling van twintig essays van social designers die door zijn variëteit aan onderwerpen wel degelijk inspirerend en ideeënrijk is. Sommige essays zijn bewerkte afstudeerscripties, andere zijn ongepubliceerde teksten van recent afgestudeerden. De publicatie leunt zwaar op de master afdeling Social Design van de Design Academy in Eindhoven, die redacteur Jan Boelen meer dan tien jaar leidde. Het boek verhult zijn afkomst geenszins want het opent met een essay van Jan Boelen, en eindigt met een interview met hem door coauteur Michael Kathler. Daarnaast is er een bewerkte dialoog tussen voormalig docenten van die afdeling.

De artikelen zijn geclusterd rond vier grote thema’s: het lichaam, de aarde, de politiek en technologie. Door de kritische en zorgvuldige samenstelling van de essays voelt het boek nooit als de ‘Social Designafdeling catalogus’ van ’s lands grootste designschool. Het gedurfde concept om vooral tekst te publiceren is daar vooral debet aan. Zo is de aantrekkelijke en fotogenieke sportkleding die Gabriel Fontana ontwierp niet te zien, maar kunnen we wel over de achterliggende motieven en overwegingen met betrekking tot genderneutrale en diverse sportbeoefeningen lezen. Dat klinkt misschien als pesterij maar het ontbreken van verleidelijke beelden doet het boek juist goed.

De lezer wordt intenser meegenomen in de thematieken, de houdingen, de observaties, de probleemstellingen, de drijfveren en de ambities van de jonge social designers. Voor een jong vakgebied blijkt dat een productieve methode. Het boek neemt zichzelf serieus en bewijst social design daarmee een hele goede dienst. Want door de theoretische onderleggers toegankelijk te publiceren, wordt social design gedefinieerd, ontdekt en afgebakend. Het boek waagt zich methodisch in diep water en blijft goed overeind.

spread uit besproken boek

Mandaat van een vakgebied
Zoals gezegd, is er weinig echte vakliteratuur over de meeste ‘nieuwe designdisciplines’. Er zijn veel instructieboeken over designthinking en experience design maar er zijn weinig publicaties waarin geprobeerd wordt zo’n vakgebied theoretisch af te bakenen en te begrijpen. Hoewel de ontwerpdiscipline architectuur al lang bestaat is er met regelmaat een levendig gesprek over de grenzen, het mandaat, de ambities en de kennisopbouw van deze discipline. Social matter, social design deed mij qua opzet dan ook herinneren aan de publicatie Dat is Architectuur uit 2001. Dit vuistdikke boek is een bundeling van manifesten en programmatische geschriften over architectuuropvattingen, en teksten die de rol van architectuur in de samenleving beschrijven. En net als bij Social matter, social design, zonder beeld.

Ofschoon menig individuele designer vaak zegt ‘dat allemaal niet nodig te hebben’, denk ik dat het wel waardevol is. Een vakgebied heeft theorievorming nodig omdat het beroepsbeoefenaars helpt in hun positiebepaling. En dat die voor creatieve disciplines ook uit niet-wetenschappelijke hoek kan komen wordt in dit boek maar weer eens bewezen. Weten wat anderen aan het doen zijn, weten hoe een vakgebied zich ontwikkelt is des te belangrijker in een vakgebied dat steeds sterke veranderingen ondergaat. In het geval van social design, zoekende naar zijn mandaat en zoekende naar zijn morele en sociale uitgangspunten.

Is er dan helemaal niks mis aan dit boek?
Jawel hoor. Moest de paus die het boek nog een handkusje geeft nou per sé op de omslag; het aanbevelingstekstje van Paola Antonelli (senior curator architectuur en design en tevens directeur R&D bij het MOMA. red.) op de flap is oppervlakkig en betekenisloos. Het is de enige laffe keuze in het boek want achter de hinderlijke typografische beginnersfouten (beeld tegen tekst aan, te klein beeldmateriaal) zal wel een moedig verhaal zitten. Als totaal is het boek namelijk liefdevol en adequaat vormgegeven en geïllustreerd.
In de roes van het nieuwe vakgebied overschreeuwt hier en daar iemand zichzelf. Misschien hadden de samenstellers sommige schrijvers tegen hun intellectuele machismo moeten beschermen want Bruno Latour en het Antroposceen vallen wel érg vaak. Je hoort het mantra van een afdeling hummen.

Maar mijn voornaamste irritatie is toch wel de ondertitel: for good or bad, all design is social. In het openingsessay schrijft Jan Boelen: “het boek omarmt de gedachte dat alle design social is, of we het nu leuk vinden of niet. Van raketlanceerders tot traangas en van sportvelden tot Parmezaanse kaas”.
Jonge vakgebieden hebben de neiging alles te willen claimen. Er wordt gedacht: hoe meer land er veroverd wordt, hoe beter het is voor het vakgebied, want een land wordt pas serieus genomen als het véél territorium omvat. Ik denk dat die obese houding een vakgebied geen goed doet. Als het waar is, dat alle design sociaal is, ontstaan er meteen ook een flink existentieel probleem want social design kan dan opgeheven worden bij gebrek aan expliciete betekenis. Alles is tenslotte synoniem voor niets specifieks. En dus vliegen de onderwerpen rijp en groen je om de oren. Zo declareert Nadine Botha apartheid in de derde alinea van haar essay al als een ‘social design’. De these dat Apartheid een social design is, is onmiskenbaar eventjes een spannende maar daarmee is eigenlijk ook alles wel gezegd. Als politieke systemen een social design zijn, zijn Black Life Matter demonstraties het ook, en aanslagen op 5G masten, Parmezaanse kaas en lange afstandswandelingen ook. De Vierdaagse, de cupfinale, de autogarage en de snelweg. Het geeft een korte ‘high’, maar daarna kunnen we ook over tot de orde van de dag. Wat mij betreft had het essay over Apartheid dan ook niet in dit boek gehoeven, omdat ik geen natuurlijk voortvloeiende rol voor een designer zie; ik ben er nog niet van overtuigd dat dit een vorm van social design is. Zonder de ondertitel hadden misschien nog hardere keuzes gemaakt moeten worden, samenstellers hadden dan niet de ‘anything goes’ rugdekking gehad en dus echt moeten beslissen wat social design wel en niet is.

spread uit het besproken boek

Maar ook de veelvraterige houding kan ik de samenstellers vergeven want een jong vakgebied, dat vol in ontwikkeling is mag een jonge overmoed uitstralen. En dat doet het boek ook. We rule the world! Wij begrijpen het! Wij zitten er bovenop! Het is precies die jonge, zelfbewuste houding die het boek aantrekkelijk maakt. De ontwerpers storten zich op onderwerpen zonder zich af te vragen wat er hun rol gaat zijn. Ze steken hun neus in zaken zonder dat hen iets gevraagd is en zonder zich druk te maken óf ze er überhaupt iets over mogen zeggen.

Social matter, social design’ is een uiterst waardevol boek. Het is moedig in de samenstelling, verrassend in de benaderingswijze, zorgvuldig in de uitwerking. 5 Sterren. Lees het, het hoeft niet per se op volgorde. Tegen alle designers die zich engageren met een relatief nieuwe discipline: neem een voorbeeld aan dit boek hoe je je zinvol kan positioneren en een waardevolle bijdrage kan leveren aan de design canon. En misschien kan uit deze opzet en deze methode een reeks ontstaan? Ik denk dat food design, design thinking en user experience design zeer gebaat zouden zijn bij een meer theoretische onderbouwing van de praktijk. Design laat zo graag pasklare oplossingen zien. maar design wordt pas echt betekenisvol als gedachtewerelden, motieven en drijfveren ontsloten worden.

Enkele gerelateerde artikelen