Recensie —

Jan Sterenberg, de actualiteit van de zalige jaren 70

Zijn bureau groeide uit tot een van de grootste van Nederland, hij bouwde tienduizenden woningen door het hele land en toch is hij een onbekende gebleven, Jan Sterenberg. Pieter Hoexum las Groeikernen en woonmilieus Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’70 en ontdekte de actualiteit van de volkshuisvestingsvraagstukken uit de jaren zeventig zijn.

spread uit Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren '70

spread uit Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’70

We waren op zoek naar een ander huis, om op fietsafstand van het werk van mijn vrouw te wonen in plaats van op een uur met de trein. Mij maakte als thuiswerker de locatie niet zoveel uit, maar ik ging natuurlijk wel mee op huizenjacht. Toen we een geschikt huis op het oog hadden, maakten we een wandelingetje door de buurt, om de sfeer te proeven. We parkeerden de auto op de parkeerplaats van enkele enorme galerijflats met de gebruikelijke mistroostige uitstraling. ‘Ons’ huis bleek in een buurtje verder te liggen. Een bordje met ‘woonerf’ zag ik nergens, maar dat was het wel degelijk. De woonomgeving beviel me eigenlijk meteen. Het was niet echt mooi, maar ook niet echt lelijk, geen architectonische bezienswaardigheid, maar eerder wat gezapig en kneuterig. Precies wat een prettige woonomgeving zou moeten zijn. Eigenlijk had ik het in één oogopslag al gezien: hier, op dit plekje in de luwte, zou ik prima kunnen wonen. Sterker nog, diep van binnen zei een stem: “zo hóór je te wonen”. Dat zal de stem van mijn nostalgische ik geweest zijn. Het huis is gebouwd in 1977 en leek verdacht veel op het huis en de buurt waar ik opgroeide. Jeugdsentiment, dat moest het zijn.

Feest der herkenning…

De jaren zeventig! De verbeelding was aan de macht, premier Den Uyl zette zich in voor de spreiding van kennis, macht en inkomen. Of is dat slechts nostalgisch gedweep? Waren de huizen en buurten van de jaren zeventig eigenlijk wel zo goed? In het pas verschenen boek van Michiel Kruidenier Groeikernen en woonmilieus – Architect Jan Sterenberg en het wonen in de jaren 70 moest ik toch een antwoord kunnen vinden. Bovendien leek de architect Sterenberg een interessant onderwerp. Zijn bureau groeide uit tot een van de grootste van Nederland, hij bouwde tienduizenden woningen door het hele land en toch is hij een onbekende gebleven. Het boek is een mooie aanvulling op het boek De kritiese jaren zeventig. Architectuur en stedenbouw in Nederland 1968-1982. In dat boek, uit 2004, komt Sterenberg helemaal niet voor en gaat de aandacht uit naar de spraakmakende figuren zoals Herman Hertzberger en zijn tegenvoeter Carel Weeber. Je zou Sterenberg ‘de stille kracht van de jaren zeventig’ kunnen noemen.

Het boek bleek in elk geval meteen een feest der herkenning, alleen al door de feloranje omslag. In het voorwoord worden de belangrijkste vooroordelen over vormgeving in de jaren zeventig opgesomd: “bielzen, coniferen, houten schrootjes en plavuizen”. Wij moesten ons net gekochte huis inderdaad eerst ontdoen van enorme hoeveelheden schrootjes, oranje plavuizen en verlaagde plafonds, en de tuin van vele coniferen en bielzen. Het boek bevat, naast de vele illustraties, ook vijf foto-essays van fotograaf Harry Cock. Hij bezocht recent een vijftal door Sterenberg gebouwde buurten en dat was niet enkel een feest van herkenning. Daar blijkt ook het glas half vol… of half leeg. Aan ene kant is het allemaal lekker kneuterig, veel groen met hondenuitlaters en postbodes en vooral veel spelende kinderen, altijd een goed teken! Aan de andere kant is er ook veel grijs te vinden, dat soms nogal grauw uitslaat.

spread uit Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren '70

spread uit Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’70

Geluk en tragiek

Hoewel het boek ook een biografie van Sterenberg is, blijft hij een soort schim. Je leert niet zozeer de persoon kennen, maar vooral zijn werk, ideeën en de ‘tijdgeest’. Sterenberg werd geboren in 1923 in Groningen, als zoon van architect en overleed in 2000. Hij begon zijn eigen bureau in 1951 in Ter Apel en viel met zijn neus in de boter: de wederopbouw. Emmen moest opgestoten worden in de vaart der volkeren, het dorp moest een industriestad worden. Om het toch een beetje dorps te houden, bedacht de verantwoordelijk stedenbouwkundige Niek de Boer het woonerf. Sterenberg had al een beetje naam gemaakt met kleinere woningbouwprojecten in dorpen in de buurt en kreeg nu de kans mee te werken aan grotere uitbreidingswijken bij Emmen. Eenmaal succesvol herhaalde hij dat ‘kunstje’ desgevraagd overal in Nederland. Ondanks zijn interesse in seriematig bouwen, had hij een scherp oog voor kwaliteit en variatie. Seriematig en gevarieerd lijken elkaar uit te sluiten, maar bij Sterenberg zijn het variaties op een thema.

Het bureau Sterenberg ontwikkelde zich razendsnel tot een van de grootste van Nederland. Eind jaren zeventig had hij meer dan honderd medewerkers. Het bureau bleef in Ter Apel gevestigd, waar op den duur hele straten bewoond werden door zijn medewerkers.
Sterenberg was de juiste man op de juiste plek op het juiste moment – maar dat momentum was al weer snel voorbij. Met de crisis van de jaren tachtig eindigt het verhaal in mineur. In 1983 ging het bureau failliet, en al maakte het in afgeslankte vorm een doorstart, het werd nooit meer zoals het was. Sterenberg ging zich meer concentreren op het onderwijs. In 1977 was hij al aangesteld als hoogleraar seriematige woningbouw aan de Technische Universiteit Delft.

Buurtbouwer

Bij het lezen van Groeikernen en woonmilieus dringt zich de vraag op of Sterenberg wel echt architect was. Was hij niet meer een organisator, een leraar of een inspirator dan een groot ontwerper van gebouwen? Misschien kun je hem een ‘buurtbouwer’ noemen, want die tussenschaal was zijn expertise; het hoefde geen totaalkunstwerk te worden, maar gewoon een aangename leefomgeving.
Dat was voor mij in mijn nieuwe woonomgeving wel herkenbaar. Toen ik de oorspronkelijke tekeningen van het huis bij de gemeente opvroeg bleek ons huis geen Sterenberg, maar wel ontworpen in de geest van. De tekeningen laten bijvoorbeeld niet alleen ons huis zien, maar ook een groot deel van ons buurtje. Ons huis is onderdeel van een groepje van drie verspringende rijtjes van vier huizen aan het water. Bij wijze van waterkering zijn in onze tuinen borstweringen gemetseld in dezelfde steen als de woning. De drie rijtjes vormen een mooie eenheid, met interessante tussenruimtes die mede door een bruggetje vaag doet denken aan bolwerken. Het is fraai, zonder opzichtig en kitscherig neotraditioneel te worden. Het is dan wel geen Sterenberg, maar door de openheid, vriendelijkheid en ‘verstaanbaarheid’ toch wel ‘Sterenbergiaans’. Bescheiden sympathiek, zou je het kunnen noemen – kom daar nog maar eens om.

spread uit Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’70

Bevlogen Pragmaticus

Hartverwarmend vond ik het citaat van Sterenberg waar het boek mee opent: “het gaat niet zozeer om de vorm van een huis, maar meer om de mogelijkheid die je als architect creëert om de mensen zelf een vorm te laten geven. Een afgebouwd huis is een begin, geen eindpunt.” Sterenberg was dan ook een groot pleitbezorger van bewonersinspraak. Maar dan komt de schok… Deze politiek actieve “bevlogen pragmaticus”, zoals hij zo mooi in het boek genoemd wordt, was raadslid voor de VVD.
Sterenberg was erg progressief en werd daarom een ‘rode VVD-er’ genoemd. Een soort negentiende-eeuwse liberaal: een vrijzinnige, progressieve liberaal, die geloofde in en streed voor individuele, burgerlijke vrijheid. Van die koers was de VVD toen al aan het afwijken en dat werd met het neoliberalisme en conservatisme alleen maar erger. Het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer werd geestdriftig door VVD-er Stef Blok opgeheven. De markt zou ook daar zijn werk moeten kunnen doen, met nu de wooncrisis tot gevolg.

Hadden ze maar beter geluisterd naar Sterenberg. Bij liberalen als Sterenberg leefde nog het idee dat woningbouw geen puur particuliere aangelegenheid is, maar ook een publieke zaak. Het is in ieders belang zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk te huisvesten. In 1986 schreef Sterenberg samen met econoom Weggemans in Liberaal Reveil, het blad van de VVD, het artikel: ‘Een toekomst gericht liberaal volkshuisvestingsbeleid’. Daarin constateren ze dat er tijdens de wederopbouw weliswaar veel is gebouwd, maar dat dat ten koste ging van kwaliteit en diversiteit. Zij waarschuwden toen al voor veranderende woonwensen. Door demografische veranderingen was er ook toen al een tekort aan kleine woningen, aangepaste woningen en goedkope woningen voor jongeren. Dat klinkt akelig actueel.

Volkshuisvesting

Groeikernen en woonmilieus. Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’70 getuigt van grote ijver want er is veel materiaal verzameld en beschikbaar gemaakt. Dat is bewonderenswaardig, maar vraagt nogal wat doorzettingsvermogen van de lezer. Was het boek beperkt gebleven tot de figuur Sterenberg en zijn werk, dan was het boek wellicht iets gebleven voor kenners en deskundigen.
Het is door Sterenbergs ideeën en elan, die steeds voelbaar zijn, dat het boek verrassend actueel is en daarmee een breder publiek verdient. Het bouwen van de jaren zeventig was een reactie op het rechttoe rechtaan “bouwen, bouwen, bouwen” van de wederopbouw. Architecten als Sterenberg gingen op zoek naar andere manieren om grote hoeveelheden betaalbare huizen te bouwen van goede kwaliteit in een fijne woonomgeving. Alle VVD-ers die denken – en vooral ook heel hard roepen – dat we de wooncrisis kunnen oplossen met “bouwen, bouwen, bouwen”, zonder rekening te houden met het hoe, wat of het waar, en dat we dat het beste aan projectontwikkelaars over kunnen laten, zouden allemaal dit boek moeten lezen. Ook iedereen die denkt dat dat marktdenken een typisch VVD-gedachtengoed is, zou dit boek moeten lezen. Het boek maakt duidelijk dat ‘volkshuisvesting’ geen vies woord is, maar juist mooi, voor mensen van alle politieke gezindten.

Enkele gerelateerde artikelen