Interview —

Betaalbare architectuur: de agenda van de Nieuwe Meent

In een periode dat discussies over volkshuisvesting steeds verhitter raakten, werd wooncoöperatie de Nieuwe Meent opgeleverd in Amsterdam-Oost. Welke agenda zit er verscholen in de architectuur van de Nieuwe Meent? Welk (nieuw) perspectief biedt het project? In gesprek met de architecten Mira Nekova (Time to Access) en Roel van der Zeeuw (Raumplan).

de Nieuwe Meent, Amsterdam / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

inpassing in omgeving / de Nieuwe Meent, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

Vorig jaar verrees naast station Amsterdam Science Park eindelijk de Nieuwe Meent. Het ambitieuze woningbouwproject werd ontwikkeld op een door de gemeente Amsterdam beschikbaar gesteld perceel, nadat de gemeente in 2018 een tender had uitgeschreven voor een wooncoöperatie met veertig appartementen. De initiatiefnemers achter de Nieuwe Meent geloofden in een radicaal alternatief voor de hedendaagse volkshuisvesting. Onder hen bevonden zich de architecten Mira Nekova en Andrea Verdecchia (Time to Access) en Roel van der Zeeuw (Raumplan). Als initiatiefnemers in de tenderfase en later als architect waren ze betrokken bij de oprichting van de wooncoöperatie en vervolgens het ontwerp van de Nieuwe Meent.

Lenneke Slangen: Een paar maanden geleden verscheen op Archined het artikel van Selçuk Balamir, waarin hij omschrijft hoe de wooncoöperatie en het gebouw van de Nieuwe Meent tot stand is gekomen, na het plaatsen van een oproep ‘to build a postcapitalist urban commune’. Jullie waren, onder meer, als architect bij het project betrokken. Kunnen jullie ons meenemen in hoe jullie betrokken zijn geraakt bij het initiatief voor de Nieuwe Meent en welke rol jullie daarbinnen vervulden?

Roel van der Zeeuw: Andrea, Mira en ik kennen elkaar van onze tijd bij Marc Koehler architecten, waar we toen werkten. Andrea kwam de oproep tegen op Facebook. Het grappige was dat er in de oproep werd gezocht naar allerlei mensen, maar het woord architect niet in de oproep genoemd werd. We besloten met zijn drieën te reageren, als een gelegenheidsformatie, en daar reageerde Selçuk eigenlijk gelijk enthousiast op.

Mira Nekova: We hadden eerder veel aan projecten gewerkt met collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) of medeopdrachtgeverschap (MO)*. Toen dit langs kwam waren we eigenlijk meteen enthousiast omdat het een andere manier van ontwerpen en bouwen voorstelde.

RvdZ: We wisten op dat moment nog niks van wooncoöperaties af. Het was voor ons echt een leerproces al hadden we natuurlijk wel veel ervaring met tenderprocessen van CPO’s en MO’s. Daardoor konden we in de beginfase [in voorbereiding van de tender – red.] het proces heel erg op ons nemen. Later verschoof onze rol meer naar de traditionele rol van de architect.

MN: Doordat het project een pilot was, moest er al bij de tenderindiening voor veel verschillende onderdelen een concreet plan zijn: architectuur, wonen, sociaal, financieel. De andere initiatiefnemers hadden veel ervaring met organisatie van groepen, sociale dynamieken, samenwonen. Maar ervaring in ontwikkeling en bouw, dus kostenraming en de juridische aspecten, eigenlijk de hele businesskant, ontbrak en daar konden wij hen in ondersteunen.

RvdZ: We waren al wel eerder bij dat soort processen betrokken geweest, maar dan ging het om koopwoningen. Het is toch echt weer een hele andere situatie bij huurwoningen, doordat de huurdynamiek het heel lastig maakt. Omdat er woningen voor het middensegment en de sociale huur werden ontwikkeld, moest er rekening worden gehouden met het huurmaximum. Die werd gebruikt om terug te rekenen wat we konden doen, en daarvoor moesten we het puntensysteem uitzoeken en eigen maken. Wat kan ik veranderen om op meer punten te komen? Hoe op minder? Bij koop werkt dat heel anders omdat je direct kan doorrekenen vanuit de verkoopprijs.

omgeving / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

LS: Hoe hebben jullie je gedurende het project verhouden tot de initiatiefnemers en de toekomstige bewoners? Is jullie rol gedurende het project veranderd?

MN:
Iedereen werkte aan de onderdelen waar zij goed in waren, ervaring had, of interesses lagen, maar het was echt learning by doing. Architectuur en het ontwerp werden gebruikt als ‘vehikel’ binnen het proces. We organiseerden workshops om ontwerpkeuzes te bespreken en referenties te vergelijken, maar ook om afwegingen te maken over de gedeelde visie en hoe er samen gewoond zou worden. Op dat moment was er nog niemand lid van de coöperatie, en dat maakte het proces extra bijzonder. Niemand had een privé interesse, de motivatie was echt om iets goeds te doen voor de maatschappij, voor de stad, voor de mensen die normaal niet betrokken zijn bij dit soort ontwikkelingen. Ontwerp werd gebruikt als tool om de gesprekken te voeren.

RvdZ:
Het was een super intensief proces, waarbij er steeds opnieuw uitgezocht moest worden hoe het project kon worden vormgegeven, en wat de financiële randvoorwaarden waren. Het ontwerp vormde een gezamenlijk doel dat iedereen bemoedigde om door te gaan. We werkten bijna iedere zondag als groep initiatiefnemers samen. Vaak werkten we dan bij Nieuwland, waar een deel van de initiatiefnemers woonde of bij betrokken was, of gingen we op locatiebezoek bij de Groene Gemeenschap, of bij Nautilus. Alhoewel dit geen wooncoöperaties waren en daardoor niet volledig vergelijkbaar, gaven ze wel een inkijk in een manier van wonen met veel gedeelde voorzieningen.

MN: Nadat de tender was gewonnen, zijn we eigenlijk direct uit de groep van initiatiefnemers gestapt. Zodat we echt bij het project betrokken konden zijn als architecten, en om belangenverstrengeling te voorkomen.

RvdZ: Daar komt bij dat de casus zelf ook ingewikkeld was. Het is een moeilijke locatie: naast het spoor, vrijstaand. En ook qua verhoudingen, zoals die in de omgevingsvisie waren vastgelegd: veel laagbouw, met relatief veel dak en gevel, en een toren die net ongunstige verhoudingen had. Dan heb je het geluid en de trillingen van het spoor. En daar kwamen nog sociale huurwoningen bij, in hout, met hele hoge duurzaamheidseisen en veel gedeelde functies.

MN: De initiatiefnemers hadden duidelijke kernwaardes voor het project, en deze waren compromisloos. Er zijn meerdere momenten geweest waarop wij eigenlijk een concessie wilde maken, maar de initiatiefnemers het project niet door wilden laten gaan als niet alle vooraf gedefinieerde kernwaardes ruimtelijk gerealiseerd zouden kunnen worden.

RvdZ: Het project zelf was al heel uitdagend. Toen wij begonnen waren er nog amper woningbouwprojecten in hout gerealiseerd, laat staan sociaal. Doordat het proces zo lang duurde, werden we op een gegeven moment ingehaald. Maar in het begin was alles waar we aan werkten nieuw, ook voor de adviseurs die bij het project betrokken waren.

begane grond / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

begane grond / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan (klik om te vergroten)

1e verdieping / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

1e verdieping / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan (klik om te vergroten)

LS: Tot hoever waren de initiatiefnemers betrokken bij het uiteindelijke ontwerp? Alleen in grote lijnen of tot op het detail?

MN: De initiatiefnemers zijn de opdrachtgevers, dus in principe hebben ze overal wat over te zeggen. Wij maakten steeds voorstellen, waar we vervolgens tijdens de georganiseerde workshops, via sketches, enquêtes, postioneringsgames, input op kregen. Maar je ontwerpt niet met dertig mensen; jij bent de architect en zij zijn de opdrachtgever. Toch is hun zeggenschap heel erg groot, zij moeten uiteindelijk akkoord gaan. Uiteindelijk zijn alle appartementen anders, terwijl het huurwoningen zijn.

LS: Hoe hebben jullie in het ontwerpproces de ruimtelijke kwaliteit bewaakt?

MN: Binnen een participatieproces moet je altijd grenzen stellen, waarbinnen je vervolgens weer de vrijheid kan geven om invloed uit te oefenen. Als je die grenzen duidelijk communiceert en mensen ook goed geïnformeerd zijn over hoe en waarom er ergens wel of geen flexibiliteit zit, dan kunnen zij dat echt wel begrijpen. Wat bij dit ontwerpproces meehielp was dat de bewoners pas vrij laat wisten welke woning ze toebedeeld zouden krijgen, terwijl ze vanaf het begin bij het participatieproces betrokken zijn geweest. Ze konden dus op hun eigen woning pas echt invloed uitoefenen toen deze al grotendeels vast was gelegd. Zover als de plattegrond dat toen nog toeliet konden aanpassingen worden gemaakt, maar de mogelijkheden waren beperkt.

maak dit soort artikelen mogelijk

Doneer nu

LS: Op de begane grond en eerste verdieping bevinden zich sociale huurwoningen — enkel- en dubbellaags — en in de toren bevinden zich op de verdiepingsvloeren met woongroepen. Hoe zijn de verschillende woonvormen bepaald en hoe verhouden ze zich tot, of beïnvloeden ze, de plattegrond?

MN: Al vanaf het begin waren woongroepen onderdeel van het plan omdat veel van de initiatiefnemers in Amsterdam in een woongroep woonden. En tijdens de initiatieffase bleek al snel dat de business case alleen haalbaar was, als er woongroepen in de toren zouden zitten.

RvdZ: Dat heeft met name te maken met de ongunstige verhoudingen van de toren. Zodra je meer appartementen in de toren wilde realiseren, kwam je in de knel met de geluidsbelaste zijde. Bovendien hadden er dan ook twee trappenhuizen in moeten zitten.
In eerste instantie was de trap inpandig ontworpen, maar met studies hebben we uiteindelijk de gemeente kunnen overtuigen dat de business case alleen rond kwam als de trap buiten het volume werd geplaatst. Die trap is nu een iconisch aspect van het gebouw geworden.

zuidgevel / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

zuidgevel / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

LS: In hoeverre zijn beslissingen over de plattegrond gericht op de wensen van de huidige huurders, en dus het nu? En in hoeverre voor de toekomst? Met andere woorden, hoe flexibel zijn de woningen ontworpen?

MN: Afhankelijk van de typologie is er een verschillend niveau van flexibiliteit. Bij de woongroepen hebben we bijvoorbeeld gewerkt met een open vloerplan dat bestaat uit kolommen, balken, een vaste kern voor verkeer en een gedeelde wasruimte. Daarbinnen mocht de woongroep zelf bepalen hoe deze ingericht zou worden. Dat zorgt er nu voor dat de plattegronden en woningen per woongroep behoorlijk verschillend zijn.
Voor de eenlaagse woningen (49 m2) hebben wij bijvoorbeeld wel een standaard plattegrond ontworpen. Al zit er daar ook een woning bij die aangepast is om drie slaapkamers te kunnen hebben. Dat is echt op maat, naar de behoeftes van de huidige bewoner.

RvdZ: Ook voor de verdiepingen met woongroepen hebben we de basis natuurlijk wel neergelegd. Je moest er met vijf mensen kunnen huren. Er moesten vijf kamers zijn en de wanden moesten op een logische plek ten opzichte van de gevel en de kolommen worden geplaatst. Ze konden zelf besluiten hoe ze de ruimtes wilden verdelen, we hadden wel extra aansluitingsmogelijkheden halverwege het gevelstramien gemaakt, zodat er genoeg mogelijkheden waren.

standaard plattegrond verdieping toren / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

standaard plattegrond verdieping toren / tekening Time to Access i.s.m. Office Raumplan

LS: Vanaf de eerste oproep waren de politieke aspiraties van het project erg hoog. Het moest zowel anti-capitalistisch, queer-feministisch, eco-socialistisch, en anti-racistisch zijn, die vervolgens zijn vertaald in vier kernwaarden: commoning, duurzaamheid, diversiteit, en zorg. Kunnen jullie een paar voorbeelden noemen hoe jullie deze waarden ruimtelijk hebben vertaald?

RvdZ: Commoning zit eigenlijk in de hele basisopzet: de kleine woningen met veel gedeelde ruimtes, het hof met centrale entrees, de gemeenschappelijke ruimtes waar ingangen van de woningen op uitkomen. Tegelijkertijd zit het ook in de koppeling met de tweede route, waardoor je er ook voor kan kiezen om een kortere, anonieme route te nemen. Als je geen zin hebt, hoef je niet via de gemeenschappelijke ruimtes te lopen. Dit is belangrijk, anders wordt het dwingend.

MN: De duurzaamheid zit natuurlijk in de houten kozijnen, triple glas, PV panelen, CLT. Alle woonruimtes zijn georiënteerd op het zuiden. De galerij met balkons zijn twee meter breed zodat er in de zomer altijd schaduw is, waardoor er minder overlast ontstaat van de zon.
En alles is demontabel, behalve natuurlijk het metselwerk. De constructie en alle installaties zijn zichtbaar, ook in de woningen zelf. Niks is in de vloer, alles is toegankelijk en makkelijk te repareren, onderhouden of opnieuw in te delen.

RvdZ: Zorg en gelijkheid zit met name in de rolstoeltoegankelijkheid, iedereen heeft gelijke toegang tot alle delen van het gebouw. We hebben tijdens het ontwerp een consult gehad van architect Ed Bijman die na een ongeval zelf in een rolstoel zit. Hij heeft ons onder meer geleerd over hoe je een woning kunt ontwerpen die voor iedereen toegankelijk is.

verdieping toren woongroep / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

verdieping toren woongroep / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

RvdZ: Ooit bestond het idee een bubbelbad op het dak van de toren te realiseren. Uiteindelijk is dat idee geschrapt, omdat er alleen een trap, dus geen lift, naar het dak zou kunnen komen. Het dakterras met bubbelbad zou daardoor niet voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Vervolgens is er toen besloten om op de eerste verdieping een dakterras te maken, door deze via een loopbrug met de lift te verbinden. Het is een manier van denken gericht op iedereen meekrijgen en doelbewust kijken.

Diversiteit zit naast de diversiteit van woningen in de plattegrond, ook in het daadwerkelijk bereiken van de doelgroep die je voor ogen hebt, en er samen voor zorgen dat iedereen zich thuis kan voelen. Hoe kun je daadwerkelijk de mensen bereiken die je wil bereiken? Hoe kun je ze veilig laten voelen in een groep? En hoe zorg je ervoor dat mensen dezelfde taal spreken, elkaar kunnen en willen begrijpen?

MN: De initiatiefnemers en de leden van de wooncoöp hebben veel werk en tijd gestopt in de dynamiek van de groep, waardoor de gemeenschapszin nu ook erg sterk is. Tijdens professionele trainingen en cursussen werden gevoeligheden bespreekbaar gemaakt, waardoor er onderling begrip kon ontstaan. Nog voordat iedereen in diens woning was getrokken, hadden bewoners al een gedeelde geschiedenis.

RvdZ: Als je kijkt naar hoe dit ruimtelijk tot uiting komt, dan is de architectuur van dit gebouw voor mij ook echt iets wat je kunt toe-eigenen. De woningen zijn volledig eigen te maken, ook de architectuur zelf. Het is niet een gebouw dat zegt: “Je mag hier geen vlag ophangen, of je mag hier geen poster ophangen.” Het gebouw kan heel veel dragen. Het is geen dwingende, maar juist een hele ontspannen architectuur. Het is vriendelijk, toe-te-eigenen, dat zou een ruimtelijke component van diversiteit kunnen zijn.

woongroep / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

woongroep / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

LS: Waardoor komt dat denk je dat het zoveel kan hebben?

RvdZ: De massaopzet is heel sterk: de kleine toren met de laagbouw, de lichte hoekverdraaiing van de straatgevel en het vrijstaande trappenhuis zijn in de basis heel sterk. Daarnaast is er het kleurgebruik. De groene privacyvlakken op het balkon geven een zekere vorm van kalmte, terwijl de rode gevel, als achtergrond, daar sterk mee contrasteert. Je ziet wat er op het balkon gebeurt, en je ziet ieders spullen, maar het leidt niet af. Tegelijkertijd maken de bakstenen gevels het ook een gebouw dat in de wijk past.

MN: Er is in de wijk een hele rijke baksteencultuur, met heel veel detaillering. Wij maken gebruik van verschillende maten bakstenen, en metselverbanden, maar passen deze op een andere manier toe. Het uitgangspunt, de baksteen en de rijke verbindingen en patronen, is hetzelfde, maar het is anders toegepast dan in de gevels uit de jaren dertig. De baksteen van de Nieuwe Meent heeft ook een andere kleur.

LS: Op oude renders van het project, ziet het project er heel anders uit. De rode kleur is daar nog niet aanwezig. Hoe zijn jullie daar op gekomen?

MN: Die rode kleur kwam inderdaad pas later, het waren eerst allemaal onbehandelde houten kozijnen. Maar doordat de opdrachtgever ook de huurder is, en ze minder onderhoud wilden op de lange termijn, hebben we uiteindelijk gekozen voor rood geschilderde kozijnen.
De kleur was eerst wat zachter, meer rozig. Maar op het laatste moment hebben wij toch besloten dat het moest veranderen. Nu is het activistisch rood, misschien een geheime boodschap die we erin gesmokkeld hebben.

RvdZ: Door de kleur valt het project ook wel op in de wijk, het zorgt ervoor dat het wel erg zichtbaar is. Tegelijkertijd wil je het ontwerp ook integreren in de wijk, onderdeel laten zijn van de wijk. Gelijktijdig, het is ook wel een ander type project.

tweelaagse woning / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

tweelaagse woning / dNM, Time to Access, Office Raumplan / foto Rubén Dario Kleimeer

LS: Als we even terug gaan naar de postkapitalistische urban commune. Hoe kijken jullie naar de betekenis van de Nieuwe Meent? Vanuit het huidige volkshuisvesting vraagstuk, en tegelijkertijd de mogelijke betekenis binnen de architectuur?

MN: Vanaf de eerste dag was het duidelijk dat dit project niet draaide om winst, maar om het realiseren van zoveel mogelijk ruimtelijke kwaliteit voor mensen met de minste mogelijkheden. Bij het bespreken van woonbeleid en sociale huurwoningen, komt er een vaak terugkerende discussie ter sprake, namelijk hoe er moet worden omgegaan met mensen die in een sociale huurwoning wonen en vervolgens meer gaan verdienen. Het is een manier van denken om te stellen dat alle mensen altijd maar meer geld willen. Een woning kan er ook voor zorgen dat dit juist wordt omgedraaid. Als je in een sociale huurwoning woont met kwaliteit, hoef je niet meer te verdienen en te werken, waardoor er ruimte ontstaat voor gemeenschap en dingen die je zelf leuk vindt om te doen. Het streven naar constante economische groei kan worden doorbroken.

RvdZ: Sociale huurwoningen worden vaak doelmatig sober gemaakt, maar het mag ook een feestje zijn.

MN: Iedereen verdient dit: wat je inkomsten ook zijn, hoeveel je werkt, hoeveel je verdient. Wonen is een basisrecht.

onafhankelijke architectuurkritiek is niet vanzelfsprekend

Wil jij meer van dit soort artikelen lezen? Archined is een onafhankelijk platform en wordt financieel mogelijk gemaakt door haar leden, samenwerkingspartners en donateurs. Steun ook onafhankelijke architectuurkritiek,

Bedrag

Ander bedrag, namelijk:

Doneer nu

Enkele gerelateerde artikelen