Feature —

Op de fiets langs de grenzen van de duurzaamheid

Rondje Schiphol is een fietstocht van 42 kilometer langs stroomslurpers en verdwenen dorpen, oude forten en nieuwe kerken, gigantische loodsen en postzegelparkjes. De route die Tijs van den Boomen uitzette, is te vinden op de site van Podium voor Architectuur. Hieronder neemt hij de duurzame ambities rond de luchthaven onder de loep: ‘Het is soms moeilijk om niet cynisch te worden.’

foto auteur 1

foto auteur

Als het op duurzaamheid aankomt, zijn bedrijven rond Schiphol er als de kippen bij om trots hun naam te vermelden. Neem de rotonde op de Pudongweg in het voormalige dorp Rozenburg: op een bord laten twee bedrijven plus de gemeente Haarlemmermeer weten: ‘Hier werken wij aan schonere lucht.’ Het zuiverende effect moet komen van een middeneiland van nog geen 0,06 hectare, dat is ingezaaid met een gevarieerd kruidenmengsel.

Omvang én openhartigheid steken schril af bij de omringende bedrijven: aan de enorme dozen is vaak niet af te lezen van wie ze zijn, noch wat hun functie is. Op internet ontdek ik dat de anonieme zwarte hal met grijze ribben, die direct aan de rotonde ligt, Interxion 6 heet. Het is een datacenter met een oppervlakte van 2,9 hectare en een vermogen van 31,3 megawatt. Op de hal van 3,3 hectare er recht tegenover staat, heel bescheiden, wel een naam: Seko. Seko? Het blijkt een internationaal logistiek bedrijf te zijn dat zorgt voor een ‘wrijvingsloze transportervaring’.

Datacenters en logistieke bedrijven blijken niet alleen op de grond goed te matchen, ze werken steeds vaker ook eendrachtig samen. Nieuw hoogtepunt is Shein, een modebedrijf dat gespecialiseerd is in real-time fashion. Algoritmes zien, ergens ter wereld, een trend opkomen, met hulp van andere algoritmes wordt een bijbehorend kledingassortiment ontworpen, volautomatisch gaan de bestelopdrachten naar Chinese fabrieken en vervolgens worden de kleren letterlijk vliegensvlug wereldwijd gedistribueerd. Doorlooptijd voor het proces van ontwerp tot winkel: drie dagen.

Ik heb geen idee of het snelgroeiende Shein, dat nu al half zoveel omzet als H&M, gebruik maakt van de faciliteiten van Interxion en Seko – en waarschijnlijk weten die bedrijven dat zelf ook niet –, maar deze fysieke flitshandel werpt wel een grel licht op het streven naar duurzaamheid. Het is mooi dat Interxion enkel duurzame stroom gebruikt, maar hoe duurzaam is een systeem dat, als een soort echoput, bijna zonder menselijke tussenkomst steeds grotere stromen goederen in gang zet?

En over stroom gesproken: bij de volgende rotonde op de Pudongweg hangt een spandoek ‘Rijsenhout zegt NEE tegen 150 kV’. 150 kV is de afkorting van een trafostation waarover al jaren wordt geruzied. Twee beoogde locaties vlak bij het dorp, aan de overkant van de Geniedijk, wisten de actievoerders al tegen te houden. Dat het station nu op het bedrijventerrein zelf komt te liggen, vlak bij de datacenters die het moet voeden, stemt hen niet milder. Toch is het geen protest tegen de klimaatcrisis: veel Rijsenhouters koesteren nog altijd wrok over de sloop van Rijk, Rozenburg en Oude Meer, dorpen waar ze ooit woonden en die plaats moesten maken voor uitbreiding van de luchthaven.

foto auteur 2

foto auteur

Conflicten en contrasten doemen steeds op als je rond de hekken en sloten van Schiphol fietst, want de impact van de luchthaven op haar omgeving is gigantisch. Internationale hoofdkantoren, distributiebedrijven, hotelketens, expediteurs, datacenters, taxibedrijven: ze komen erop af als vliegen op de stroop. En in hun kielzog infrastructuurbundels en parkeervlaktes, reparatiewerkplaatsen en detentiecentra, fastfoodrestaurants en spottersplekken.

De luchthaven is een steen in de vijver van het overgereguleerde Nederland, en bestuurders, planologen, ontwerpers en omwonenden proberen naarstig grip te krijgen op de schokgolven. Het is soms moeilijk om niet cynisch te worden van de pogingen om tegenstrijdige doelen te verenigen, zoals bij Green Mountains Logistics Park, het splinternieuwe distributiecentrum in de oksel van de Aalsmeer- en de Kaagbaan.

Je betreedt het terrein via een smalle kloof tussen twee distributiehallen. In één zo’n hal passen ruim drie voetbalvelden, er staan vier van zulke joekels. Alles is groot hier. Alles? Nee, op een grazig heuveltje midden op het stenige terrein staan vijf insectenhotelletjes. Ze staan ook nog eens pal in de wind, de kans dat hier insecten neerstrijken is nihil.

Maar er worden ook echte stappen gezet op het gebied van duurzaamheid, al is het maar het simpele gegeven dát je een fietsrondje om Schiphol kunt uitzetten. Want ook al lopen er hier en daar nog steeds fietspaden op onverwachte plekken dood, zoals bij het benzinestation aan een drukke N-weg, over de hele linie nemen lengte en kwaliteit van het fietsnetwerk toe, net als het aantal overdekte fietsenstallingen en de plekken waar je een deelfiets kunt oppikken.

Ook het ov-netwerk is inmiddels goed op orde: de Cirkellijn rijdt in hoge frequentie van ’s morgens vroeg tot middernacht rondjes langs de bedrijventerreinen. Oké, de meeste werkers komen met de auto en zetten die op een van de verafgelegen personeelsparkeerplaatsen en stappen dan pas over op de bus, maar ook het ov uit Amsterdam Nieuw-West en Zuidoost haakt aan op de Cirkellijn en daarmee is die een wapen in de strijd tegen vervoersarmoede – mensen die wel een baan hebben, maar geen auto kunnen bekostigen om er te komen.

foto auteur 3

foto auteur

Ook de schaalvergroting rond Schiphol zorgt voor contrasten. Neem het smalle parkje dat is uitgespaard tussen het dorp Rijsenhout en de splinternieuwe kassen aan de Aalsmeerderweg. Eigenlijk had hier de Poldertuin moeten komen, een robuuste verbinding tussen het Groene Hart en Park 21, het werd uiteindelijk een veertig meter brede strook met wat speeltoestellen en acht fruitbomen die door bewoners zijn geadopteerd onder het motto ‘vergroenen en verbinden’. Er moeten dit najaar nog 120 fruitbomen bij komen, maar ook die zullen schril afsteken tegen de 1,7 miljoen trostomatenplanten in aanpalende kassen. Is het daarmee alleen een groene schaamlap? Natuurlijk is het park een kruimel die van de grootschalige tafel is gevallen, maar elke keer dat ik er was, zag ik hier dorpelingen wandelen, vaak vrouwen, soms ook een echtpaar.

Een wat grotere kruimel is het Ringdijkpark, een slim ingerichte groene strook met een waterplas, schuin oplopende taluds, grazende schapen en geometrische paden die de rommelige achterkant van de Ringdijk verbindt met de glanzende datacenters en distributiebedrijven van de Pudongweg. En nog ontworpen in overleg met de bewoners van de Ringdijk ook.[i]

Er zijn meer van dit soort verrassende kleinoden te vinden rond Schiphol. De Gerritshoeve bijvoorbeeld, een boerderij waarvoor de fundamenten inmiddels zijn gelegd bij de achteruitgang van station Hoofddorp. Hier wordt, balk voor balk, een laat-negentiende-eeuwse schuur, die bij de Polderbaan stond, opnieuw opgebouwd ‘met behoud van de norse uitstraling’. De Gerritshoeve wordt een duurzaam café-restaurant dat mikt op de wijk Hyde Park, die in aanbouw is.[ii] De hoeve is daadwerkelijk een voorbeeld van cradle to cradle, maar dergelijke oprechte pogingen zijn een uitzondering in een door slogans en grootschaligheid gedomineerde wereld.

Neem Schiphol Trade Park, op hemelsbreed een halve kilometer afstand, dat op grote reclameborden belooft dat hier ‘het meest duurzame en innovatieve bedrijventerrein van Europa’ wordt gebouwd. Onduidelijk blijft waarom dit bedrijventerrein dan toch maar vier van de vijf sterren voor het keurmerk BREEAM-NL Gebied scoort. Maar ook als het de maximale score zou halen, blijft het de vraag hoe duurzaam een gebied is dat elke menselijke schaal ontbeert. Oké, de zwarte distributieloods van Gefco, een van de eerste bedrijven die is opgeleverd, heeft keurig een fietsenstalling achter de slagbomen en een insectenhotel voor de deur. Maar kijk, om een idee te krijgen van de maat, naar het deurtje in de hoek van het pand. Mensen zijn hier dwergen.

Veel vriendelijker en intiemer oogt Park 20|20, een kantorenpark dat tussen Schiphol Trade Park en de Gerritshoeve ligt. Naar eigen zeggen is dit wereldwijd ‘de eerste cradle to cradle geoptimaliseerde werkomgeving’. Met het groen zit het wel goed: op een leeg kavel zijn moestuinen ingericht, er leven drie bedreigde vlindersoorten, de auto’s zijn weggewerkt onder een dakpark. Maar wacht even: hoe circulair zijn privéauto’s in een betonnen parkeergarage?

foto auteur 4

foto auteur

‘We moetens ons kapot schamen voor het landschap dat we hebben gemaakt’, verzuchtte Yvonne Lub, directeur van het Podium voor Architectuur Haarlemmermeer en Schiphol toen ik haar de fietskaart liet zien die ik op haar verzoek had gemaakt. Of we ons moeten schamen weet ik niet zeker, maar dat het landschap rond Schiphol ons confronteert met het globaliserende kapitalisme, daarover kan geen twijfel bestaan.

In het programma Zomergasten riep Adriaan Geuze een paar jaar geleden, staande voor de meubelboulevard Leiderdorp aan de A4, op dramatische toon uit: ‘Wie heeft dit besteld?’ Nou, het landschap rond Schiphol, dat hebben we allemaal samen besteld, voor een groot deel letterlijk, door alle internetbestellingen en de daarvoor benodigde datacenters, luchthavens en distributiebedrijven. En het minste wat we kunnen doen, is dit monster in de bek kijken.

Mooi meegenomen is dat er daarbij en passant ook nog een paar architectonische pareltjes te ontdekken zijn. Zoals de ‘eierdoos’, een staaltje duurzaam bouwen uit 1983. Volgens architect Joan Overhoff weren ‘de betonnen wenkbrauwen’, waarvan de stand per gevel verschilt, de zon in de zomer en laten ze die in de winter onbelemmerd binnen. En dat al bijna veertig jaar.

Enkele gerelateerde artikelen