Het bezielde cabinet de curiosité van Floris Alkemade

Recensie —

Op 17 september gaat op het TIAFF, het Tilburg Architectuur Film Festival, de film Rijksbouwmeester in première. Hierin wordt Floris Alkemade, die op 1 september afscheid nam als rijksbouwmeester*, op de voet gevolgd bij zijn werk. Eerder dit jaar verscheen van zijn hand het essay De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen. Het boekje is de weerslag van het verhaal dat Alkemade in vijf jaar rijksbouwmeesterschap opbouwde. Pieter Waijer had een preview van de film, las het essay, en zag dat de toekomst van Nederland al die tijd bij Alkemade op zolder lag.

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

In de film van André de Laat, neemt Floris Alkemade de kijker mee naar de zolder van zijn huis in Sint-Oedenrode. Het is tevens het huis waar hij opgroeide. Zijn vader, half kunstenaar, half arts, vulde deze zolder als een waar cabinet de curiosité met de meest uiteenlopende beelden, speeltjes en artefacten, waarbij het enige selectiecriterium was ‘of het object bezield was’. Verborgen ruimtes in het oude huis werden door Alkemade senior omgetoverd tot droomwerelden op poppenformaat, tussen de dakspanten verschenen allerhande stellages voor zijn kinderen om te spelen. De Toekomst van Nederland is in zijn onbevangen reikwijdte en associatieve rijkdom de intellectuele afspiegeling van die wonderlijke vertrekken.

Als rijksbouwmeester gaf Floris Alkemade een indrukwekkend aantal lezingen door heel het land. ‘En eigenlijk,’ schrijft hij in het voorwoord van zijn essay, ‘werd me telkens maar één vraag gesteld: Welke kant gaan we op?’ Het is een vraag die extra lading krijgt nu Nederland voor een aantal complexe, ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken staat. De klimaatverandering, de energietransitie, de verduurzaming van de landbouw, het woningtekort en de vergrijzing: het is een rijtje dat inmiddels bijna sleets klinkt, volstrekt in tegenspraak tot de urgentie ervan. Het zijn onderwerpen die Alkemade en het Atelier Rijksbouwmeester adresseerden met prijsvragen en gevraagde en ongevraagde studies. ‘Maar daarmee was nog niet het hele verhaal verteld’, vervolgt hij. Aan de basis van zijn essay ligt dan ook een wedervraag: ‘Wie willen wij zijn?’

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

Het essay wordt ingeleid met een aantal treffende, persoonlijke anekdotes over de kloosterling, de alcoholist en de architect. Daar waar de kloosterling zich door het verhaal van het geloof laat inspireren om zich af te zonderen, probeert de alcoholist zijn onvolkomenheden met volstrekt ongeloofwaardige maar goedbedoelde verhalen toe te dekken. ‘Het geloof in een verhaal bood (hen) de mogelijkheid om de onvolmaakte werkelijkheid te overstijgen’, schrijft Alkemade. Eenmaal in dienst van de architect (in de gedaante van zijn leermeester Rem Koolhaas) ervoer hij ‘hoe een verhaal de wereld kan vormen, en niet andersom’. Het is het hoopvolle fundament onder een essay dat voortdurend laveert tussen latent cynisme, kritisch realisme en krachtig positivisme.

Het eigenlijke essay opent met niets minder dan de zondeval. Alkemade schetst hoe de mensheid sinds die onfortuinlijke dag heeft gepoogd een nieuwe balans tussen natuur en cultuur en tussen verstand en begeerte te vinden, en hoe zij daarin tot dusver, uiteraard, heeft gefaald. De natuur legt het nog altijd af tegen onze ongebreidelde welvaartshonger. Hij betoogt dat het de begeerte is die ons belemmert om van richting te veranderen op het moment dat het er het meest toe doet. ‘We vinden het nog steeds te moeilijk om comfort of vrijheden op te geven. De schizofrenie ten opzichte van het positief zelfbeeld dat we willen ophouden wordt dan ook steeds schrijnender.’ Om uit de huidige impasse te komen is een verhaal nodig dat krachtig genoeg is om het verlangen naar verandering op te roepen. Verbeeldingskracht is daarbij volgens Alkemade essentieel en hij ziet dan ook een belangrijke taak weggelegd voor de kunsten en de wetenschap, en in het bijzonder (natuurlijk) voor architecten, om dat verlangen wakker te kussen.

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

Spread uit De toekomst van Nederland – de kunst van richting te veranderen.

Het boekje is losjes opgedeeld in drie delen. Hoewel de inhoudsopgave een lineaire opbouw suggereert, is het verhaal veeleer een tapijt waarvan de draden vanaf de eerste pagina zichtbaar zijn. Dat is ook niet zo verwonderlijk, het is immers de condensatie van een jarenlang denk- en schrijfproces. Herhalingen hier en daar zijn dan wellicht onvermijdelijk. De tekst staat vol straffe aforismen (‘Nederland een ‘land’ noemen is een teken van overmoed’) en is doordesemd van dichotomieën als goed en kwaad, deugd en begeerte, hoop en wanhoop en krijgt daardoor bij vlagen een bijna profetisch karakter. Maar het werkt. Omdat de stijl van Alkemade bijzonder bondig en direct is, en omdat tegenover elke zondvloed een staafmixer of een kleurig kevertje staat. Het is de bezielde fantasiewereld van de zolder in Sint-Oedenrode gevat in woorden.
Alkemade neemt geen blad voor de mond. Ook de overheid, bij verschijnen van het boekje toch nog altijd zijn werkgever, wordt niet gespaard. ‘Voor de terugtredende overheid is ‘sober en doelmatig’ mantra, dogma, en bezweringsformule ineen. Een uitstekende doelstelling, behalve daar waar het visieloosheid maskeert en het een al te makkelijk excuus wordt om de verantwoordelijkheid voor daadwerkelijk handelen af te schuiven.’ Ook hekelt hij het verdwijnen van het ministerie van VROM: ‘Nu de urgentie en samenhang van deze ruimtelijke vragen zich meer dan ooit ondubbelzinnig aandient, is het pijnlijk dat het ministerie dat erover ging door de terugtredende overheid in 2010 is opgeheven.’

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik, na ‘De Toekomst van Nederland’ een eerste keer te hebben gelezen, het boekje geërgerd terzijde heb gelegd. Misschien kwam het door de plek waar ik mij op dat moment bevond (een klein Waddeneiland), of de stapel boeken waar het tussen lag: een vlammende roman waarin big oil vakkundig gevloerd wordt (alsook, weer eens, de liefde), en twee activistische boeken van correspondenten die, ondersteund door indrukwekkende hoeveelheden data, verklaarden dat de wereld wel/niet naar de knoppen gaat. Boeken kortom met uitkomsten, met antwoorden. En dat terwijl Alkemade vooral confronterende vragen opwerpt. Toen ik het essay een paar weken later herlas, moest ik mijn oordeel radicaal bijstellen en was verbaasd en verontrust over het feit dat ik zó van richting kon veranderen. Enigszins beschaamd las ik de volgende woorden: ‘De pessimistische blik biedt zoals altijd verreweg de meeste garantie om je gelijk te halen en is alleen daarom al even verwerpelijk als altijd’.

Boeken waarin urgente vraagstukken moeiteloos worden verknoopt met cultuur, politiek en filosofie en waarin moraal, al dan niet christelijk, ongegeneerd een hoofdrol krijgt, vragen om gelijke delen denkkracht en moed, en zijn daarom zeldzaam. Floris Alkemade schreef zo’n boek. Dat het essay over ruimtelijke vraagstukken gaat is eigenlijk van secundair belang. De Toekomst van Nederland is niets minder dan een appèl, een oproep tot het nemen van verantwoordelijkheid voor en geloof in onze eigen toekomst. Een prestatie waar veel hedendaagse politici een puntje aan kunnen zuigen. De verkiezingen zijn in aantocht. Ik zeg: Floris for president.

Enkele gerelateerde artikelen